Buitenlandse Zaken heeft nog tot 10 augustus de tijd om de terugkeer te faciliteren van een Belgische vrouw en haar 11-jarige dochter die opgesloten zitten in het Syrische kamp al-Roj. Als dat niet gebeurt, dreigt een dwangsom van 2.500 euro per dag.
Het Brusselse hof van beroep verplichtte de Belgische staat begin juni om "de nodige maatregelen te nemen" zodat een Belgische moeder en haar dochter vanuit al-Roj "de grens kunnen oversteken om naar België te komen".
Buitenlandse Zaken heeft het betekende arrest ontvangen, bevestigt de overheidsdienst aan persagentschap Belga. De betekening is vandaag door een gerechtsdeurwaarder bezorgd, waardoor de termijn van één maand om de uitspraak uit te voeren begint te lopen.
Dwangom dreigt
Het departement heeft nu tot 10 augustus de tijd om de moeder en dochter in staat te stellen de Syrische grens over te steken om terug te kunnen keren naar België.
Gebeurt dat niet, dan moet de staat een dwangsom betalen van 2.500 euro per dag met een maximum van 50.000 euro, te storten op een bankrekening op naam van de dochter.
De moeder kan eventuele dwangsommen niet ontvangen. Zij werd eind 2021 bij verstek veroordeeld tot 5 jaar voorwaardelijke gevangenisstraf vanwege haar deelname aan terroristische activiteiten in Syrië in 2015.
Zelf repatriëring gevraagd
De vrouw in kwestie was in 2014 vanuit België naar Turkije gereisd, waar ze trouwde om vervolgens met haar echtgenoot naar Syrië te reizen.
Sinds 2017 zitten zij en haar intussen 11-jarige dochter opgesloten in het kamp van al-Roj. Ruim een jaar geleden vroegen ze België om hun repatriëring mogelijk te maken.



