De klimaatverstoring, brandstichting, nalatigheid, de manier waarop we onze natuur beheren en zelfs plattelandsvlucht: het zit allemaal in de cocktail die leidde tot de hevige natuurbranden in Frankrijk en Spanje. Toch speelt de klimaatverstoring een belangrijke rol. Waar brand uitbreekt, grijpt die sneller om zich heen dan vroeger.
Als 96 procent van natuurbranden door mensen ontstaat, welke rol speelt klimaatverandering dan écht?
VRT NWS ontving de voorbije dagen, onder andere via de ombudsvrouw, nogal wat vragen van kijkers, luisteraars en lezers over de natuurbranden in het zuiden van Europa.
Die gingen in het bijzonder over de oorzaak van die branden. Sommige lezers opperen dat de rol van de klimaatverstoring onderbelicht blijft. Anderen vinden dan weer dat er te weinig op gewezen wordt dat de branden in veel gevallen aangestoken zijn.
Wel, ze hebben allemaal een punt. Dat zit zo.
Zijn de meeste bosbranden niet gewoon aangestoken?
Dat klopt. In zo goed als alle gevallen zit de mens er voor iets tussen. De Europese Commissie schat dat 96 procent van alle natuurbranden ontstaat door menselijk toedoen.
Soms worden natuurbranden opzettelijk aangestoken. In Frankrijk zijn er zo sinds 6 juli al 184 mensen opgepakt. Zij zouden allemaal mogelijk een rol spelen bij de natuurbranden.
Het gaat lang niet altijd om kwaad opzet. Een vonk kan evengoed ontstaan door onachtzaamheid of gewoon een dom ongeluk. Denk aan een klapband, een verkeersongeval, de oververhitte motor van een geparkeerde wagen, een barbecue, een sigarettenpeuk, een glasscherf in de zon...
En als je je nu afvraagt waar die overige 4 procent van de natuurbranden in Europa door ontstaan die niet door de mens komen: dat kan bijvoorbeeld door een blikseminslag of een vulkaanuitbarsting, maar ook door een oververhitte composthoop. Maar dat komt dus niet zo vaak voor.
Wat heeft de klimaatverandering er dan mee te maken?
Ongevallen en kwaad opzet zijn van alle tijden. Maar door de klimaatverstoring worden onze velden en bossen gevoeliger voor vuur. Wat vroeger misschien een klein brandje bleef, wordt vandaag sneller een uitslaande vuurhaard. Of zelfs een inferno, zoals deze week rond Bordeaux.
Dat zien we ook in de cijfers. Vorig jaar brandde een recordhoeveelheid natuur af in Europa: 1,034 miljoen hectare. Dat is 3 keer zoveel als het gemiddelde van 389.000 hectare per jaar.
En vandaag, halfweg het jaar dus nog maar, zitten we volgens de Europese Commissie alweer aan 430.000 hectare. Dat is een pak meer dan in de zomer van vorig jaar.
Hoe dat komt? Doordat de velden en bossen steeds droger komen te staan. Dat komt dan weer door de klimaatverstoring. De voorbije lente en zomer waren in West-Europa uitzonderlijk droog. Dat leidde in Frankrijk bijvoorbeeld tot de slechtste maïsoogst in 50 jaar.
In West-Europa kwam zo'n extreme droogte tot enkele decennia geleden 1 keer om de 25 jaar voor. Tegenwoordig is dat, door de klimaatverandering, 1 keer om de 5 jaar. Dat berekende het World Weather Attribution (WWA) vorige week nog. Het WWA is een internationaal team van wetenschappers dat de vingerafdruk van de klimaatverstoring op natuurrampen onderzoekt.
Veel droge planten, dat betekent veel brandbaar materiaal, en dus ook meer natuurbranden wanneer zich een vonk voordoet.
Onverwacht is dat allemaal niet. Al in 1990 waarschuwden de wetenschappers van het VN-klimaatpanel IPCC dat broeikasgassen de wereldwijde temperatuur omhoog zouden jagen.
