De Guldensporenslag van 11 juli 1302 was een overwinning voor het toenmalige graafschap Vlaanderen, maar ook een nederlaag voor honderden krijgslieden uit het toenmalige hertogdom Brabant. Dat had tal van ridders die aan de zijde van de koning van Frankrijk vochten en hoopten garen te spinnen uit een zo goed als zekere nederlaag van Vlaanderen. Helaas voor hen draaide het anders uit. Hun rol in het verhaal is later grotendeels uitgewist in de geschiedschrijving.
Samenvatting:
Bij de Guldensporenslag in 1302 vochten honderden Brabantse en Antwerpse ridders mee aan de kant van de Fransen, onder leiding van Godevaart van Brabant. Schattingen gaan van 250 tot 500 ruiters uit het hertogdom Brabant.
Godevaart sloeg vroeg in de slag een bres in de Vlaamse gelederen en reed aanvoerder Willem van Gulik omver, maar sneuvelde uiteindelijk zelf samen met tientallen andere Brabantse ridders.
Het aandeel van de Brabanders en Antwerpenaren aan Franse zijde wordt nauwelijks vermeld in de Vlaamse geschiedschrijving, omdat het niet past bij het beeld van de Guldensporenslag als symbool van Vlaamse ontvoogding tegen de Fransen.
"Ook stierf daar de edele ridder Godfried van Brabant. Samen met hem stierf toen ook zijn zoon, heer Jan van Viersoen. Met hen stierven daar ook de banierheren van Wezemaal, van Boutersem en van Walem, net als heer Arnout van den Eechove en heer Jan, zijn zoon. Ook liet daar heer Laurens Volkaert het leven, net als de zoon van de ridder van Walhem en heer Hendrik van Wilder, een krachtige en dappere ridder."
"Op diezelfde plaats sneuvelden ook heer Arnout van der Hofstat met 3 zonen van zijn zussen. Ook stierven er heer Gheldolf van Wingen en heer Willem van Redingen, net als vele schildknapen. ... Ik kan ze niet allemaal opnoemen, al diegenen die uit Brabant kwamen, geleid door heer Godfried, omdat hij de koning wilde bijstaan. Brabant leed daar zo veel schade dat ze het in geen honderd jaar te boven zouden komen."
Aan het woord is de Antwerpse stadsklerk en middeleeuwse kroniekschrijver Jan Van Boendaele (ca. 1280-ca. 1351). Hij somt de Brabantse en Antwerpse edelen op die in 1302 zijn gesneuveld in de Guldensporenslag in Kortrijk.
De passage stamt uit de zogenoemde "Brabantse Yeesten". Daarin beschrijft Boendaele uitvoerig de geschiedenis van het hertogdom Brabant. Over de Guldensporenslag is hij veel minder uitvoerig. Een dag om snel te vergeten, lijkt Boendaele mee te geven. Een dag waarop dus zoveel adellijk Brabants bloed vloeide dat het hertogdom het nog honderd jaar zou voelen.
Brabant leed daar zo veel schade dat ze het in geen honderd jaar te boven zouden komen
Jan Van Boendale, Brabantse kroniekschrijver (1280-1351)
Want er stonden nogal wat krijgers uit het hertogdom Brabant op dat slagveld in Kortrijk. Brabant, dat omvatte toen het huidige Waals- en Vlaams Brabant, heel de provincie Antwerpen en Noord-Brabant in Nederland, naast stukken in Limburg en Luik.
Er zouden honderden ruiters uit die streken aanwezig geweest zijn in Kortrijk. Een paar tientallen aan Vlaamse kant, de overgrote meerderheid als onderdeel van het Franse leger. Schattingen gaan van 250 tot 500. Dat is wel wat, wetende dat het Franse leger zo'n 2.000 ruiters te paard telde. De Brabanders vormden een apart contingent, onder aanvoering van Godevaart van Brabant.
Godevaart van Brabant: een gesel voor de Vlamingen?
Die Godevaart is niet de eerste de beste. Hij wordt vermeld als één van de commandanten van het Franse leger. Zowel de Vlaamse, Brabantse als "neutrale" middeleeuwse geschiedschrijvers voeren hem op als de man die aan het begin van de Guldensporenslag een breuk in de Vlaamse gelederen sloeg.
