Twee geplande ontmoetingen 'op hoog niveau' tussen de Europese Unie en Peking werden plots geschrapt door de Chinese overheid. Een reden voor de annulering werd niet gegeven. Maar het is een signaal dat China niet echt gelukkig is met Europese plannen om onze industrie te wapenen tegen Chinese concurrentie. Daarvoor is het overigens al 5 over 12.
China 'cancelt' gesprekken met de Europese Unie: wat is er aan de hand?
Een gepland gesprek in Peking over digitale kwesties 'op hoog niveau' en een ontmoeting met een topman van de Europese diplomatieke dienst werden deze maand plots geschrapt door de Chinese overheid. Dat schrijft de Financial Times op basis van een goed ingelichte bron binnen de Europese Unie. Over de reden van de annulering is niets bekend.
Annuleren van geplande gesprekken en ontmoetingen is wel vaker een diplomatiek wapen dat wordt ingezet als er ruis zit op de relatie. Vorig jaar nog annuleerde de Europese Unie een economische top in Peking omdat er geen oplossing in zicht was voor een reeks handelsgeschillen.
Europa voelt zich almaar meer in het nauw gedreven door toenemende concurrentie uit China. Tot voor kort reageerde de Europese Unie bijzonder verdeeld op het groeiende handelstekort. Bij stemmingen over importtarieven voor elektrische auto's stemden Frankrijk en Italië vóór om hun eigen autoindustrie te beschermen. Duitsland en Hongarije stemden dan weer tegen: Duitsland om zijn export van BMW's en Mercedessen niet in gevaar te brengen, Hongarije omdat ze van China grote investeringen cadeau kregen in de vorm van batterijfabrieken.
Buy European
Maar daar komt langzamerhand verandering in. De Duitse industrie noemde de "oneerlijke" concurrentie uit China enkele dagen geleden "catastrofaal" en een bedreiging voor het fundament van de Duitse industrie. Premier Bart De Wever deed iets gelijkaardigs in een brief aan commissievoorzitter Ursula von der Leyen. "China verwoest onze industrie" klonk het daar.
In de Europese commissie hebben ze intussen 'de memo' gekregen. Op 6 maart stelde de bevoegde eurocommissaris de zogenoemde Industrial Accelerator Act voor, een wetsvoorstel dat het aandeel van de industriële economie in het Europese bbp weer moet opkrikken tot 20 procent. Nu is dat nog amper 14,3 procent.
Zo zouden bedrijven meer leveranciers binnen de EU moeten zoeken, krijgen Europese bedrijven bij overheidsopdrachten voorrang en zouden Chinese bedrijven verplicht worden om technologische kennis over te dragen als ze zich hier willen vestigen. Dat is trouwens een eis die China decennialang heeft opgelegd aan buitenlandse bedrijven.
Voorlopig gaat het nog om een wetsvoorstel, dat ten vroegste eind dit jaar zou worden aangenomen. Maar China ziet de bui al hangen en noemt de voorstellen "systematisch discriminerend". De overheid dreigt ook met economische tegenmaatregelen en procedures bij de Wereldhandelsorganisatie tegen de Europese Unie.
China op het menu
Een reden voor de plotse annulering van de geplande gesprekken in Peking is dan ook niet ver te zoeken. Volgende week zitten de Europese regeringsleiders en staatshoofden rond de tafel in Brussel, amper een dag na de top van de G7 in Frankrijk. Naast Oekraïne en de oorlog in het Midden-Oosten staat daar ook "competitiviteit en globale economische uitdagingen" op het menu. Codetaal voor China is dat.
In een poging om de dialoog gaande te houden, organiseert de Franse president Macron vandaag een videoconferentie tussen de G7 en China. Het thema daar is de aanpak van "de wereldwijde handelsonevenwichten".
Tijdens een ontmoeting met 2 Europese denktanks afgelopen dinsdag dreef premier Bart De Wever de spot met die frasering: "Ze noemen het "wereldwijde handelsonevenwichten" om toch vooral China niet te noemen, want zelfs dat durven we niet meer."
En onze economische relatie met China loopt al een tijd scheef. Het handelstekort tussen de EU en China bedraagt nu al meer dan een miljard euro per dag (!) en groeit nog altijd. Met andere woorden, het verschil tussen de stroom goederen die vanuit China naar Europa komt en omgekeerd wordt steeds groter.
Door de Amerikaanse importtarieven is de Europese markt voor Chinese fabrikanten nog belangrijker geworden. In het eerste kwartaal van dit jaar groeide de waarde van de invoer uit China tot 145 miljard euro. Het gaat dan vooral om machines en machineonderdelen, microchips, batterijen, elektrische auto's en grondstoffen voor de industrie.
Eendracht maakt macht
Tegelijkertijd daalde de Europese uitvoer naar China. Europese fabrikanten verliezen er marktaandeel omdat Chinese consumenten steeds vaker voor eigen merken kiezen. Vooral de Duitse auto-industrie wordt daar zwaar door getroffen. Tot voor kort was een buitenlandse auto in China een statussymbool, nu kiezen Chinezen steeds vaker voor Chinese merken. Maar ook in ons land voelen we dat, bijvoorbeeld in de chemische sector en de metaalindustrie.
Beluister het gesprek met Veerle De Vos in De Ochtend



