Tien jaar geleden stierf de 19-jarige Jordy Brouillard van ontbering in een tentje in de Gentse Blaarmeersen. Zijn dood schokte de jeugdhulpsector en bracht pijnlijke vragen naar boven: wat gebeurt er met jongeren zodra ze de jeugdhulp verlaten? Wat is er sindsdien veranderd? En: worden ze vandaag beter begeleid? We praten met 4 experts.
Jordy Brouillard (19) stierf 10 jaar geleden in tentje in de Blaarmeersen: wat heeft zijn dood veranderd?
Samenvatting:
Tien jaar geleden stierf de 19-jarige Jordy Brouillard van ontbering in een tentje in de Gentse Blaarmeersen. Zijn dood zette de jeugdhulpsector aan tot actie en bracht pijnlijke vragen over de opvang van jongeren na hun 18de.
Na zijn dood lanceerde de Vlaamse regering in 2017 het 'Actieplan Jongvolwassenen': jongeren krijgen sindsdien begeleiding tot hun 25ste en worden vanaf 16 jaar voorbereid op een zelfstandig leven via een persoonlijk groeiplan.
Huisvesting blijft een groot knelpunt: één op de vijf dak- en thuislozen in Vlaanderen is tussen 16 en 25 jaar oud, en een kwart van hen zijn jongeren die de jeugdhulp verlieten.
Experts wijzen op blijvende uitdagingen zoals personeelstekorten, eenzaamheid en hechtingsproblemen
De publieke verontwaardiging is groot na de dood van Jordy. "De samenleving heeft gefaald", vinden velen. Ze eisen meer begeleiding voor jongeren die de jeugdhulp moeten verlaten omdat ze 18 zijn. In de maanden en jaren na Jordy's overlijden verandert er daarom heel wat voor zijn lotgenoten.
Eerst en vooral pakt de Vlaamse regering in mei 2017, een jaar na Jordy's dood, uit met een groot plan. Dat krijgt de naam 'Actieplan Jongvolwassenen' mee. Het focust op blijvende (na)zorg en het opbouwen van een sterk netwerk.
Actieplan Jongvolwassenen
De belangrijkste wijziging? Jongeren krijgen voortaan tot hun 25ste begeleiding, als ze dat zelf willen. Voorheen stopte die in principe op 18 jaar. Langer in een jeugdvoorziening blijven was wel mogelijk, maar alleen in bepaalde situaties, bijvoorbeeld voor jongeren met een handicap.
Daarnaast moeten jongeren beter worden voorbereid op het moment dat ze de jeugdhulp verlaten. Vanaf 16 jaar maken voorzieningen samen met elke jongere die bij hen woont een groeiplan. Ze brengen in kaart welke ondersteuning nodig is en hoe die kan worden opgebouwd. Voor hun 18de bereiden jongeren samen met hulpverleners, familie, vrienden en anderen hun leven na de jeugdhulp voor.
In 2018-2019 wordt 25 miljoen euro extra vrijgemaakt voor jeugdhulp, onder meer voor kleinschalige wooneenheden. In die woningen verblijven 4 tot 6 jongvolwassenen, van 16 tot 25 jaar. Ze kunnen rekenen op ondersteuning van een begeleider. Er komen ook extra begeleidingsteams.
Op papier vinkt het toenmalige plan de vakjes af. Ook de zorginspectie die de plannen in 2022 en 2023 aan de realiteit toetst, is relatief positief.
Maar er valt nog winst te boeken. In de praktijk zijn er vaak geen concrete afspraken over de manier waarop nazorg wordt geboden, hoe vaak er contact is of hoelang die ondersteuning duurt. Veel hangt af van de wisselwerking tussen de jeugdhulpverlener en de jongvolwassene. Als het minder goed klikt tussen beiden kan het contact snel verwateren.
Dat merken ze ook bij Cachet vzw, de organisatie voor en door jongeren met ervaring in de jeugdhulp. "Heel wat hulpverleners doen echt goed werk. Maar door de personeelstekorten in de sector is het niet altijd even makkelijk om voor elke jongere even nabij te zijn. Er is ook heel wat verloop in voorzieningen. Voor jongeren is het soms moeilijk een echte vertrouwensband op te bouwen. En als die er niet is tijdens het verblijf, wordt het niet per se makkelijker eens ze de voorziening verlaten."
Dak- en thuislozen
Ook huisvesting blijft een probleem.
Een woning huren is voor jeugdhulpverlaters vaak onmogelijk en de wachtlijsten voor sociale woningen zijn lang. Daardoor lopen ze een groot risico om dak- of thuisloos te worden. 1 op de 5 dak- en thuislozen in Vlaanderen is tussen de 16 en 25 jaar oud. Een kwart van hen zijn jongeren die de jeugdhulp hebben verlaten.
Het huidige masterplan jeugdhulp, dat er in oktober vorig jaar kwam, legt daarom de nadruk op een dak boven het hoofd van elke jongere. "Ook al ben je 18 en heb je de jeugdinstelling verlaten: we laten je niet los", benadrukt Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit). Dat is de boodschap die ik wil geven aan die jongeren. Samen met Wonen Vlaanderen helpen we bij het vinden van een betaalbare en veilige plek om te wonen."