Sterker nog. Godevaart reed daarbij zelfs 1 van de aanvoerders van de Vlamingen overhoop. Die aanvoerder was de fameuze Willem van Gulik, waar in "Het verhaal van Vlaanderen" uitvoerig wordt over verteld. Willem van Gulik zou een sterrenwichelaar zijn geweest die uit een passerende komeet de Vlaamse overwinning zou hebben voorspeld.
Godevaart van Brabant sloeg een bres in de Vlaamse gelederen en reed Gulik, de aanvoerder van de Vlamingen, met zijn paard overhoop
Lodewijk van Velthem (1270-1326?), middeleeuws kroniekschrijver
Dat is fictie, natuurlijk, maar er zijn ook feiten. Zo is het feitelijk waar dat Gulik al heel vroeg zwaargewond van het slagveld wordt afgevoerd. Eén van de meer 'neutrale' middeleeuwse kroniekschrijvers, Lodewijk van Velthem (ca. 1270-1326), verwijst daarbij expliciet naar Godevaart van Brabant.
Velthem, een geestelijke, leefde ten tijde van de Guldensporenslag en schreef er een uitgebreid verslag over. Hij beschrijft de actie van Godevaart als volgt: "Van Brabant, sloeg Godevaart zo'n bres in de Vlamingen, dat hij Gulik, voor hij het besefte, met zijn paard overhoop reed".
Dat verhaal wordt bevestigd door de Vlaamse overwinnaars. Al in 1302 verschijnt de "Annales Gandenses", een Latijnse tekst waarin staat dat Godevaart al bij het "begin van de veldslag Willem van Gulik onder zijn paard wierp en zwaar verwondde".
De charge liep uiteindelijk op niets uit: Godevaart sneuvelde samen met zijn zoon en tientallen andere Brabantse ridders op het slagveld in Kortrijk.
Pittig detail: Godevaart had als ervaren krijgsman de Fransen voor de slag blijkbaar gewaarschuwd dat een directe charge op de Vlamingen verkeerd kon aflopen. Maar de Franse opperbevelhebber legde die waarschuwing naast zich neer. De gevolgen zijn bekend.
Brabanders aan de kant van de Fransen?
Waarom stond die (Nederlandstalige) Godevaart van Brabant met zijn honderden Brabantse en Antwerpse ruiters en voetvolk nu eigenlijk aan de kant van de Fransen? Was het hertogdom Brabant dan ook openlijk in oorlog met het graafschap Vlaanderen? Heeft de Brabantse hertog Jan II Vlaanderen stokken in de wielen proberen te steken? Het zijn vragen waarover historici al lang discussiëren.
Feit is: het graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant waren niet bepaald vrienden. Soms vochten ze samen in coalities, maar op andere momenten stonden ze letterlijk met getrokken zwaarden tegenover mekaar. Het waren berekende rivalen. Beide vorstendommen waren er voortdurend op uit om stukken grond van mekaar in te pikken of zelfs mekaar helemaal onder de voet te lopen. Vlaanderen heeft verschillende keren geprobeerd Brabant te veroveren, maar is daar nooit in geslaagd. Eén keer veroverde het bijna al Brabantse steden, maar na een paar maanden gooiden de Brabanders de Vlamingen opnieuw buiten.
Brabanders als neutrale partij?
Feit is ook: officieel was het hertogdom Brabant in 1302 niet in oorlog met het graafschap Vlaanderen. Hertog Jan II hield zich afzijdig. Zijn oom Godevaart had acht jaar eerder zelfs geprobeerd de macht in Brabant over te nemen, na het overlijden van hertog Jan I. Dat was toen net niet gelukt: Jan II kon zijn vader opvolgen. Hij was zijn oom liever kwijt dan rijk. Die zocht dan maar zijn heil bij de Franse koning, om daar zijn ambities te verwezenlijken. Volgens meerdere historici had koning Filips de Schone Godevaart zelfs de voogdij over Vlaanderen beloofd. Anderen zeggen dan weer dat hij de heerschappij over Gent zou krijgen.
De Franse koning Filips de Schone zou Godevaart van Brabant de voogdij over Vlaanderen hebben beloofd
Vlaams-nationale geschiedschrijvers beschrijven Godevaart dan ook als een "verrader" die na de zo goed als zekere zege tegen de Vlamingen meteen ook het hertogdom Brabant zou binnenvallen. Met de steun van de Franse koning zou hij zijn neef van de hertogstroon stoten.