Ook de fossiele industrie weet dat allang. Nog veel vroeger dan het IPCC, in 1971 al, schatten wetenschappers van de Franse energiereus TotalEnergies bijvoorbeeld vrij correct in hoeveel koolstof er in de atmosfeer zou belanden door de verbranding van fossiele brandstoffen, hoezeer dat het klimaat zou doen opwarmen en welk extreem weer dat zou veroorzaken.
Spelen er nog andere oorzaken mee?
Zeker. Ook de manier waarop we onze ruimte inrichten, bepaalt mee hoe kwetsbaar die is voor natuurbranden. Zo veranderde de omgeving rond Bordeaux de voorbije 200 jaar van drassig moerasland in een landschap van (brandbare) naaldbomen, die daar werden aangeplant voor houtwinning.
In Spanje telt het platteland dan weer minder boeren en herders dan vroeger, waardoor de vegetatie minder intensief begraasd wordt. Hogere struiken leiden tot meer brandstof, en dus hevigere natuurbranden. Tegelijk werd de voorbije jaren bespaard op voorzorgsmaatregelen.
In België hebben we dan weer, in zekere zin, geluk. Onze natuur is zo versnipperd dat de kans op oncontroleerbare natuurbranden klein is. Al stijgt het aantal natuurbranden wel.
Kunnen we daar iets aan doen?
Betere voorzorgsmaatregelen kunnen het risico verkleinen dat een brand oncontroleerbaar wordt. Wat die maatregelen zijn, hangt af van plek tot plek. In Spanje kunnen dat bijvoorbeeld begrazingscampagnes zijn, in Bordeaux diverser bos aanplanten met meer loofbomen, of natuur vernatten.
Ook brandgangen zijn een goede praktijk. Dat zijn brede, boom- en struikloze stroken in bossen waar het vuur zich niet verder kan verspreiden. Ze maken het de brandweer ook makkelijker om haar werk te doen. Zulke brandgangen zijn dan weer niet altijd even populair bij natuurliefhebbers en ook voor de biodiversiteit niet overal aangewezen.
En je kan meer sensibiliseren, zodat bijvoorbeeld minder gerookt of gebarbecued wordt wanneer de natuur te droog staat, en het brandgevaar hoog is.
Sommigen denken dat we kunnen afwachten en, wanneer het eenmaal te erg wordt, de uitstoot kunnen terugdraaien zodat het weer beter wordt. Maar we kunnen alleen maar voorkomen dat het nog veel erger wordt
Stefan Rahmstorf, klimaatwetenschapper
Op langere termijn komt het er echter op aan de oorzaak bij de wortel aan te pakken. Zolang de wereld fossiele brandstoffen zoals kolen, olie en gas blijft verbranden, zal het klimaat verder blijven ontsporen, en zal het aantal droogte- en hitteperiodes blijven toenemen. Eenmaal broeikasgassen uitgestoten zijn, blijven ze tientallen tot honderden jaren doorwerken in de atmosfeer.
Klimaatwetenschappers hameren daarom al jarenlang op dezelfde nagel: hoe sneller de wereld afstapt van fossiele brandstoffen, hoe sneller de klimaatverstoring afgeremd kan worden. En hoe kleiner de kans dat we nog meer klimaatrampen krijgen dan vandaag het geval is.
"Mensen begrijpen niet altijd dat we dit niet kunnen terugdraaien", waarschuwt klimaatwetenschapper Stefan Rahmstorf (Potsdam Institute for Climate Impact Research) in de krant The Guardian. "Sommigen denken dat we kunnen afwachten en, wanneer het eenmaal te erg wordt, de uitstoot kunnen terugdraaien zodat het weer beter wordt. Maar we kunnen het niet beter maken. We kunnen alleen maar voorkomen dat het nog veel erger wordt."



