72.000 mensen staken in amper 2 dagen de grens naar Ceuta over, de meesten keerden even snel weer terug. Sindsdien lopen de analyses vooral langs de breuklijnen van Europa: migratie, grenspolitiek en geopolitieke spanningen. Maar de exodus van duizenden Marokkanen is bovenal een verhaal over een bevolking onder druk. Een kleine anatomie van een Marokkaanse crisis.
Troondag en fosfaat: de exodus van tienduizenden Marokkanen zegt meer over Marokko dan over Europa
Vooralsnog bestaat er geen eenduidige verklaring voor wat zich vorige week in Ceuta afspeelde. Als uit het niets staken tienduizenden mensen de grens over. Velen deden dat al zwemmend. De menselijke tol daarbij is tragisch: zeker 100 mensen lieten daarbij het leven.
De politieke reacties waren er meteen, en de analyses volgden even snel. In overvloed: van een uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof die de hoop op een succesvolle oversteek aanwakkerde en grensbewakers die hun post verlieten tot een bewust geopolitiek signaal van Rabat aan Madrid rond de Westelijke Sahara en misleidende informatie op sociale media.
Maar los van die uiteenlopende speculaties is één feit onbetwistbaar: op het moment dat de kans zich voordeed, stonden tienduizenden Marokkanen klaar om de grens over te steken. Klaar om 14 kilometer door de bergen af te leggen of 5 kilometer open zee te trotseren, met de verdrinkingsdood als risico. In veel gevallen met niets meer dan de kleren op hun rug.
Tieners én ouderen. Mannen én vrouwen. Moeders, vaders, gezinnen met baby's. Waarom?
De Marokkaanse realiteit
“Ik was de voorbije dagen verbaasd over veel analyses en commentaren die online circuleerden, zowel van sommige experten als uit de Marokkaanse diaspora. Opvallend vaak leken ze voorbij te gaan aan de binnenlandse dynamieken in Marokko”, zegt Miriyam Aouragh, een Marokkaans-Nederlandse antropologe verbonden aan de Oxford University en de University of Westminster.
Opvallend vaak leken de commentaren voorbij te gaan aan de binnenlandse dynamieken in Marokko
Haar onderzoek richt zich op politieke opstanden en de impact van digitale media, onder meer ook in Marokko na de Arabische Lente.
Aouraghs bedenkingen weerklinken ook in een interview met de Marokkaanse socioloog Mehdi Alioua in Le Grand Continent : "De meeste analyses komen voort uit een diep onbegrip van de Marokkaanse realiteit. Journalisten en politiek analisten zouden het terrein op moeten gaan in plaats van te reflecteren op basis van beelden op sociale media, met het risico in complotdenken te vervallen."
Ergo: weg van de speculatie en terug naar wat zich op het terrein wél laat reconstrueren. De mensen, het moment, de locatie en de binnenlandse toestand die voorafging aan de exodus.
De gedesillusioneerden
Volgens Aouragh kan je de mensen die de oversteek naar Ceuta maakten, onderverdelen in 3 groepen.
“De eerste groep zijn de mensen die al langer van plan waren te migreren. Dat gaat over zowel niet-Marokkanen (uit de rest van het Afrikaanse continent) als Marokkanen die al langer in de regio zitten om verschillende pogingen te ondernemen naar Europa.”
“Dan is er een tweede groep die je overal ziet: de daredevils, de waaghalzen. Mensen die denken: ‘What the fuck, waarom niet? Wie weet valt er wat te beleven'.”
“In tegenstelling tot de meer wanhopige groepen werden zij vaak lachend en zwaaiend, met hun slippers in de hand, voor de camera gezien. Velen keerden later even vrolijk met de bus terug. Voor hen was het vooral een poging. Ze hadden toch weinig te verliezen, omdat ze vakantie hadden of werkloos waren.”
De derde, veel grotere groep beschrijft Aouragh als de ‘gedesillusioneerden’. “Dat gaat onder meer over hoogopgeleide, jonge Marokkanen die het niet meer aankunnen, die keer op keer hebben geprobeerd om wat van hun leven te maken en keer op keer de harde hand van de makhzan (de macht, red.) als respons krijgen.”
Sociale onrust
Aouragh plaatst de gebeurtenissen in Ceuta in een langere geschiedenis van sociale onrust in Marokko. Ze verwijst naar de protestgolf tijdens de Arabische Lente in 2011 met de eis voor meer sociale rechtvaardigheid.
Diezelfde roep klonk in 2016 en 2017 opnieuw tijdens de Hirak al-Rif-protesten, die uitbraken na de dood van visverkoper Mohcine Fikri in Al Hoceima. Andermaal richtte de opstand zich specifiek tegen corruptie, sociale ongelijkheid, werkloosheid en de economische achterstelling van de Rif-regio.
Nog recenter waren de Gen Z-protesten eind september 2025. Toen trokken jonge Marokkanen over het hele land de straat op met een duidelijke eis: hurriyyeh, karama, adala ijtimaaiyya (vrijheid, waardigheid en sociale rechtvaardigheid).
In juni nog werden de 18 jongeren die in Casablanca terechtstonden voor hun deelname aan de Gen Z-protesten veroordeeld. 13 van hen kregen 8 maanden cel, die ze grotendeels al in voorarrest hadden uitgezeten, waardoor ze konden vrijkomen.
2 anderen kregen negen maanden en zouden kort daarna worden vrijgelaten. Nog eens 3 anderen, die het proces in vrijheid hadden afgewacht, kregen een voorwaardelijke straf. De jongeren zaten sinds het najaar van 2025 vast na een protest op een snelweg in Casablanca.
“De beelden van deze vrijgelaten jongeren tonen diepe traumatisering onder die jongeren. Dat leidt tot de bittere conclusie onder de jeugd: ‘Ze geven geen moer om mij’.”
Fosfaat, een zee en een oceaan
Het is niet verrassend dat de meeste protesten van de voorbije jaren vooral getrokken werden door de jeugd. Jongeren tussen 15 en 34 jaar vormen bijna een derde van de Marokkaanse bevolking, maar zijn tegelijk de groep die het zwaarst wordt getroffen door uitsluiting op de arbeidsmarkt. De jeugdwerkloosheid bedraagt ongeveer 35 procent, terwijl bijna één op de drie jongeren noch werkt, noch onderwijs of een opleiding volgt.
Socioloog Mehdi Alioua spreekt in die zin over een generatie jongeren die zich “sociaal dood” voelt. “Er is sprake van een echte sociale crisis (in Marokko), en van een pijnlijke afstraffing van een kapitalistisch en liberaal ontwikkelingsmodel zonder sociale staat. Het heeft de meerderheid van de bevolking aan haar lot overgelaten."
"Deze jongeren hebben dat zelf tegen mij gezegd in het kader van mijn onderzoek: “wij zijn niet bang om te sterven, sociaal gezien zijn we al dood."
Wij zijn niet bang om te sterven, sociaal gezien zijn we al dood
Tegelijkertijd is de paradox met de rijkdommen die Marokko bezit pijnlijk groot. Marokko ligt op een strategische kruising van Europa en Afrika, grenst aan 2 zeeën en beschikt over ongeveer driekwart van de wereldwijde fosfaatreserves. Toch leeft een groot deel van de bevolking in economisch precaire omstandigheden. En daarom hoorde Aouragh tijdens haar veldwerk vaak de slogan: "We hebben fosfaat, een zee en een oceaan, maar we leven in armoede."
Troondag
Terug naar vorige week. Meer specifiek het moment waarop de exodus plaatsvond: Eid al-Arsh. Oftewel Troondag, de jaarlijkse viering van de kroning van Mohammed VI op 30 juli.
Dit jaar vond het Troonfeest plaats in Tetouan, in het noorden van Marokko, op minder dan 40 kilometer van Ceuta. Uitgerekend in een regio die zwaar wordt getroffen door armoede en werkloosheid.
Op den duur is het beeld dat door de elite omhooggehouden wordt niet langer geloofwaardig voor de bevolking
Miriyam Aouragh, antropoloog
“Zo’n uitgebreide viering, met bekendheden en influencers, dat in een tijd van armoede en een hittegolf. Je moet je voorstellen: terwijl de staat de ‘immateriële symbolische waarde’ en de geschiedenis van de monarchie benadrukt, kunnen mensen zich door de inflatie in de praktijk zelfs geen koud drankje meer veroorloven”, zegt Aouragh.
Precies op dat moment, terwijl op het Troonfeest de eenheid en nationale trots van Marokko worden bezongen, verlaten duizenden Marokkanen enkele tientallen kilometers verderop het land. “Dat is wrede ironie”, stelt Aouragh.
“Eigenlijk zie je een soort parallel universum van de paleizen en de chauvinistische identiteit op televisie enerzijds, en de realiteit van armoede en algehele sociale malaise anderzijds. Op den duur is het beeld dat door de elite omhooggehouden wordt niet langer geloofwaardig voor de bevolking.”
Niet per se naar Europa, wel weg uit Marokko
Nog een belangrijk feit: de kansen om via Ceuta Europa binnen te raken, zijn beperkt. Ceuta ligt weliswaar aan de Europese buitengrens, maar buiten de Schengenzone en nog altijd op Afrikaans grondgebied.
“Dat is ook de reden waarom veel migranten andere routes vanuit Afrika naar Europa nemen. Routes die levensgevaarlijk zijn en de Middellandse Zee overbruggen”, legt Aouragh uit.
“Ook Marokkanen weten dit goed", zegt de antropologe. Onder meer omdat ze doorgaans niet kunnen terugvallen op dezelfde gronden voor internationale bescherming als mensen die vluchten voor oorlog of gewapend conflict.
Dat maakt de gebeurtenissen van vorige week des te opmerkelijker. Naar schatting 2.000 à 8.000 migranten keerden binnen de 48 uur terug naar Marokko. Was het hen dan wel uitsluitend te doen om Europa?
"Misschien moeten we de massale oversteek niet zozeer lezen als een poging van tienduizenden Marokkanen om koste wat kost Europa te bereiken, om Fort Europa binnen te raken. Dat neemt niet weg dat deze gebeurtenissen opnieuw een aantal fundamentele pijnpunten blootlegt: de manier waarop Frontex en Europa hun buitengrenzen bewaken, de neokoloniale verhoudingen die aan die grenspolitiek ten grondslag liggen en onze vooroordelen over de ‘goede’ en de ‘slechte’ migrant", zegt Aouragh.
"Maar misschien vertelt deze massale oversteek vooral iets over de wanhoop en hogra (onderdrukking, red.) die zo diep zit dat mensen hun leven zouden riskeren om eraan te ontsnappen."
Correctie: In een eerdere versie van deze tekst stond dat mensen "14 kilometer zee trotseren om in Ceuta te raken". Het gaat uiteraard over een zwemtocht van enkele kilometers. De afstand van 14 kilometer komt wel voor in getuigenissen van migranten die de grens al wandelend zijn overgestoken.



