De Kosovaarse politie heeft deze ochtend 5 Serviërs gearresteerd, onder wie 4 voormalige politieagenten. Dat zegt een procureur. De 5 worden ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij een oorlogsmisdaad in januari 1999. Toen vermoordden Servische troepen in het Kosovaarse dorp Recak 42 burgers. Het zijn de eerste arrestaties in een nieuw onderzoek naar het bloedbad.
Vijf Serviërs gearresteerd in onderzoek naar bloedbad in Kosovo eind jaren 90
"Deze personen zijn geïdentificeerd als leden van de speciale eenheden van de Servische politie ten tijde van de operatie van 15 januari 1999 in Recak", aldus procureur Ilir Morina. Er was ook een arrestatiebevel uitgevaardigd voor een 6e verdachte, maar die werd niet aangetroffen in zijn huis.
De operatie werd vanochtend uitgevoerd. Er werden verder ook wapens, delen van uniformen, handboeien, 43 stuks munitie, een beschermingsmasker tegen chemicaliën, overheidsdocumenten, mobiele telefoons en cash geld in beslag genomen, schrijft de Kosovaarse krant Koha.
Nog 21 andere verdachten
Het gaat om het 2e onderzoek dat het Kosovaarse gerecht heeft opgestart naar het bloedbad van Recak.
Op 20 juli is er een preliminaire zitting gepland in een proces tegen 21 andere Serviërs wegens hun vermeende rol in de executies, onder wie voormalige hoge functionarissen van de Servische politie. Ze worden beschuldigd van doodslag, foltering, onmenselijke behandeling, vernieling van eigendommen en deportatie van Albanese burgers uit Kosovo.
Onder de 21 verdachten bevinden zich de voormalige chef van de Servische politie Obrad Stevanovic en de voormalige chef van de inlichtingendiensten Rade Markovic, en verder ook 2 generaals en 2 kolonels.
Omdat de beschuldigden op de vlucht zijn, hebben de Kosovaarse openbare aanklagers gevraagd om het proces bij verstek te voeren.
Een van de zwaarste misdaden in de Kosovo-oorlog
In Recak werden volgens de tenlastelegging 42 Kosovaars-Albanese burgers van alle leeftijden en geslachten op brute wijze vermoord door Servische veiligheidstroepen.
Het bloedbad was een van de zwaarste misdaden tegen burgers tijdens de Kosovo-oorlog van 1998-1999. Het werd een keerpunt in het conflict. Het veroorzaakte verontwaardiging in het Westen en leidde tot NAVO-bombardementen in Servië, zowel op militaire doelwitten als op burgerdoelwitten zoals bruggen, fabrieken en ziekenhuizen. Die bombardementen duurden van 24 maart 1999 tot 10 juni 1999.
Het was een van de laatste oprispingen in de burgeroorlog die in de jaren 90 in de Balkan woedde toen Joegoslavië uit elkaar viel. Die kostte volgens schattingen 130.000 tot 140.000 mensenlevens, waarvan de helft burgers. De oorlog eindigde in 2001, maar de etnische spanningen in de regio blijven tot vandaag doorwerken.

