"Ik was een rotkind, maar ze geloofden in mij." Cedric (18) heeft een hobbelig parcours in de jeugdhulp achter de rug en staat nu voor de moeilijke stap naar zelfstandigheid. Ook Caitlin kijkt onzeker naar de toekomst nu ze 18 is. Tien jaar na de dood van Jordy Brouillard in een tentje in de Gentse Blaarmeersen, vertellen zij hoe het is om hun voorziening (bijna) te verlaten.
"Ik kan amper koken": Caitlin en Cedric getuigen over hun moeilijke parcours in de jeugdhulp
Een wandelaar vindt 10 jaar geleden het levenloze lichaam van Jordy Brouillard. Omgekomen van ontbering. De jongen van 19 ziet geen andere uitweg dan zijn tentje opslaan in recreatiedomein De Blaarmeersen in Gent waar hij tracht te overleven. Dat lukt niet.
Jordy had geen makkelijke jeugd. Vrienden uit de voorziening, waar hij een tijdlang verblijft, beschrijven hem als "een heel vriendelijke jongen, heel gevoelig". Maar ook als iemand die "veel begeleiding" nodig heeft. Ze begrijpen niet waarom hij die niet krijgt na zijn vertrek uit de jeugdhulp.
Vanaf hun 16e oefenen jongeren in de jeugdhulp op zelfstandig wonen. Ze verhuizen naar een studio binnen de voorziening en verlaten de leefgroep. Ze leren er koken, poetsen, zelfstandig opstaan en hun dag structureren.
Alles wijst erop dat Jordy daar niet in slaagt. Op zijn 18e verlaat hij de jeugdhulp. Er volgt een jaar van zoeken en verhuizen: van bij zijn moeder tot een kort verblijf in de gevangenis voor het stelen van aanstekergas. Tot hij ten einde raad zijn tent opslaat in de natuur.
De zorginspectie ziet geen fouten in de begeleiding die Jordy kreeg in de voorziening waar hij opgroeide. Toch gaat er een golf van verontwaardiging door de sociale sector en - bij uitbreiding - de hele maatschappij. Toenmalig minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) verklaart al snel na het overlijden dat "we nog aanklampender moeten zijn naar die jongeren toe".
Ik krijg budgetbegeleiding: elke week 60 euro. Daar kom ik mee toe. Kleren of een vape koop ik pas daarna
Caitlin
De dood van Jordy heeft een jaar later uiteindelijk geleid tot het 'Actieplan Jongvolwassenen'. Jongeren krijgen sindsdien begeleiding tot hun 25e en worden vanaf 16 jaar voorbereid op een zelfstandig leven via een persoonlijk groeiplan.
Caitlin: "Ik kan amper koken"
Vandaag hoeft de overgang naar zelfstandig wonen dus niet meer op je 18e. Jongeren kunnen langer in hun voorziening blijven.
Caitlin werd in januari 18. Dat ze tot haar 25e in haar studio mag blijven, bij de instelling, stelt haar gerust. "Per jongere kijken ze hoe het gaat. Als het lukt, vragen ze na een jaar of 2 wel om vooruit te kijken, naar een eigen plek."
Maar de druk op de jeugdzorg is groot en de plaatsen zijn schaars. Van zodra Caitlin vertrekt, staat er vrijwel zeker een andere jongere klaar die in 'haar' studio komt wonen.
"Maar nu is het te vroeg om te vertrekken", zegt ze. "Ik kan amper koken. Ik koop dingen in de winkel om op te warmen. Gelukkig gaat mijn individuele begeleider mee met de auto boodschappen doen. En ik krijg ook budgetbegeleiding: elke week 60 euro. Daar kom ik mee toe. Kleren of een vape koop ik pas daarna."
"Ik droom ervan te kunnen werken in de zorg. Volgende maand wil ik een opleiding zorgkundige starten bij de VDAB. Hopelijk kan ik hier blijven tot na mijn studie."
Cedric: "Ik was een rotkind"
Er is ook Cedric, die begin juli 18 is geworden. Zijn traject in de jeugdhulp verliep hobbelig.
"Ik was geen doetje, deed veel kwaad. Ze hadden me bijna naar Mol gestuurd (de gesloten gemeenschapsinstelling, red.) Maar hier in de instelling geloofden ze in mij en hebben ze me nog een kans gegeven. Nu heb ik mijn houvast gevonden in het geloof, daardoor heb ik ook mijn ouders kunnen vergeven."
"Nu ik 18 ben, zijn de bezoeken aan de consulent en de jeugdrechter weggevallen", gaat Cedric verder. "Ze antwoorden wel heel traag. Als je die wil bereiken, ben je een jaar bezig. Maar ze zijn er wel snel als er iets slecht is. Dat is jammer."
"Op de jaarlijkse zitting waren ze in shock om te zien dat ik zo veranderd ben. Ze hadden me opgegeven, ik was een rotkind. Maar ze gaven me nu bijna een staande ovatie. Ook de procureur deed haar hoedje af. Ze hebben vertrouwen dat het goed gaat komen."
Ik wil graag ook een thuis maken voor mijn kleinere zussen en broer. Zij zijn ook geplaatst
Cedric
Cedric verlaat bijna zijn studio. "Mijn begeleider helpt me zoeken op de privémarkt, maar dat zal niet makkelijk worden, denk ik. Toch wil ik graag ook een thuis maken voor mijn kleinere zussen en broer. Zij zijn ook geplaatst. Dan kunnen ze me eens komen bezoeken tijdens het weekend. Tegen januari wil ik hier kunnen vertrekken."
De wachtlijsten voor sociale woningen zijn inderdaad lang. De overheid subsidieert wel verschillende woonprojecten, maar er zijn er niet genoeg.
Geen netwerk of hobby's
Caitlin vreest vooral de eenzaamheid. Ze voelt zich nu al vaak alleen op haar studio, en depressief. "Soms mag ik gaan logeren bij een vertrouwenspersoon, maar als ik dan terugkom slaat de eenzaamheid wel harder toe", zegt ze. "Een netwerk of hobby's heb ik niet. Soms ga ik samen met mijn begeleider eens met de honden van het asiel wandelen."
Ze vindt wel aansluiting bij de jongeren die ze ontmoet bij Cachet, een netwerk van jongeren met een jeugdhulpervaring. "Daar heeft iedereen dezelfde verhalen en voel ik me begrepen."
Er zijn niet veel ouders die ons thuis willen uitnodigen
Een jongere
Wat als het even echt niet meer lukt zoals bij Jordy? Kunnen jongeren dan tijdelijk terug naar hun voorziening?
"Dat zou moeten kunnen", vindt Luc Deneffe, jarenlang directeur van het begeleidingsnetwerk De Wissel, en nu met pensioen. "Wij proberen altijd een bed ter beschikking te houden voor een jongere die nergens heen kan, zelfs lang nadat hij of zij bij ons vertrokken is. Maar de capaciteit is beperkt en lege bedden zijn niet te verantwoorden naar het beleid."
"We kennen allemaal het gezegde 'It takes a village to raise a child'. Maar bij het overlijden van Jordy heb ik me vaak afgevraagd: waar was 'the village'?", gaat Deneffe verder.
Jongeren uit de jeugdhulp dragen bovendien een stigma met zich mee. "Er zijn niet veel ouders die ons thuis willen uitnodigen", zegt een jongere ons. "Ze hebben schrik van de slechte invloed die we zouden kunnen uitoefenen."
Op die leeftijd zou je nog bij je ouders of bij iemand moeten wonen. Het is lastig
Caitlin
Nochtans hebben ze zo'n een netwerk broodnodig. Jeugdrechtadvocate Reinhilde Goossens verwoordt het zo: "Het verhaal van Jordy heeft er zo hard op ingehakt dat iedereen in de sector stil stond en dacht: wat hebben wij niet gezien? Nu zie ik heel veel goede (burger)initiatieven om jongeren verder op weg te helpen of te ondersteunen, maar ze vinden niet altijd de weg. Daar kunnen we allemaal bij helpen."
Caitlin weet het alleszins zeker: "Het is geen gemakkelijke stap. Op die leeftijd zou je nog bij je ouders of bij iemand moeten wonen. Het is lastig. Zeker in het begin. Maar uiteindelijk komt het wel goed."
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen



