De nieuwe importheffingen zijn economisch totaal onlogisch, en politiek eigenlijk ook. Dat zeggen experten internationale economie. Onder het mom van een sanctie tegen dwangarbeid moeten zo'n 60 landen 10 of 12,5 procent invoerheffing betalen. "Wie hier een sociale bewogenheid van Trump in ziet, zit totaal verkeerd."
Experten bezorgd over nieuwe invoerheffingen van Trump: "Economisch catastrofaal, politiek nog vele malen erger"
Samenvatting:
De VS legt nieuwe invoerheffingen op aan 60 landen, officieel als sanctie tegen dwangarbeid. Landen krijgen 10 of 12,5 procent heffing, afhankelijk van hoe streng ze een verbod op dwangarbeid handhaven.
Experten geloven niet in de sociale beweegredenen van Trump. "Dit is absoluut een voorwendsel om invoertarieven te kunnen opleggen", zegt Jan Van Hove, professor internationale economie aan de KU Leuven.
De maatregel botst ook juridisch op weerstand: het Hooggerechtshof floot Trump eerder al terug voor gelijkaardige tarieven, en ook deze heffingen worden wellicht aangevochten voor de rechtbank.
De Verenigde Staten hebben nieuwe handelstarieven opgelegd aan 60 handelspartners, omdat die er volgens hen niet in slagen om dwangarbeid effectief te stoppen. Dat heeft Jamieson Greer, handelsvertegenwoordiger van de VS, 'vastgesteld' met zijn eigen onderzoek.
Welk percentage je als land voorgeschoteld krijgt, hangt af van de mate waarin je een eventueel verbod op dwangarbeid handhaaft.
Wat is dwangarbeid?
De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) omschrijft dwangarbeid als volgt: "Alle arbeid of diensten die worden verricht door een persoon onder dreiging van een straf en waarvoor de betrokkene zich niet vrijwillig heeft aangeboden."
De personen die de arbeid verrichten, worden gedwongen om te werken door middel van geweld, intimidatie of indirecte middelen, zoals aangifte doen bij de immigratiediensten of opgebouwde schulden.
Uit cijfers van de IAO blijkt dat wereldwijd zo'n 27,6 miljoen mensen dwangarbeid uitvoeren, onder wie 3,3 miljoen kinderen. Dat gebeurt voornamelijk in de textielindustrie, landbouw of mijnbouw.
Zo hebben Canada, Ecuador, de Europese Unie, Indonesië, Mexico en Pakistan wel een verbod op die dwangarbeid, maar handhaven ze dat verbod volgens de VS niet. Daarom krijgen zij een invoerheffing van 10 procent. 38 andere landen, waaronder China, Egypte, Japan, Zuid-Korea, Brazilië, Australië, Israël en zelfs Zwitserland, krijgen de zwaardere heffing van 12,5 procent.
De Amerikaanse president beroept zich daarvoor op Artikel 301 van de Trade Act uit 1974. Dat laat zulke tarieven toe als er "voldoende bewijs is van oneerlijke arbeidspraktijken die de Amerikaanse handel beïnvloeden."
Voorwendsel
Of Trump plots sociaal betrokken is en dwangarbeid de wereld uit wil helpen? Jan Van Hove, professor internationale economie aan de KU Leuven, vreest van niet.
Dit is absoluut een voorwendsel om invoertarieven te kunnen opleggen
Jan Van Hove, professor internationale economie (KU Leuven)
Hij verduidelijkt: "De Amerikaanse president mag tegenmaatregelen nemen om handelspartners te bestraffen voor het gebruik van dwangarbeid, dat staat in de wet. Maar hij laat dat dan op die 60 landen tegelijk los, zo weet je dat er iets niet klopt. Er zou een gradatie in moeten zitten. Dit is absoluut een voorwendsel om invoertarieven te kunnen opleggen."
Professor internationale politieke economie Dirk De Bièvre (UA) is het daarmee eens: "Dit is niet legaal. En als dan blijkt dat dwangarbeid wel toegestaan is om producten te maken die de VS zelf niet maakt, wordt het al helemaal absurd."
Want enkele landen probeerden al te onderhandelen, omdat ze de VS wel tegemoet willen komen en hun wetten rond dwangarbeid willen aanpassen. "Dat blijkt niet voldoende te zijn, dus het is zeer duidelijk een drogreden", weet Van Hove.
Geliefde strategie van Trump
En invoertarieven baseren op drogredenen, dat past dan weer perfect in de strategie van Trump: "Hij zoekt telkens oude Amerikaanse wetgevingen die hem als president de macht kunnen geven om tarieven in te voeren. Het is zijn favoriete instrument om elke wereldleider aan de tafel te krijgen."
Die strategie ging van start op de befaamde 'Liberation Day', de dag waarop Trump "wederkerige handelstarieven" aankondigde tegen alle landen van de wereld. Zo ontketende de president een heuse handelsoorlog, die ook de Europese Unie trof.
Toen haalde Trump ook plots een wet boven uit 1977 die hem toestond om handel te reguleren in een noodsituatie.
Van Hove legt uit: "De president kan wel tijdelijke maatregelen nemen, maar het moet die telkens nog goedkeuren en daar gaat vaak wat tijd over. In de tussentijd kan en mag elke belanghebbende Amerikaan naar de rechtbank stappen om de maatregelen aan te vechten."
En dat is na 'Liberation Day' ook gebeurd. Het Hooggerechtshof oordeelde dat Trump die maatregelen niet kon nemen, omdat het Congres die bevoegdheid heeft.
Economisch onlogisch
Al lag plan B al klaar, dus riep Trump meteen nieuwe invoertarieven uit. Die moeten ook nog goedgekeurd worden door het Congres, maar dat ligt moeilijk: "Zelfs binnen de Republikeinse partij is niet iedereen het eens met die beslissing."
"En de (tussentijdse verkiezingen in de VS, red.) komen er ook aan, dus parlementsleden zouden gek moeten zijn om hun kiezers nu meer te laten betalen voor ingevoerde producten."
Hoe werken invoertarieven?
Invoertarieven zijn een belasting die geheven wordt op een product dat een land binnenkomt. Die belasting moet worden betaald door de importeur. Dat is het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de invoer van het product. Dat kan de producent zijn, als die de goederen zelf vervoert, of een ander bedrijf.
Als de VS een invoertarief van 10 procent oplegt aan een bepaald land, moeten bedrijven in de VS een belasting van 10 procent betalen als ze producten uit de 60 door Trump geviseerde handelspartners willen invoeren. Als ze die bedragen doorrekenen aan de consument, worden producten uit die landen duurder op de Amerikaanse markt.
Daarom besluit Trump nu om een nieuwe set invoertarieven door te voeren op basis van een andere wet, legt Van Hove uit. "Ze kopen tijd tot aan de volgende verkiezingen, want nu start de hele carrousel van goedkeuring en rechtszaken opnieuw."
Intussen raakt Trump met zijn tarieven vooral zijn eigen Amerikaanse invoerbedrijven. "Onderzoek toont aan dat die bedrijven de prijsverhogingen de afgelopen maanden zelf hebben gedragen. Zo blijft de impact op de consument in de VS relatief klein, en zou die dus niet minder gaan kopen."
Dit is echt oneigenlijk gebruik van de Amerikaanse wetgeving
Jan Van Hove, professor internationale economie (KU Leuven)
Nu die bedrijven opnieuw getroffen worden, vermoedt Van Hove dat ze die invoerheffingen zullen aanvechten.
"Het is echt een herhaling van wat we eerder gezien hebben: oneigenlijk gebruik van de Amerikaanse wetgeving. Ook deze tarieven zullen onderuit gehaald worden in een rechtbank, al zal dat wellicht weer even duren."
Politiek zeer zorgwekkend
Intussen is professor De Bièvre vooral op politiek vlak "enorm bezorgd". "Trump is niet van plan om een of ander zinvol economisch beleid te voeren. Hij wil gewoon een machtsgreep organiseren op alle bedrijfssectoren."
"De VS is een van de 3 belangrijkste handelsmachten ter wereld, samen met China en de Europese Unie, en zij voert haar externe handelsbeleid nu op een zeer . Alle alarmbellen moeten afgaan nu, maar het effect op lange termijn wordt onderschat."
Hij betreurt dan ook de matige reactie vanuit de Europese Unie. "Ze doen dat uit angst en voorzichtigheid. De EU is zo afhankelijk van wereldhandel: we voeren veel uit en we voeren veel in. Vele exportbedrijven hopen toch nog een voet aan wal te houden in de VS, dus zetten ze druk op hun overheden om geen verdere maatregelen te nemen."
Die voorzichtigheid mag van De Bièvre nu wel op de schop. Volgens hem is het tijd om het anti-dwanginstrument te gebruiken, ofwel de zogenoemde 'bazooka'. Die werkt als volgt: als de Europese Unie wordt afgeperst, mag de of een van de lidstaten een voorstel doen om tegenmaatregelen te treffen, of daar op zijn minst mee te dreigen.
"Catastrofaal"
"Dat is dus geen protectionisme in de pure zin, maar eerder een serieus dreigement dat ook moet worden goedgekeurd in het Europees Parlement. Als de tegenpartij dan tot bezinning komt, worden er geen maatregelen doorgevoerd."
"De economische gevolgen van deze maatregelen zijn niet goed, zelfs catastrofaal. Wat nog vele malen erger is, is dat het Amerikaanse beleid niet meer gesteund wordt door een democratische meerderheid, die op haar beurt vrij kan beslissen aan de hand van haar eigen wetten", besluit De Bièvre.