Het is natuurlijk lastig, als je de Guldensporenslag wil voorstellen als de strijd van de Nederlandstalige Vlamingen tegen de Fransen, en er dan aan de Franse zijde een hele hoop Nederlandstalige Brabanders staan. Dus kan je beter die Brabanders en hun aanvoerder afschilderen als verraders die ook de "goede" hertog van Brabant willen aanvallen, naast de al even "goede" graaf van Vlaanderen.
Brabanders als lachende derde?
Dat is mogelijk een stap te ver. Het hertogdom Brabant viel onder het Duitse rijk. Het was op dat moment één van de machtigste vorstendommen onder de Duitse keizer. Een van de meest onafhankelijke ook. De hertogen van Brabant waren Rijksvorsten. Dat waren de machtigsten in het Duitse rijk. Maar de hertogen waren intussen zo machtig, dat ze zelf keizers op de troon manoeuvreerden. Twee hertogen zijn zelfs gevraagd om keizer te worden. Wat ze door omstandigheden nooit hebben gedaan.
De Franse koning Filips de Schone had meer dan zijn handen vol met het opstandige Vlaanderen. Een nieuwe veldtocht tegen het machtige Brabant en tegen het Duitse rijk kon hij zich vermoedelijk niet veroorloven.
Opvallend: hertog Jan II hield zijn oom helemaal niet tegen om met honderden Brabantse ridders naar Kortrijk te trekken. Blijkbaar zag hij toch niet direct problemen in de manoeuvres van Godevaart. Mogelijk hoopte Jan II erop dat eeuwige rivaal Vlaanderen door de Franse overwinning zou worden verzwakt en dat Brabant toch via Godevaart meer dan een vinger in de pap zou krijgen in Vlaanderen. Brabant als lachende derde, zoiets.
Waarom is dit zo ondergesneeuwd?
Het is merkwaardig dat het optreden van Godevaart en zijn honderden Brabants-Antwerpse ruiters amper in ons Vlaams geschiedenisonderwijs aan bod komt. Daar is mogelijk een reden voor.
De Guldensporenslag werd bijna 200 jaar geleden, kort na de onafhankelijkheid van België door de Antwerpse schrijver Hendrik Conscience vanonder het stof gehaald. In zijn bekende roman 'De Leeuw van Vlaanderen' (1838) verhaalt hij hoe de Vlamingen en hun Naamse bondgenoten de Fransen een ongemeen pak slaag geven op de Groenekouter bij Kortrijk.
Niet toevallig de Fransen. Want het nieuwe België ontstond in het spoor van de Franse, Napoleontische oorlogen. Frankrijk was de grote vijand. België moest zich als "bufferstaat' legitimeren en zocht een conflict waarin we de Fransen ooit serieus de oren hebben gewassen. Dat conflict was de Guldensporenslag, uit 1302. Dat een deel van die Belgen (de Brabanders en de Antwerpenaren) aan de kant stonden van Frankrijk werd voor het gemak dan maar even vergeten.
Later werd die Guldensporenslag een Vlaams-nationaal symbool van het verzet van de Vlamingen tegen de Franstalige arrogantie. Dan passen Nederlandtalige Brabanders en Antwerpenaren die meevochten met de Fransen natuurlijk niet helemaal in het plaatje. Vandaar dat in de Vlaamse geschiedschrijving vaak zedig wordt gezwegen over Godfried van Brabant en zijn kornuiten op de Groeningekouter.
Nederlandstalige Brabanders en Antwerpenaren die meevochten met de Fransen, passen niet echt in de Vlaamse geschiedschrijving
Want de Brabantse hertogen en hun familie hadden effectief het Diets (Middelnederlands) als moedertaal én als bestuurstaal. Ze promootten die taal ook in hun officiële oorkonden. Terwijl de Vlaamse graven Oudfrans spraken én bovendien Franstalige troepen uit Namen in hun leger telden.
Leg dat maar eens uit als je de Guldensporenslag tot een symbool van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd én promotiemachine voor het Nederlands hebt gemaakt. Moeilijk. Dus zwijg je er liever over. En zo komt het dat Brabanders en Antwerpenaren al decennialang op 11 juli 1302 mee de Vlaamse overwinning vieren. Terwijl dat eigenlijk de dag is van hun eigen nederlaag.
Nog meer (doorprikte) mythes en legendes over het hertogdom Brabant, met een stevige knipoog, kan je lezen in het boekje "Het verhaal van Brabant. Feiten, fabels en fantasieën uit een vergeten hertogdom", uitgegeven bij uitgeverij Ertsberg.
Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant







