Op 5 juni 1288 vond de Slag bij Woeringen plaats, een confrontatie waarbij het hertogdom Brabant een overwinning behaalde op vorstendommen uit wat vandaag Nederland, Duitsland en Luxemburg zijn. De gevolgen lieten zich veel langer voelen dan de Guldensporenslag in 1302. Maar toch rept de Vlaamse geschiedschrijving nauwelijks over Woeringen. Dat heeft veel te maken met de onafhankelijkheid van België in 1830 en het land dat toen als onze grootste vijand werd beschouwd: Frankrijk.
Meer impact dan de Guldensporenslag, maar verdwenen uit geschiedenis: op 5 juni 1288 vond Slag bij Woeringen plaats
Samenvatting:
De Slag bij Woeringen (1288) was historisch gezien belangrijker dan de Guldensporenslag: hertog Jan I van Brabant versloeg een grote coalitie en de verworvenheden van die overwinning hielden maar liefst 500 jaar stand, tot het einde van het hertogdom in 1789.
De slag krijgt nauwelijks aandacht in de Vlaamse geschiedschrijving, omdat bij de stichting van België in 1830 bewust gekozen werd voor de Guldensporenslag als nationaal symbool tegen de Franse vijand – de Brabantse aanwezigheid aan Franse zijde in Kortrijk paste niet in dat verhaal.
Luc Pauwels bracht een boek uit, 'Het verhaal van Brabant', waarin hij op een humoristische manier de vergeten geschiedenis van het hertogdom Brabant opnieuw onder de aandacht brengt.
De veldslag bij Woeringen op 5 juni 1288 was 1 van de grotere in de Lage Landen in de middeleeuwen. De inzet voor het hertogdom Brabant was groot. Het ging over de aanhechting van extra grondgebied, het veiligstellen van handelswegen én een grotere inspraak van de burgers van de stad Keulen.
Hertog Jan I haalde dat allemaal binnen, en niet voor een paar jaar. De verworvenheden hielden 500 jaar lang stand, tot het einde van het hertogdom.
De slag bij Woeringen: Brabanders halen alle doelstellingen definitief binnen
De strijd ontbrandde rond het kleine hertogdommetje Limburg. Niet te verwarren met het huidige Limburg. Het hertogdommetje lag in de huidige provincie Luik aan de Vesder en heerste onder meer over de Voerstreek. Na de veldslag werd dat Brabants bezit.
De Brabanders versloegen in Woeringen ook de despotische aartsbisschop van Keulen. Zijn burgers waren tegen hem in opstand gekomen, mogelijk opgestookt door Jan I. Ze sloten zich aan bij het Brabantse leger.
Na de veldslag moest de aartsbisschop Keulen verlaten en kreeg de stad de rechten en vrijheden van de Brabantse steden. Die vrijheden gingen verder dan in de meeste steden van het Duitse rijk. Keulen kreeg daardoor een unieke positie als vrije Duitse rijksstad.
Het hertogdom Limburg lag aan de rechterkant van de Maas. Brabant lag aan de linkerkant. Door de verovering van Limburg kon Brabant ook de handelsweg naar Keulen voorbij zijn grondgebied beter in het oog houden.
En zoals gezegd: die verworvenheden hielden stand tot 1795 toen het oude hertogdom definitief werd opgeheven.
De Guldensporenslag: Vlamingen halen sommige doelstellingen tijdelijk binnen
Dat verliep bij de beruchte Guldensporenslag in 1302 wel anders. Amper 2 jaar later, in 1304 stonden de Fransen er al weer terug.
Een jaar later volgde voor de Vlamingen een vredesverdrag waarbij ze delen van Vlaanderen (onder meer Rijsel) moesten afstaan aan de Franse koning, zware schadeloosstellingen moesten betalen en een Franse bezettingsmacht moesten dulden.
Wat ze wel konden voorkomen, is dat heel het graafschap Vlaanderen werd toegevoegd aan het Franse kroondomein. De ambachten kregen ook een tijdlang meer sociale rechten.
