"Ik kan mijn masteropleiding helaas niet meer betalen", zegt de Amerikaanse modestudent Adam Denzler (22). En dus geeft hij vanavond - noodgedwongen - voor de laatste keer het beste van zichzelf tijdens het jaarlijkse eindejaarsdefilé van de modeafdeling van de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten. Door de verminderde steun van de Vlaamse regering voelen tal van hogeronderwijsinstellingen zich gedwongen om de studiegelden voor niet-Europeanen fors te verhogen.
Amerikaanse modestudent Adam moet Antwerpse droom opbergen door hogere studiegelden voor niet-Europeanen
In het kort:
Amerikaanse modestudent Adam Denzler (22) kan zijn opleiding niet afmaken, omdat het inschrijvingsgeld van de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten fors verhoogt voor niet-EER-studenten.
Dat is het gevolg van een inperking van de overheidsfinanciering voor niet-EER-studenten tot 2 procent van de studentenpopulatie per school.
Vooral het Antwerps kunstonderwijs wordt zwaar getroffen, door het hoge aandeel studenten van buiten de EU, met zelfs 40 procent in de modeafdeling.
Ook universiteiten zoals de VUB, KUL en UHasselt worden zwaar geraakt, door hun uitgebreid Engelstalig aanbod.
De laatste draden worden weggeknipt, de naden gestreken, de modellen aangekleed. Op dit moment is Adam Denzler volop bezig met de laatste voorbereidingen voor ‘SHOW 26’ : het eindejaarsdefilé waar alle studenten van de modeafdeling een jaar lang naartoe werken.
Vanavond toont hij vol trots zijn derde én laatste collectie onder de vleugels van de modeafdeling van de Academie voor Schone Kunsten Antwerpen. 8 speelse, kleurrijke silhouetten, stuk voor stuk gemaakt met geüpcyclede materialen. "Een ethische keuze, maar eerlijk gezegd komt het financieel ook beter uit", geeft de jonge ontwerper lachend toe.
Bekijk: de speelse derdejaarscollectie van Adam én het creatieproces.
Tot 25.000 euro per academiejaar
Want de opleiding mode is nu al kostelijk voor niet-Europese studenten. Of correcter: niet-EER-studenten. Studenten die niet afkomstig zijn uit de Europese Unie, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein.
Waar een student uit België of uit de Europese Economische Ruimte (EER) zo’n 1.180 euro per academiejaar betaalt, is dat voor een niet-EER-student vandaag al meer dan 8.000 euro. Maar vanaf volgend jaar gaat dat bedrag fors omhoog, door de beslissing van Vlaams onderwijsminister Zuhal Demir (N-VA) om minder publieke middelen vrij te maken voor deze groep studenten.
Nieuwe niet-EER-studenten die zich inschrijven aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen of de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen (waar de mode-afdeling deel van uitmaakt), zullen vanaf volgend academiejaar 25.000 euro per jaar betalen.
Voor wie al gestart is met de opleiding, blijft het tarief voorlopig lager: zij betalen volgend jaar 13.500 euro om verder te studeren. Wat er na het academiejaar 2026-2027 met dat bedrag gebeurt, is nog niet beslist.
Over welke beleidsmaatregel gaat het?
De Vlaamse regering beperkt de financiering voor studenten van buiten de Europese Economische Ruimte (EER) tot maximaal 2 procent van het totale aantal studenten per onderwijsinstelling. Die maatregel levert de overheid zo'n 30,7 miljoen euro op.
De regel bestond al langer, maar werd in de praktijk nauwelijks toegepast. Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) heeft besloten dat dat vanaf nu wél zal gebeuren.
Heel wat Vlaamse onderwijsinstellingen overschrijden de grens van 2 procent. Voor het aandeel niet-EER-studenten boven die drempel ontvangen zij voortaan geen of nauwelijks werkingsmiddelen meer, terwijl de kosten identiek blijven. De meeste scholen zien zich daarom genoodzaakt het inschrijvingsgeld vanaf volgend academiejaar fors te verhogen voor studenten van buiten de EER.
De financiële puzzel van een niet-EER-student
Het nieuws over die verhoging van het studiegeld kwam zwaar binnen bij Adam. Want voor hem betekent dit het einde van zijn studies. "8.000 euro per jaar kon ik financieel net redden. Maar 13.500 lukt me niet meer. Niet met alle bijkomende kosten die erbij komen kijken: je stoffen, je materiaal, fotoshoots, en niet te vergeten: mijn huur."
Adam groeide op in de VS met een alleenstaande mama die werkt als leerkracht. "In het middelbaar begon ik te dromen van een carrière als ontwerper. Via YouTube maakte ik kennis met ontwerpers als de Britse Alexander McQueen en de Belgische Martin Margiela." Een carrièrepad was gekozen.
"Om me te helpen die droom waar te maken, heeft mijn familie een klein studiefonds bij elkaar gespaard", vertelt hij. "Ik weet hoe geprivilegieerd ik ben dat ze mij überhaupt konden steunen. Maar we hebben geen enorme middelen. In de modewereld lijkt het vaak normaal dat studenten jarenlang door hun ouders onderhouden worden. Dat is niet mijn realiteit."
Antwerpen als enige betaalbare modeschool op topniveau
"Om zoveel mogelijk kosten zelf te dragen, doe ik freelancewerk in de mode. Maar tijdens de zomermaanden wil ik graag terug naar huis om mijn familie te zien. Dus veel tijd voor een vakantiejob blijft er niet over."
Een studielening wil Adam koste wat kost vermijden. Niet alleen omdat het bedrag snel oploopt, maar ook door hoe de modesector zelf is opgebouwd. "Veel stages zijn onbetaald of slecht betaald", zegt hij. "Dan begin je al met schulden nog voor je carrière echt begonnen is."
Antwerpen was de enige modeopleiding van topniveau waar je geen vele tienduizenden euro's per jaar moest betalen
Adam Denzler, derdejaarsstudent Modeafdeling Antwerpen
Die financiële realiteit speelde een grote rol bij zijn studiekeuze. Adam vergeleek verschillende internationale topopleidingen. "New York, Londen, Parijs…. Antwerpen bleek uiteindelijk het meest haalbare doel. Het was de enige modeopleiding van topniveau waar je geen vele tienduizenden euro’s per jaar moest betalen."
De inhoudelijke aantrekkingskracht van de school was er ook. "De geschiedenis van de academie, de Antwerpse Zes, de experimentele aanpak: dat sprak me enorm aan. Maar er was ook die praktische realiteit."
“Medestudenten uit Peru, Brazilië en Zimbabwe”
Vandaag trekt de Antwerpse modeafdeling elk jaar studenten uit de hele wereld aan. Slechts een minderheid komt uit België: zo’n 15 procent. 45 procent van de studenten komt uit de EER-zone, en 40 procent uit de niet-EER-zone. Het is precies die internationale samenstelling die de school uniek maakt - en die nu onder druk komt te staan.
Volgens Adam is dat een spijtige evolutie. "Het lijkt me onvermijdelijk dat de modeafdeling nu een veel Europeser karakter zal krijgen", zegt hij. "En dat is een groot verlies. Net die smeltkroes van nationaliteiten van alle continenten is zo’n grote meerwaarde. Je voelt dat die vrees ook leeft bij het personeel van de school."
"Ik heb lessen gevolgd met mensen uit België en Nederland, maar ook uit Peru, Brazilië en Zimbabwe. Dat verandert hoe je naar de wereld kijkt. Je leert niet enkel van de leerkrachten, maar ook van elkaar."
Een toekomst zonder masterdiploma
Van die internationale omgeving neemt Adam vandaag en morgen afscheid, tijdens de twee voorstellingen van ‘SHOW 26 ’. Dat het de laatste keer zal zijn, dringt - tussen zenuwen, fittings en deadlines - nog niet volledig door. Maar straks neemt hij wel degelijk afscheid van de academie, van Antwerpen én van België.
"Het is vreemd, maar de grote emoties zijn voorlopig nog uitgebleven. Misschien komen die straks wel, wanneer ik mijn familie in de zaal zie zitten." Die familie is speciaal voor de gelegenheid naar België gereisd.
Bekijk: Adams collectie van vorig academiejaar, tijdens SHOW 25.
Hierna begint voor Adam een onzekere periode. Hij hoopt een betaalde stage te vinden, ook al heeft hij enkel dat bachelordiploma op zak. "Ik mag van geluk spreken dat ik dat net heb kunnen behalen voor de verhoging van de studiegelden."
Zijn toekomst ligt niet in België, maar elders in Europa of mogelijk in New York. "Ik probeer gewoon financieel stabiel te worden. Van stage naar werk, stap voor stap. Geen evidentie in de modewereld."
Zijn grote droom blijft ontwerpen, al ziet hij zichzelf niet meteen aan het hoofd van een groot modemerk. "Ik wil liever bijdragen aan een eerlijkere en tragere mode-industrie", zegt hij. "Minder produceren, bewuster omgaan met mensen, met arbeid en met materialen. Dat klinkt misschien naïef, maar ik wil tenminste proberen."
Maar eerst is er dus nog die laatste show. En de laatste wandeling door de gangen van de academie waarvoor hij ooit de halve wereld overstak. "Ik ben vooral dankbaar dat ik hier überhaupt heb mogen zijn”, zegt hij. “Dat alleen al voelt soms nog altijd onwerkelijk."
Hoe zit het in de rest van het hoger onderwijs?
Zowel het Koninklijk Conservatorium Antwerpen als de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen, beide onderdeel van AP Hogeschool Antwerpen, worden hard getroffen door de 2 procent-regel voor niet-EER-studenten. Samen tellen de twee opleidingen ongeveer 1.400 studenten, waarvan zo’n 18 procent uit niet-EER-landen komt.
Binnen de modeafdeling van de Academie ligt dat aandeel nog hoger: daar komt ongeveer 40 procent van de studenten van buiten de EER. Door de beperkte schaal van de opleiding heeft het verlies aan werkingsmiddelen daar een relatief grote impact in vergelijking met grotere instellingen.
Ook het conservatorium van Brussel heeft met 10 procent een hoog percentage niet-Europese studenten. Voor hen verhoogt het inschrijvingsgeld van 9.000 euro naar 17.500 euro.
En ook de universiteiten worden flink getroffen. Zij bieden meer Engelstalige opleidingen aan, waardoor ze meer internationale studenten aantrekken. Vooral de Vrije Universiteit Brussel telt relatief veel niet-EER-studenten: in academiejaar 2024-2025 ging het om ruim 14 procent op een totaal van ongeveer 25.000 studenten. Daarna volgen UHasselt en KU Leuven met elk 12 procent.
Slechts een beperkt aantal instellingen blijft onder of rond de 2 procent-grens, waaronder Arteveldehogeschool, VIVES en UCLL. Het merendeel van de hogeronderwijsinstellingen ziet zich genoodzaakt de studiegelden voor opleidingen met veel niet-EER-studenten te verhogen.
(Bron: Dataloep.be , academiejaar 2024-2025)
Regionaal nieuws uit Antwerpen















