Vandaag start de federale regering met de begrotingsgesprekken. Verschillende federale overheidsdiensten stellen voor om het fiscale voordeel voor salariswagens te schrappen of te beperken, als besparingspiste voor de begroting. Het afbouwen van het systeem zou tot 5 miljard euro kunnen opleveren. Binnen de regering is het verzet nu al groot. Professor fiscaal recht Michel Maus en HR-directeur bij PwC Liesbet Vanderstappen duiden wat dat zou betekenen voor werknemers en bedrijven.
Hoe werkt het fiscale voordeel voor salariswagens en wat kan de regering ermee doen?
Samenvatting:
Federale overheidsdiensten stellen voor om het fiscale voordeel voor bedrijfswagens te schrappen of te beperken. Dat zou tot 5 miljard euro kunnen opleveren voor de begroting.
De regering-De Wever moet eind deze maand 10 miljard euro besparen. Binnen de coalitie is er al veel verzet tegen het plan, onder meer van CD&V-voorzitter Sammy Mahdi: "Wij zijn niet van mening dat je het gat in de begroting moet oplossen op de kap van de werkende mens."
Bedrijven volgen de discussie met bezorgdheid. HR-directrice Liesbet Vanderstappen van PwC zegt dat de onzekerheid grote impact heeft: "De mogelijkheid dat dit wordt afgeschaft, gaat een grote impact hebben voor heel veel mensen."
De regering-De Wever moet eind deze maand op het begrotingsconclaaf 10 miljard euro vinden. Het Federaal Planbureau, een onafhankelijke instelling die de politieke besluitvorming ondersteunt met onder meer economische studies, lijstte op vraag van de regering meer dan 250 besparingsopties op.
Een van die opties is het afschaffen of beperken van fiscale voordelen zoals de salariswagen en de tankkaart. Volgens het Planbureau zou dat 4,5 tot 5,5 miljard euro kunnen opleveren, bijna de helft van wat de regering moet vinden. Het waren de overheidsdiensten Financiën, Economie, Volksgezondheid en Beleid die het voorstel op tafel legden, als onderdeel van een bredere reeks besparingen op fiscale steun voor fossiele brandstoffen.
Belast op een kwart
Het systeem werkt vandaag zo. Werknemers die van hun werkgever een wagen krijgen die ze ook privé mogen gebruiken, betalen daar belasting op. Die belasting wordt niet berekend op wat de wagen werkelijk kost, maar op een geschat bedrag dat op de loonfiche verschijnt, het zogenoemde voordeel van alle aard. Dat bedrag hangt af van de cataloguswaarde, de CO2-uitstoot, de brandstofsoort en de leeftijd van de wagen.
Net daar zit het probleem, zegt Michel Maus, professor fiscaal recht aan de VUB, in VRT NWS De Ochtend. "De algemene regel is dat de werknemer belast wordt op de werkelijke waarde van het genoten voordeel en net dat gebeurt niet bij de bedrijfswagens. Voor een doorsnee bedrijfswagen bedraagt de kostprijs vlug 800 euro, terwijl de werknemer maar op een vierde daarvan belast wordt, op zo'n 200 euro per maand."
Volgens het Planbureau is bijna 60 procent van de nieuw verkochte personenwagens in ons land een bedrijfswagen. Het gaat dus om een groot deel van het Belgische wagenpark.
Bedrijfswagen of salariswagen: wat is het verschil?
In het debat worden de twee termen door elkaar gebruikt, ook door politici, maar ze betekenen niet hetzelfde.
Een bedrijfswagen is elk voertuig dat een bedrijf aan zijn werknemers ter beschikking stelt om werk uit te voeren. Voorbeelden zijn de bestelwagen van de loodgieter of de dienstwagen van de thuisverpleegkundige. Zolang die wagen alleen professioneel gebruikt wordt, is er fiscaal weinig aan de hand. De werkgever draagt de kosten en de werknemer krijgt geen persoonlijk voordeel.
Een salariswagen daarentegen is een wagen die de werknemer ook privé mag gebruiken. Dan krijgt hij wel iets persoonlijks en dus wordt hij belast op een voordeel van alle aard. Het voordeel dat nu besproken wordt, gaat hierover.
In de politiek en in het dagelijks taalgebruik wordt echter bijna altijd "bedrijfswagen" gezegd, ook wanneer het over salariswagens gaat. Daarom lees je die term ook in de citaten in dit artikel.
Lichte vrachtwagens tot 3,5 ton, zoals bestelwagens en pick-ups, vallen sowieso onder een ander fiscaal regime. Daar draait deze discussie niet om. Het debat gaat over personenwagens.
Twee knoppen om aan te draaien
Wie het systeem wil aanpakken, kan volgens Maus aan 2 kanten draaien: ofwel bij de werknemer, door het voordeel zwaarder te belasten, ofwel bij de werkgever, door de aftrekbaarheid van de wagen te beperken.
De eerste piste botst frontaal met de eigen agenda van de regering, zegt Maus. "Dat staat haaks op de rode draad van de Arizonaregering om mensen die gaan werken meer over te laten houden van hun brutoloon."
Aan de tweede knop is intussen wel al gedraaid. Nieuwe contracten voor wagens die CO2 uitstoten, zijn sinds begin 2026 niet langer fiscaal aftrekbaar. Elektrische wagens die nog dit jaar besteld worden, blijven 100 procent aftrekbaar tot en met 2031. Voor wie vanaf volgend jaar bestelt, zakt dat percentage stap voor stap, tot 67,5 procent voor wagens die in 2031 besteld worden. "Men is daar al fiscaal aan het peuzelen om wat extra euro's in de schatkist te krijgen", zegt Maus.
"Wij zijn niet van mening dat je het gat in de begroting moet oplossen op de kap van de werkende mens."
CD&V-voorzitter Sammy Mahdi
Voorstellen om het systeem verder af te bouwen, stuiten nu al op politiek verzet. "Wij zijn niet van mening dat je het gat in de begroting moet oplossen op de kap van de werkende mens", zei CD&V-voorzitter Sammy Mahdi op het congres van Voka. Opvallend is dat begrotingsminister Vincent Van Peteghem (CD&V), partijgenoot van Mahdi, in aanloop naar de gesprekken in de krant De Morgen zelf een aanpak van de salariswagens naar voren schoof.
Politiek journalist Ivan De Vadder ziet de maatregel er niet komen. "De regering wil lasten verlagen en door de bedrijfswagen te schrappen ga je lasten verhogen", zei hij in De Afspraak. Hij nuanceert wel dat er nog niets onderhandeld is: "We zitten in de fase van de ballonnetjes oplaten en neerknallen."
Bedrijfsvloer
Op de bedrijfsvloer wordt de discussie met argusogen gevolgd. Ook bij consultancybedrijf PwC, dat een vloot van zo’n 1.500 wagens heeft, is dat het geval. "Vooral de onzekerheid leeft heel hard, bij ons als werkgever maar ook bij de werknemer", zegt HR-directeur Liesbet Vanderstappen in VRT NWS De Ochtend. "De mogelijkheid dat dit wordt afgeschaft, gaat een grote impact hebben voor heel veel mensen."
Voor ons is dit geen spel
Liesbeth Vanderstappen, HR-directeur bij PwC
Niet iedereen bij het bedrijf heeft recht op een wagen: consultants die bij klanten langsgaan, krijgen er standaard een. Sinds de invoering van het mobiliteitsbudget, waarmee werknemers hun wagen kunnen inruilen voor een budget voor andere vervoersmiddelen of zelfs huisvesting, ziet PwC wel beweging. Vandaag kiest 15 procent van wie recht heeft op een wagen daar bewust niet voor.
"Als ik zeg dat 15 procent er niet voor kiest, wil dat ook zeggen dat 85 procent er bewust wel voor kiest", zegt Vanderstappen. "Er is vandaag nog geen volwaardig alternatief dat evenveel waarde geeft aan de werknemers tegenover een kost die voor ons als werkgever aanvaardbaar is."
Ze pleit ervoor om een eventuele ingreep in te passen in een bredere visie op mobiliteit en op de lasten op arbeid. "Ik hoorde Ivan De Vadder zeggen dat we nu eenmaal in een politiek spel zitten. Laat dit voor ons absoluut geen spel zijn."
Dat de fiscaliteit het wagenpark stuurt, ondervond het bedrijf intussen zelf: 76 procent van de PwC-vloot rijdt vandaag volledig elektrisch. Daar zit volgens Maus een van de redenen waarom een radicale ingreep onwaarschijnlijk blijft. Het schrappen van het voordeel zou de autosector treffen, die al onder druk staat, en meteen ook het instrument waarmee België zijn wagenpark aan het elektrificeren is.



