Naar hoofdinhoud

Wat ligt, meer dan 30 jaar na de sluiting van de mijnen, nog onder de grond in Limburg?

Artikel luisteren
14min
Meer info

Wat zit er nog in de Limburgse ondergrond, 34 jaar na de sluiting van de laatste mijnen? Liggen er echt nog locomotieven, machines, duizenden liters afvalstoffen en honderden miljoenen kilogram kolen? Bjorn Verhoeven van Radio 2 Limburg trok op onderzoek.

Bjorn Verhoeven Cedric Van den Langenbergh
Gepubliceerd:

Radio 2 zoekt voor de 6e zomer op rij naar antwoorden op merkwaardige vragen en onverklaarbare volksverhalen uit Vlaanderen. In de Mysteries volg je de regio-reporters op hun zoektocht. Soms komt de waarheid boven, soms blijft het een mysterie. Beluister elke aflevering van de podcast op VRT MAX .

Op 30 september 1992, bijna 34 jaar geleden, kwam de laatste mijnwerker naar boven in Heusden-Zolder. De laatste steenkool in Limburg was gewonnen.

Het betekende het einde van de steenkoolproductie in ons land. Die was bijna een eeuw eerder begonnen.

In Limburg zijn in die tijd 7 mijnen geopend om 'het zwarte goud' te ontginnen. Dat had ook zijn kostprijs. Naar schatting 930 mijnwerkers lieten het leven in de Limburgse mijnen. 

BEKIJK
De sluiting van de mijnen lokte hevige emoties uit in Limburg.

De Limburgse mijnen vormden een uitgebreid ondergronds netwerk van honderden kilometers, verspreid over de 7 grote mijnsites. Vanuit een centrale schacht vertrokken grote betonnen steengangen in alle richtingen - elk met een eigen nummer of soms de naam van een echtgenote of liefje. De gangen waren tot 5 meter breed en hadden zelfs treinsporen. 

Aan het begin van een shift van 8 uur daalden mijnwerkers af in een ijzeren kooi, met wel 80 man tegelijk. De kooi zakte met 12 meter per seconde naar beneden. In 1 minuut tijd zat je al op 800 meter diepte. 

Een blik op de plattegrond van de Limburgse mijnen.

  • 1/4

    Het mijngebied strekte zich uit over verschillende gemeenten.

  • 2/4

    Het mijngebied strekte zich uit over verschillende gemeenten.

  • 3/4

    Het mijngebied strekte zich uit over verschillende gemeenten.

  • 4/4

    Een blik op de mijngangen in Zolder.

Eenmaal ondergronds aangekomen, reden ze met treintjes of speciale fietsen verder. Wie ver van de centrale schacht werkte, was tot 45 minuten onderweg.

De mijnen van Zolder, Houthalen en Beringen waren bovendien ondergronds met elkaar verbonden. Je kon in Houthalen afdalen en in Beringen weer bovenkomen. 

Zijn de schachten nog intact?

Na de sluiting stopten de mijnbeheerders ook de pompen die het grondwater uit de schachten wegpompten. Als gevolg daarvan liepen die gangen vol water. Lange tijd dachten oud-mijnwerkers dat alles was ingestort door de druk. 

"Dat klopt niet", zegt oud-mijnwerker Eddy Pluymers. Hij geeft vandaag nog dagelijks rondleidingen op de voormalige mijnsite in Heusden-Zolder. Een duiker die verlaten mijnen verkent, vertelde hem dat de waterdruk de gangen juist openhoudt. "Als we het water weer zouden wegpompen, zou je er in principe opnieuw doorheen kunnen wandelen. Alleen zal dat natuurlijk nooit gebeuren." 

Een blik op een mijnschacht in Limburg.

Volgens Robert Coens, die 20 jaar lang in de mijn van Beringen werkte, zijn er wel pogingen gedaan om de mijngangen dicht te maken. "Dat is gedaan om grondverzakkingen te voorkomen. Eerst bouw je rond de schacht een soort van muur of dam uit beton of steen. Wanneer je daarachter niet langer pompt, loopt alles vol water, maar je krijgt ook druk van het gesteente. Als er geen onderhoud gebeurt, sluiten de ruimtes zichzelf na verloop van tijd. De schachten betreden is dus immens gevaarlijk."  

Wat ligt er nog onder de grond?

De steenkool

Laten we starten bij de kolen zelf. Tussen 1917 en 1992 is in Limburg in totaal ongeveer 441 miljoen ton steenkool geproduceerd, ongeveer 32 procent van de totale Belgische productie. Doordat de mijnen niet sloten door uitputting, maar om economische redenen, zit er nog een gigantische reserve steenkool in de grond. 

"Als je naar de totale geologische reserve kijkt, gaat het om nog 30 miljard ton steenkool", schat Coens, "maar dat allemaal ontginnen is technisch moeilijk en economisch niet winstgevend. Als je wel met die criteria rekening houdt, kom je uit op ongeveer 800 miljoen ton. Dat zit voornamelijk in de grond onder Opglabbeek, de grens tussen Hechtel en Helchteren en de driehoek Meerhout-Balen-Leopoldsburg." 

Locomotieven begraven in betonnen bunkers

Bij de sluiting haalden de eigenaars nauwelijks materiaal naar boven. De reden was puur economisch: het kostte meer om alle machines en locomotieven boven te brengen dan ze als schroot waard waren. Slechts enkele interessante - lees kostbare - stukken zijn nog naar boven gehaald. Een hele wereld verdween in de Limburgse ondergrond. 

Daarbij zijn ook ontelbare wagons, volgens Coens. "Dat gaat om personeelswagons, maar ook wagons waarop containers stonden en natuurlijk de kolenwagens zelf. Grote machines kwamen in onderdelen naar beneden, elk op een wagonnetje. Steenkool werd dan dikwijls weer in een reeks van wel 60 wagonnetjes weggevoerd. De exemplaren die nu bovengronds zijn, maken slechts een klein percentage uit van alle gebruikte wagons." 

De wagons werden voor verschillende doelen gebruikt.

  • 1/2

    Steenkool werd in series van tientallen wagonnetjes naar boven gehaald.

  • 2/2

    Elke wagen kon 2 tot 3 ton steenkool vervoeren.

"Daarnaast zijn er nog nieuwe locomotieven naar onder gevaren", aldus Pluymers. "De mijnen hadden contracten met leveranciers en men was dus verplicht om de bestelde locomotieven effectief tot in de ondergrond te brengen, zelfs vlak voor de sluiting. Die locomotieven staan er nog steeds, ingemetseld in een grote betonnen bunker." 

Naast wagonnetjes gebruikten mijnwerkers ook spoorfietsen om zichzelf door de mijngangen te verplaatsen. Het ging dan om 2-zitters met een bak vooraan waarin materiaal mee kon. Later kwamen ook meer go-cart-achtige fietsen in gebruik voor louter personenvervoer. Ook die zijn veelal achtergebleven.

Er werden verschillende soorten spoorfietsen ingezet.

  • 1/3

    Er werden verschillende soorten spoorfietsen ingezet.

  • 2/3

    Er werden verschillende soorten spoorfietsen ingezet.

  • 3/3

    Er werden verschillende soorten spoorfietsen ingezet.

Al dat materiaal rolde door honderden kilometers aan gangen die dan weer gestut waren door zware metalen frames en schilbokken. Per schacht ging het om 100 tot 120 van die bokken, elk met de waarde van een Mercedes. Ook die zijn allemaal blijven zitten. 

Door die gangen liepen ook honderden kilometers aan sporen. Al weet niemand echt hoeveel kilometer aan sporen. "Voor Beringen schatten we het totaal op 105 kilometer. Voor Zolder en Houthalen samen schatten we dat op 165 kilometer in totaal", legt Coens uit. 

Kleiner werkmateriaal

Hij vermoedt ook dat er hier en daar nog wel wat spades zijn achtergebleven. Al benadrukt Coens dat de traditionele mijnwerker op den duur niet meer met een pikhouweel werkte. "Mijnwerkers evolueerden van de stoere, gespierde koolputter naar technici die werkten met hydraulica, pneumatica en elektriciteit. Dat weten veel mensen niet. Mensen van Philips en Ford kwamen les bij ons volgen."

Persoonlijk gereedschap is er wel, maar de ex-mijnwerker denkt dat dat veel minder is achtergebleven. "Denk dan aan een pikhamer en naalden om stukken kool of steen te splijten. We hadden ook speciale bijlen en een opvouwbare zaag die in je binnenzak paste. Iedereen droeg zorg voor dat materiaal en de meeste mijnwerkers zullen dat mee naar huis genomen hebben."

Een ecologische ramp

"Wat veel erger is", gaat Coens verder, "zijn de duizenden en duizenden liters olie, vet, emulsie, chemische producten en asbest. Dat kan allemaal het grondwater gecontamineerd hebben. Op die diepte zitten we eigenlijk echt met een kleine ecologische ramp." 

De oliën en vetten waren nodig om machines, locomotieven en pompen te laten lopen. Voor hydraulica werd de emulsie gebruikt, een olie gemengd met water die leek op melk. Het asbest kwam dan weer vooral voor in de herstelplaats voor de locomotieven. 

Onder de grond zijn duizenden liters olie, vet, chemische producten en asbest achtergebleven

Oud-mijnwerker Robert Coens

"We stelden zelf ook vaak ondergronds chemische stoffen samen", vertelt Coens. "Gesteente verstevigden we met polyurethaan. Anhydriet was dan weer een middel om de ruimte tussen panelen en het gesteente op te vullen. Isochaum werd ingezet om dammen te maken zodat methaan niet wegstroomde." 

Navraag leert ons dat de Vlaamse Milieumaatschappij geen actief onderzoek voert naar de mogelijke vervuiling. Bij de Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij OVAM erkent men dat er zaken zijn achtergebleven in de ondergrond. "Maar de terrils, opgebouwd uit mijnafval, zijn in de jaren 80 wel gesaneerd. Dat is eigenlijk de oorsprong van ons saneerbeleid", klinkt het. Naar aanleiding van het 30-jarig bestaan van dat beleid publiceerde OVAM onderstaande documentaire die start in de mijnen.

Een gigantische koelinstallatie

Naast de vele chemische stoffen is ook een gigantische koelinstallatie achtergebleven. Hitte was namelijk een dagelijkse realiteit voor de mijnwerkers door aardwarmte. "In Limburg is het constant 11 graden Celsius op een diepte tussen 10 en 15 meter. Per 100 meter dat je dieper gaat, stijgt de temperatuur met 3 graden", weet Coens. "In theorie is het dus 41 graden Celsius op een diepte van 1015 meter." 

Daarbij komt dan nog eens de warmte van machines, motoren en mijnwerkers. In de mijngangen was het vaak ook erg vochtig. Er kwamen ook gassen vrij, zoals methaan, koolstofmonoxide en koolzuurgas.  

BEKIJK
In 1975 maakte het toeristisch magazine 'Beentje Buiten' een reportage in een Limburgse mijn.

Al erg vroeg is men dus gestart met het verkoelen en verluchten van de mijnen. Vanaf 28 graden was men bovendien wettelijk verplicht om maatregelen te nemen, zoals het inkorten van shiften. Vanaf 30 graden hadden enkel nog bevoegden toegang.

"We werkten heel veel met ventilatie, maar dat volstond niet altijd. Een volgende oplossing was een grote koelinstallatie. Simpel gezegd hingen we een koelkast of diepvriezer op aan rails, waardoor lucht werd geblazen en gekoeld. Op het einde is er nog een splinternieuwe grote koelinstallatie geïnstalleerd. Die was 1,5 meter breed en 20 tot 25 meter lang. Ook die hebben we moeten inmetselen." In andere mijnen zoals die van Waterschei werd ook gewerkt met ijswater. 

Littekens in Limburgse bodem en op Limburgse zielen 

Zovele jaren later zijn de diepe wonden bij de Limburgse mijnwerkers nog altijd niet geheeld. 30 september 1992, de sluiting van de laatste mijn, was een traumatische dag voor duizenden mensen. Op het hoogtepunt van de activiteiten werkten er alleen al in de mijn van Zolder 10.000 mensen. Ook het overhaaste dichtgooien van de mijnschachten zet nog altijd kwaad bloed. 

Pluymers werkte zelf 15 jaar lang in de mijn, vanaf zijn 16e. Hij was die laatste dag niet ondergronds, omdat hij al bezig was aan een traject richting een nieuwe carrière. Die trajecten kaderden in de reconversie, het plan dat Limburg er bovenop moest helpen na de mijnsluitingen.

Oud-mijnwerker Eddy Pluymers bij het riooldeksel dat de mijnschacht in Zolder herdenkt.

"Dat werd je meegedeeld met een briefje aan je mijnwerkerslamp", blikt hij terug. Het afscheid - of gebrek eraan - blijft aan hem knagen. "Ik heb nooit afscheid kunnen nemen van de ondergrond. Het is de wonde die nooit zal dichtgaan. Het wordt een litteken, maar eentje waar we fier op zijn." 

Een skylounge en een ordinair riooldeksel

Op dit moment wordt in Heusden-Zolder de laatst overgebleven monumentale schachtbok gerenoveerd. Wanneer die renovatie klaar is, zal er plaats zijn voor het innovatieve XR-competentiecentrum 'De Skip'. Vanaf het najaar van 2027 kan je helemaal bovenin iets drinken in een skylounge met een 360-gradenpanorama over de herontwikkelde mijnsite en de omliggende groene mijnterrils. 

Waan je even op de mijnsite in Heusden-Zolder

  • 1/3

    De statige mijngebouwen staan nog recht.

  • 2/3

    De mijnschacht in kwestie ging 828 meter diep.

  • 3/3

    De overgebleven schachtbok wordt momenteel gerenoveerd en omgebouwd.

"Een bijkomende wonde is de afbraak van de andere schachtbok in september 1995", vertelt Pluymers. Hij staat bij een roestkleurig riooldeksel op wat nu een parking is. 

"Veel mensen weten niet dat op exact deze plaats tienduizenden mannen decennia lang werden opgeslokt door de rijke ondergrond. Honderden van hen zijn omgekomen, maar mensen weten niet dat dat zich allemaal hier heeft afgespeeld. Ik hoop oprecht dat er nog een budgetje overblijft voor een klein monument, want ons verleden verdient meer dan een ordinair riooldeksel."

LUISTER

Regionaal nieuws uit Limburg

Radio 2
Gepubliceerd:
3min

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"