Naar hoofdinhoud
Een mijnwerker zit verweesd voor zich uit te staren na de ramp in Marcinelle.

"Tutti cadaveri": 70 jaar geleden kwamen 262 mijnwerkers om bij grootste mijnramp uit onze geschiedenis

Artikel luisteren
5min
Meer info

Exact 70 jaar geleden vond in Marcinelle, ten zuiden van Charleroi, de grootste mijnramp uit de Belgische geschiedenis plaats. Op 8 augustus 1956 lieten 262 mijnwerkers het leven in mijn le Bois du Cazier. De meeste slachtoffers zijn Italiaanse gastarbeiders.

Pieterjan Huyghebaert
Gepubliceerd:

Samenvatting:

  • Op 8 augustus 1956 kwamen 262 mijnwerkers om het leven in mijn Le Bois du Cazier in Marcinelle, in de buurt van Charleroi.

  • Het is de grootste mijnramp uit de Belgische geschiedenis.

  • De meeste slachtoffers waren Italiaanse gastarbeiders.

  • De ramp leidde tot strengere veiligheidsvoorschriften in de mijnbouw en een verschuiving in de Belgische arbeidsmigratie.

Het is woensdagochtend 8 augustus 1956. Door een misverstand tussen mijnwerkers op verschillende verdiepingen van de mijn wordt een kolenwagen slecht geplaatst in de liftkooi. Daardoor ontstaat een dodelijke kettingreactie: de liftkooi trekt de elektrische kabels door en er ontstaat brand. Vuur en koolmonoxide verspreiden zich in korte tijd door de mijngangen.

BEKIJK
"Nog steeds wachten buiten de moeders, de kinders, de vaders, de verloofden, de vele familieleden van de jongens die zich in de diepte der aarde bevinden": de toenmalige openbare omroep NIR bracht live verslag uit van de ramp

Van alle mijnwerkers die die ochtend zijn afgedaald in de mijnschachten overleven er slechts 13 de ramp. Een reddingsactie opzetten blijkt niet evident. Pas 2 weken na de ramp lukt het een team om de ingestorte en uitgebrande mijngangen te bereiken. Ze komen boven met de tragische woorden: 'Sono tutti cadaveri', het zijn allemaal lijken.

Mijnwerkers maken zich klaar om hun vermiste collega's te zoeken.

De menselijke tol is groot: maar liefst 262 kompels van 12 verschillende nationaliteiten laten het leven. Onder de doden zijn 96 Belgen, maar veruit de meeste slachtoffers zijn Italiaanse gastarbeiders.

In de vroegere mijn, nu een museum, worden de slachtoffers herdacht.

Verschuiving arbeidsmigratie

De steenkoolindustrie is van vitaal belang voor de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Net na de oorlog worden daarvoor Duitse krijgsgevangenen ingezet, maar daarna heeft de mijnindustrie grote moeite om de arbeidsplaatsen gevuld te krijgen. Het gevaarlijke en onveilige werk schrikt veel Belgen af.

Dus sluit ons land een kolenakkoord met Italië: in ruil voor goedkope steenkool zou Italië arbeiders naar ons land sturen. Tienduizenden Italianen worden gelokt naar Waalse en Limburgse mijnen door aantrekkelijke lonen. Van het zware en onveilige werk, en de bijhorende erbarmelijke leefomstandigheden hebben ze op voorhand nauwelijks weet.

Leefomstandigheden voor Italiaanse gastarbeiders in Marcinelle

  • 1/3

    Barakken waarin Italiaanse mijnwerkers verbleven in Marcinelle

  • 2/3

    Binnenkant van zo'n barak in Marcinelle

  • 3/3

    Wie zijn familie meenam uit Italië leefde iets ruimer

Langzaam maar zeker verzuurt de relatie tussen België en Italië. Verhalen over leef- en werksituaties van de Italiaanse gastarbeiders sijpelen door tot in Rome. Enkele dodelijke ongevallen in Belgische mijnen doen de zaak geen goed en de ramp in Marcinelle is voor de Italianen de druppel. In de jaren na de ramp valt de naar ons land zo goed als stil.

Het nieuws van de mijnramp slaat bij hun naasten in als een bom.

De mijnramp van Marcinelle leidt tot een verschuiving in de arbeidsmigratie naar België. De toenmalige regering kiest voor nieuwe samenwerkingsverbanden met andere landen. Eerst met Spanje en Griekenland, en later ook met Marokko en Turkije.

Begrafenis van de slachtoffers in 1956

Eén zondebok, staat gaat vrijuit

De ramp had wellicht vermeden kunnen worden, als de veiligheidseisen strenger waren geweest. Nochtans voldoet de mijn aan de toenmalige – erg lakse – Belgische wettelijke voorschriften. De vakbonden klagen dan al jaren over de belabberde werkomstandigheden. Steeds opnieuw beloven de uitbaters om de mijn te moderniseren.

Een herdenkingsplechtigheid kort na de mijnramp in 1956.

Eind jaren 50 volgt uiteindelijk een proces over de mijnramp. Slechts één man wordt veroordeeld: Adolphe Calicis, een van de directeurs van de mijn. Nochtans heeft hij na de ramp zoveel mogelijk mijnwerkers trachten te redden. Hij wordt gezien als zondebok.

De Belgische overheid en het bevoegde ministerie blijven buiten schot. Al zijn zij uiteraard verantwoordelijk geweest voor de vergunningen en de veiligheidsvoorschriften.

Na de ramp kunnen 17 slachtoffers niet geïdentificeerd worden. Ze zijn onherkenbaar verbrand of er is geen familie in de buurt om hen te identificeren. De laatste jaren is er onder druk van nabestaanden werk gemaakt van die identificatie dankzij nieuwe DNA-technieken. Intussen hebben verschillende onbekende slachtoffers toch een naam gekregen.

De veiligheidsvoorschriften in de mijnbouw zijn na de ramp fors verstrengd. De mijn van Marcinelle zelf is uiteindelijk pas eind jaren 60 definitief gesloten. Intussen is de gewezen steenkoolmijn omgebouwd tot herdenkingsplaats en museum. Sinds 2012 is de site beschermd werelderfgoed door .

BEKIJK
De mijnramp komt ook ter sprake in de VRT Canvas-reeks 'Kinderen van de migratie':

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"