Geen onbelangrijk detail: aan de kant van het Franse ridderleger stonden een hele hoop Brabanders. Het hertogdom Brabant en het graafschap Vlaanderen waren tijdens de middeleeuwen geduchte concurrenten.
Brabant was quasi even groot als Vlaanderen: het reikte van het huidige Waals-Brabant, over Vlaams-Brabant, heel de provincie Antwerpen en de Kempen tot Noord-Brabant in Nederland. En het was even rijk: de Brabantse steden Nijvel, Waver, Brussel, Leuven, Tienen, Zoutleeuw, Antwerpen, Lier, Turnhout, Bergen-op-Zoom, Breda, Tilburg, Eindhoven en 's-Hertogenbosch kenden welvaart en voorspoed.
De Guldensporenslag: nederlaag voor de Brabanders
Vlaanderen en Brabant lagen dan ook voortdurend op de loer om elkaar de loef af te steken. De Brabanders dachten in 1302 hun voordeel te halen uit de spanningen tussen Vlaanderen en de Franse koning. De Fransen even een zetje geven in Kortrijk en de Vlamingen mee helpen verslaan. Zo zouden de Brabanders hun invloed in Vlaanderen kunnen uitbreiden. Dachten ze.
De Brabantse aanvoerder, Godevaart van Brabant, heer van Aarschot, broer van de legendarisch hertog Jan I en oom van hertog Jan II, zou naar verluidt de voogdij over Gent krijgen. Godevaart was een ervaren strijder. Zo ervaren zelfs dat hij de Fransen waarschuwde dat ze niet zomaar over een volksleger heen konden stormen.
Maar die hielden geen rekening met de twijfels van Godevaart. Met alle gevolgen van dien. Ook de Brabanders gingen tijdens de Guldensporenslag ten onder. Evenwel niet zonder slag of stoot. Godevaart slaagde er zelfs in bij het begin van de veldslag door de Vlaamse linies te breken. Hij reed daarbij de aanvoerder van de Vlamingen, Willem Van Gulik, overhoop. Die werd zwaargewond van het slagveld afgevoerd.
Maar nadien liep het toch nog fout voor de Brabanders. Godevaart sneuvelde, net als zijn zoon en tientallen andere Brabantse ridders. Ze staan opgesomd in de Brabantse kronieken, waar de auteur klaagt dat het hertogdom voor honderd jaar adellijk bloed heeft verloren.
'Het verhaal van Brabant': waarom kent niemand de slag die véél groter was dan de Guldensporenslag?
De verkeerde feestdag?
Op 11 juli vieren de Brabanders dus eigenlijk de nederlaag van hun voorvaderen in Kortrijk. Terwijl ze op 5 juni hun overwinning in Woeringen zouden kunnen vieren. Toch is van dit alles weinig of niets terug te vinden in de klassieke Vlaamse geschiedschrijving.
En er is ook weinig terug te vinden over de opmerkelijk stevige inspraak van de Brabantse poorters, de stedelijke burgerij, in het bestuur van hun hertogen. De Brabanders konden die zelfs gewoon de wacht aanzeggen. Deed de hertog het niet goed, dan moesten ze hem niet langer gehoorzamen. Ze konden hun hertog bij wijze van spreken afzetten.
Dat werd zelfs officieel vastgelegd in het beruchte Charter van Kortenberg van 1312. Een raad zou over het lot van de hertog kunnen beslissen. Die raad bestond uit 4 edelen en 10 burgers.
Een meerderheid van burgers, dus. Daarmee ging het Charter van Kortenberg een flink stuk verder dan de beroemde Magna Carta uit 1215. De Engelsen zijn er enorm trots op, omdat de Magna Carta voor het eerst de macht van een vorst beperkt. Alleen: de Magna Carta bepaalt dat alleen de adel de macht van de koning kan inperken, niet de burgers.
Van al die feiten (en nog een pak andere) duikt bijzonder weinig op in onze Vlaamse geschiedschrijving. Het hertogdom Brabant en het graafschap Loon (grotendeels samenvallend met de huidige provincie Limburg) worden vaak gewoon vergeten. Ook in de televisiereeks 'Het verhaal van Vlaanderen' is geen sprake van de slag bij Woeringen. Hoe komt dat?
Ondergesneeuwd?
Veel heeft te maken met de stichting van België. Ons land zag in 1830 het licht, nadat het zich had afgescheiden van Nederland. Daarmee vormde het sinds 1815 een eenheid. Aan het begin van de 19e eeuw was dat zogenoemde "Verenigd Koninkrijk der Nederlanden" gesticht als een buffer tegen Frankrijk.
Frankrijk had zich met zijn revolutie en Napoleontische oorlogen ontwikkeld tot een ernstige bedreiging voor de andere Europese grootmachten: het Verenigd Koninkrijk, Pruisen en Oostenrijk-Hongarije. De Fransen waren daarbij gewoon over onze gewesten heen gewalst en hadden die aangehecht aan hun Franse republiek. Tot ze in 1815 hun definitieve nederlaag leden in Waterloo. De Fransen waren de grote vijand waartegen het nieuwe België zich moest afzetten.
Dan komt een "Belgische" overwinning tegen de Fransen mooi van pas. De Guldensporenslag was natuurlijk een uitstekende kandidaat. Een boerenleger uit Vlaanderen en Namen dat de Fransen verslaat: Hendrik Conscience maakte er met zijn "De Leeuw van Vlaanderen" een nationalistisch Belgisch pamflet van. Maar in dat pamflet sloeg de Brabantse aanwezigheid in Kortrijk natuurlijk als een tang op een varken.
Er werd dan ook besloten om er wijselijk zoveel mogelijk over te zwijgen. Ook toen de Guldensporenslag almaar meer werd ingezet om de Vlaamse identiteit tegen de Franssprekenden te benadrukken. Want die Brabanders in Kortrijk én hun hertogen spraken (Middel)Nederlands. Terwijl de Vlaamse graven (Oud)Frans spraken.
5 juni en niet 11 juli als nieuwe Vlaamse nationale feestdag?
Zo komt het dat 'Het verhaal van Brabant (en Limburg)' weinig plaats krijgt in onze gebruikelijke Vlaamse geschiedschrijving. Meerdere historici wezen daar ook op tijdens de reeks 'Het verhaal van Vlaanderen'. Ook daarin kwam Brabant te weinig in beeld, oordeelden sommigen.
Historicus Bruno De Wever, broer van onze huidige premier Bart De Wever, maakte daarover een opmerkelijke bedenking. Stel dat België was gesticht in 1919, vlak na de Eerste Wereldoorlog. Wie was dan de grote vijand?
Duitsland, natuurlijk. Dat had ons land 4 jaar lang bijna volledig had bezet en leeggeroofd. Een gewonnen veldslag tegen "de Duitsers" zou dan wel goed van pas komen. En we hadden er zo één. Een veldslag die bovendien nog gewonnen is in Duitsland zelf: Woeringen.
Mogelijk zou er dan geen sprake zijn geweest van 11 juli en het Vlaams Gewest. Maar misschien hadden we dan op 5 juni met z'n allen (West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, Antwerpen en Limburg) onze feestdag gevierd.
Niet de feestdag van Vlaanderen en de Vlaamse Gemeenschap. Maar die van Brabant en de Brabantse Gemeenschap. Met het Brabants als moedertaal, niet het Vlaams.
Iets om over na te denken, toch?
Luc Pauwels bracht deze week een boek uit, "Het verhaal van Brabant", waar hij op een humoristische manier het ondergesneeuwde hertogdom Brabant wat meer onder de aandacht wil brengen. Hij daagt zijn lezer voortdurend uit feiten van fictie te onderscheiden.
Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant





