De Organisatie van Olie-exporterende Landen (OPEC) speelt al sinds de jaren 60 een sleutelrol in het bepalen van de wereldwijde olieprijzen. De organisatie heeft op die manier ook een grote invloed op de wereldeconomie. Nu de Verenigde Arabische Emiraten eruit stappen: uit welke landen bestaat de OPEC en wat is het doel van de organisatie?
Nu de Emiraten eruit stappen: wat is de OPEC en wat is het doel van het oliekartel?
Wat is OPEC?
OPEC staat voor Organization of the Petroleum Exporting Countries (Organisatie van Olie-exporterende Landen). Het is een samenwerkingsverband van een aantal belangrijke olieproducerende en -exporterende landen, hoofdzakelijk uit het Midden-Oosten en Afrika.
Het oliekartel werd in 1960 opgericht door Iran, Irak, Koeweit, Saudi-Arabië en Venezuela. In de loop der jaren sloten zich nog meer landen aan. Sommige daarvan haakten later weer af.
Momenteel bestaat de OPEC uit 12 landen: naast de 5 stichtende landen zijn ook Libië, de Verenigde Arabische Emiraten, Algerije, Nigeria, Gabon, Equatoriaal-Guinea en de Democratische Republiek Congo lid. De Verenigde Arabische Emiraten, lid sinds 1967 (als Abu Dhabi en sinds 1971 als VAE), zullen er dus op 1 mei uitstappen, waardoor er nog 11 landen overblijven.
De OPEC-landen staan in voor ongeveer 40 procent van de wereldwijde jaarlijkse olieproductie. De grootste olieproducent binnen OPEC is Saudi-Arabië. Het hoofdkantoor van de OPEC bevindt zich sinds 1965 in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen. Naast de OPEC bestaat er sinds een jaar of 10 ook nog zoiets als OPEC+. Er zijn namelijk heel wat landen die niet tot de OPEC behoren, maar wel als bondgenoten van de organisatie worden beschouwd. Samen met de OPEC vormen zij dus OPEC+. Het gaat onder meer om Rusland, Kazachstan, Mexico, Azerbeidzjan en Soedan. In totaal zijn ze met 22 (21 vanaf 1 mei).
Wat doet OPEC?
Ten tijde van de oprichting, begin jaren 60, werd de wereldwijde oliemarkt gedomineerd door een aantal machtige westerse oliebedrijven, ook wel de "Zeven Zussen" genoemd. Die bedrijven controleerden zo goed als alle productie en waren dan ook bepalend voor de wereldwijde olieprijs.
De OPEC is opgericht met als doel het oliebeleid van de lidstaten op elkaar af te stemmen. Op die manier willen de olie-exporterende landen naar eigen zeggen een wereldwijde olieprijs vaststellen die voor zowel consumenten als producenten redelijk is, ervoor zorgen dat er een betrouwbaar aanbod aan olie is en de over hun eigen natuurlijke hulpbronnen weer opeisen.
Concreet houdt dat in dat de OPEC-landen geregeld samenkomen en afspreken hoeveel olie elk land zal produceren. Zo beslissen ze soms om samen minder olie op te pompen, om zo de olieprijs omhoog te duwen. Het economische spel van vraag en aanbod: als er minder olie op de markt beschikbaar is, stijgt automatisch de prijs. Soms beslist de OPEC ook om minder olie op te pompen, omdat de organisatie ervan uitgaat dat de vraag naar olie zal dalen.
Die gezamenlijke beperking van de olieproductie is echter niet altijd zo gezamenlijk als het lijkt. Er leven al langer dan vandaag spanningen binnen het oliekartel. Soms willen landen eigenlijk meer olie op de markt brengen om zo ook meer geld te verdienen, maar zijn ze gebonden aan de beperkingen binnen de OPEC, waar vooral Saudi-Arabië veel invloed heeft. Daardoor stappen landen uiteindelijk soms uit de OPEC, zoals de Emiraten vandaag hebben aangekondigd.
Omgekeerd daalt de prijs als de OPEC beslist om meer olie op te pompen. Al gebeurt dat minder vaak, aangezien de OPEC-landen daar zelf minder baat bij hebben. Een hoge olieprijs brengt nu eenmaal meer geld in het laatje.
Olie als politiek wapen
De OPEC heeft dus een zeer direct instrument in handen om de wereldeconomie te beïnvloeden. Nog meer als er afspraken worden gemaakt binnen OPEC+. De beslissingen van OPEC of OPEC+ worden dan ook niet altijd in dank afgenomen door de rest van de internationale gemeenschap. Temeer omdat de organisatie niet altijd puur economische motieven heeft, maar soms ook gewoon regelrechte politieke beslissingen neemt. De meest bekende is allicht het olie-embargo in de jaren 70.
Eind 1973 beslisten de OPEC-landen om hun productie te halveren. Als gevolg daarvan werd een vat olie op de wereldmarkt 4 keer duurder. De OPEC nam die beslissing als vergelding voor de westerse steun aan Israël tijdens de Jom Kipoeroorlog in datzelfde jaar.
De halvering van de productie stuwde niet alleen de olieprijs omhoog, de beslissing was ook heel zichtbaar in het straatbeeld in het Westen. Lange rijen aan benzinestations, waar brandstof schaarser werd, en bijna verlaten snelwegen. In Europa was het olie-embargo van de OPEC ook het startschot voor de verplichte autoloze zondagen.
In ruimere economische zin luidde het embargo ook een periode van hoge en hoge werkloosheid in.
De invloed die de OPEC heeft op de wereldeconomie is extra omstreden, omdat heel wat lidstaten regimes zijn met een bedenkelijke reputatie. Het gaat in sommige gevallen om autoritaire of zelfs dictatoriale regimes die er niet voor terugdeinzen om energie als een politiek wapen in te zetten.
Op lange termijn zal die invloed wel afnemen, aangezien de wereldeconomie de transitie maakt van naar . Zelfs oliereus Saudi-Arabië zet daar op in. Maar die transitie verloopt heel erg traag, waardoor de OPEC nog wel even een sleutelrol zal blijven spelen.
Daarnaast is het de vraag of nog meer landen de Emiraten zullen volgen door uit de OPEC te stappen en het kartel op die manier niet zijn eigen graf graaft.


