De Vlaamse Regering legt plannen voor ondergrondse pijpleidingen tussen Antwerpen en het Duitse Ruhrgebied opnieuw op tafel. Concreet wordt een waterstofleiding tussen de Antwerpse haven en de regio Halen/Tessenderlo in Limburg bekeken. Soortgelijke plannen belandden vorige legislatuur nog in de prullenbak na veel protest en vraagtekens. Op termijn wil men ook een leiding tussen Opwijk en Lievegem om CO₂ tussen Duitsland, Zeebrugge en de Noordzee te vervoeren. Een nieuwe taskforce moet alles stroomlijnen.
Vlaamse regering haalt pijpleidingstraten van onder het stof: overleg opgestart over tracé tussen Antwerpen en Halen
Heel kort gezegd maakt de leidingstraat tussen Antwerpen en het Duitse Ruhrgebied het mogelijk om waterstof en andere grondstoffen ondergronds op een veilige manier te transporteren, terwijl CO₂ afgevoerd kan worden.
Bovendien wijzen voorstanders op het feit dat de pijpleidingen een duurzaam alternatief kunnen zijn voor wegtransport, omdat ze duizenden vrachtwagens van de weg houden. Naast minder uitstoot heeft dat dan weer als gevolg dat ook de druk op regionale wegen vermindert.
Verduurzamen
"Wie onze industrie wil verduurzamen en verankeren, moet ook op tijd de noodzakelijke infrastructuur voorbereiden", zegt Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (CD&V). "Waterstof zal voor een aantal industriële processen een belangrijke rol blijven spelen. Vlaanderen moet daarom niet achter de feiten aanlopen, maar vandaag de ruimte voorbereiden die morgen nodig is."
In Limburg werden de voorbije jaren al verschillende leidingcorridors ruimtelijk vastgelegd: tussen Lommel, Ham en Tessenderlo (2009), tussen Tessenderlo en Diest (2015) en tussen Glabbeek en Halen (2024). De nieuwe schakel tussen Antwerpen en Halen moet die bestaande stukken verbinden tot één robuust netwerk van Antwerpen via Luik tot aan de Duitse grens.
Limburg is een cruciale schakel. We liggen op het kruispunt
Vlaams minister Jo Brouns (CD&V)
"Limburg is een cruciale schakel", zegt Brouns. "Als je naar de kaart kijkt, zie je dat onze provincie op het kruispunt ligt van de Antwerpse haven, de as langs het Albertkanaal, Luik en Duitsland. Dat biedt kansen voor investeringen en duurzame jobs, op voorwaarde dat we de verbinding tijdig voorbereiden."
Eerst overleg, dan tracé
Toch wil de Vlaamse regering nu eerst overleggen met alle betrokkenen voordat de routes worden vastgelegd, een duidelijke les uit het verleden. Toen 5 jaar geleden 3 voorgestelde tracés werden bekeken, botste dat op erg veel ongerustheid en bezwaar, ook in Limburg. Op die leiding mogen geen huizen staan, maar ook geen bossen. De plannen ontlokten veel protest bij lokale besturen, natuurverenigingen en omwonenden. In deze nieuwe visie worden de ingenomen stroken en leidingen alvast minder breed.
"Een leiding op een kaart is nog geen gedragen project", zegt de minister. "De les uit eerdere trajecten is duidelijk: overleg moet niet op het einde komen, maar helemaal aan het begin. Daarom zetten we lokale besturen en betrokkenen nu eerst rond de tafel. Geen voldongen feiten, wel een zorgvuldig proces waarin bezorgdheden ook echt kunnen leiden tot betere keuzes."
Uiteindelijk was het Zuhal Demir (N-VA), de voorganger van Brouns, die het project in de ijskast stopte. Als argument haalde ze onder meer aan dat het niet duidelijk was welke chemische stoffen de industrie via de leiding wilde transporteren.
Dat is volgens het kabinet Brouns nu ook anders. Leidingbeheerder Fluxys Hydrogen heeft in haar investeringsplan een verbinding tussen Antwerpen, Luik en Duitsland opgenomen met een mogelijke ingebruikname rond 2032. Die datum staat wel niet vast: de realisatie hangt af van de marktvraag, vergunningen, financiering en de verdere technische uitwerking.
Het Departement Omgeving zal nu samen met Fluxys en een omgevingsmanager in gesprek gaan met lokale besturen, landbouwers, bewoners, bedrijven en andere betrokkenen. Pas daarna volgt een startnota met een publieke raadpleging over de mogelijke routes.
Nieuwe taskforce voor leidingcorridors
Tegelijk richt de Vlaamse Regering een taskforce leidingcorridors op. Die moet voorkomen dat Vlaanderen telkens van nul begint wanneer nieuwe energie-infrastructuur nodig is. De taskforce brengt bestaande en geplande leidingen in kaart, identificeert ontbrekende schakels en werkt voorstellen uit voor nieuwe corridors. Ze rapporteert eind 2026 voor het eerst aan de Vlaamse regering.
Naast de waterstofverbinding zet Vlaanderen ook stappen voor een afzonderlijke CO₂-corridor tussen Opwijk en Lievegem. Die verbinding past in een groter traject van de Duitse grens naar Zeebrugge en de Noordzee, zodat industriële bedrijven CO₂ kunnen vervoeren naar export- en opslagmogelijkheden.
Cruciaal voor Limburgse economie
De Sociaal-Economische Raad van de Regio Limburg (SERR) benadrukt alvast hoe belangrijk de leidingcorridor kan zijn voor Limburg. "Die is cruciaal voor de duurzame transitie van onze industrie en voor het versterken van de Limburgse economische positie. Ze koppelt ons expliciet aan grootschalige economische kernen in Antwerpen en het Ruhrgebied en biedt onze bedrijven perspectief, rechtszekerheid en investeringskansen ", vertelt voorzitter Bart Lodewyckx.
SERR dringt er dan ook op aan dat het nieuwe tracé snel vastgelegd wordt. "Blijft de ruimtelijke reservatie uit, dan verliezen we kansen op nieuwe investeringen, vooruitgang en versterkte internationale concurrentiekracht", aldus Lodewyckx.
De SERR vraagt wel om rekening te houden met de impact op de huidige ruimtegebruikers. "Een zorgvuldige aanpak verenigt maatschappelijke, milieu- en economische belangen."
Regionaal nieuws uit Limburg