Een jongere kan niet bezig zijn met werk, een studie of budgetbeheer wanneer hij of zij geen dak boven het hoofd heeft
Jeroen Stuyck, directeur Ter Loke in Turnhout
"Alles begint bij een dak boven je hoofd", zegt ook Jeroen Stuyck, directeur bij voorziening Ter Loke in Turnhout. "Een jongere kan niet bezig zijn met werk, een studie of budgetbeheer wanneer hij of zij geen dak boven het hoofd heeft."
Verhuurders haken af
"Pedagogische, psychologische en andere ondersteunende trajecten worden pas echt betekenisvol wanneer er een basisveiligheid is", beaamt ook Luc Deneffe, jarenlang directeur van De Wissel in Leuven. "Het is voor veel jongeren moeilijk om een woning te zoeken, want als ze vertellen dat ze uit de jeugdzorg komen, haken verhuurders soms af. We hebben hen al vaak gesuggereerd dat niet te zeggen. Dat vergroot hun kansen."
Voorzieningen zoeken ook zelf oplossingen. Elf jongeren wonen in studio's in de Abdij van Vlierbeek. In Gent is er Nestinvest dat studio's en appartementen huurt of koopt en voor een redelijke prijs doorverhuurt aan jeugdhulpverlaters.
Zelfstandigheid staat dus centraal. In elk individueel plan wordt daarom bekeken wat de jongere nog moet leren voor hij of zij alleen gaat wonen. Dat kan zijn: koken, schoonmaken of een dagritme aanhouden.
Maar zelfstandig wonen is meer dan je huishouden runnen. Ook de vraag wie naast je staat, wordt belangrijk van zodra de begeleiding wegvalt. Heel wat jongeren wonen een (groot) deel van hun jeugd in leefgroepen. Als ze de voorziening verlaten, missen ze plots mensen rond zich.
Eenzaamheid
"Tijdens ontmoetingsavonden tussen jongeren komt eenzaamheid vaak ter sprake", klinkt het bij Cachet vzw. "Tegelijk leren jongeren er nieuwe mensen kennen. In de 15 jaar dat we bestaan, zijn er zelfs vriendschappen voor het leven gegroeid."
De grootste uitdaging is de hechtingsproblematiek bij jongeren. Ze verhuizen veel tussen voorzieningen, hebben geen thuisgevoel
Joost Bonte, oud-straathoekwerker
"De grootste uitdaging is de hechtingsproblematiek", zegt Joost Bonte, jarenlang straathoekwerker. "Jongeren verhuizen veel omdat voorzieningen zijn opgedeeld in verschillende modules, elk gericht op een specifieke problematiek zoals zelfverminking. Eens die onder controle is, moeten ze plaats maken voor iemand anders. Opnieuw naar een andere stad, een andere school."
"Ze hebben geen thuisgevoel. En dan komen ze jong in de volwassenwereld. Ze weten niet hoe ze vriendschappen moeten aangaan. Ze vereenzamen en worden kwetsbaar voor mensen die misbruik van hen maken."
Er is in een voorziening altijd iemand die voor de jongeren beslist. Ze zijn het op hun 18e zo beu dat ze de jeugdhulp de rug toekeren
Joost Bonte, oud-straathoekwerker
Bij jeugdhulpvoorziening Ter Loke beseffen ze dat een netwerk opbouwen belangrijk is. "We nodigen mensen op de voorziening of op de kamers uit, maar gaan ook naar vrienden of familieleden thuis", zegt directeur Stuyck. "We zoeken een stabiel netwerk voor onze jongeren. Ik geloof niet dat er 1 jongere is waar niemand om geeft. Er moet altijd wel iemand zijn, anders hebben we niet goed genoeg gezocht.”
In principe stopt de jeugdhulp wanneer jongeren 18 zijn. Soms kunnen ze langer blijven - ook Jordy kon dat, maar weigerde. Na alle jaren zijn veel jongeren de hulpverleners beu en zoeken ze vrijheid.
"Kinderen in voorzieningen worden te consequent opgevoed, er zijn te veel regels", zegt Bonte. "Ze leren niet onderhandelen of experimenteren. Er is altijd iemand die voor hen beslist. Daardoor zijn ze het op hun 18e zo beu dat ze maar al te graag de jeugdhulp de rug toekeren."
De 'spijtprocedure'
Vroeger bestond de spijtprocedure. Wie de begeleiding had stopgezet, kon binnen de 6 maanden terugkeren als hij zich bedacht. Vandaag bestaat die procedure niet meer. Of een jongere opnieuw in begeleiding kan, hangt af van de concrete situatie en van de beschikbare plaats.
"Jongeren die bij ons de voorziening verlaten, weten dat ze altijd mogen terugkomen als dat nodig is", zegt Deneffe van De Wissel.
"Hun kamer kan soms nog een tijd als veilige terugvalbasis behouden blijven, ook als de jongere weer thuis gaat wonen of voor zelfstandigheid kiest. Als er later opnieuw hulp nodig is, zoeken we binnen De Wissel of onze community naar een opvangplaats. Natuurlijk wringt dat soms met regels, maar zoals je niet kiest wie van je kinderen je het liefste ziet, kan je ook hier moeilijk kiezen wie je wel of niet blijft ondersteunen."
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen





