Naar hoofdinhoud

Vloeibare macht: olie als geopolitiek wapen

Artikel luisteren
10min
Meer info

Oorlog heeft zwaar ongewenste gevolgen en leidt tot enorme wanordelijkheden. Zoals de aanvoer van olie en gas naar de rest van de wereld heftig wordt verstoord door de oorlog om Iran die is ontketend door de VS en Israël. De geblokkeerde aanvoerroute door de Straat van Hormuz veroorzaakt chaos en prijsstijgingen aan de pomp. Het inflatiespook is terug. Deze week richt Björn Soenens zijn blik op de ontwrichtende geopolitieke gevolgen van olieschokken.

De blik van Björn

"De ergste vloek die de techniek over ons heeft gebracht, is dat zij het onmogelijk maakt de actualiteit ook maar één seconde te vergeten." Woorden van Stefan Zweig in het beroemde boek 'De wereld van gisteren'. Elke zondag richt Björn Soenens zijn blik op de wereld en wat daarin verschuift en wankelt. Intussen proberen we met z'n allen niet mentaal te bezwijken onder de kolkende nieuwsstroom.

Er zijn momenten in de geschiedenis waarop de wereld even stopt met ademen. Oktober 1973 was zo'n moment. De olieproducerende OPEC-landen draaiden de kraan dicht. Niet uit technische noodzaak, maar uit politieke woede. Het was een vergelding voor de westerse steun aan Israël tijdens de Jom Kippoeroorlog.

Plotseling stonden er in Amerika files aan benzinestations. In Europa kregen we verplichte autoloze zondagen. De Belgische snelwegen, normaal een symfonie van rode achterlichten, lagen er stil bij, als verlaten rivierbeddingen.

Krijgen we weer meer autoloze zondagen?

Ik was een jaar of 5 toen en ik herinner mij levendig hoe ik met mijn kleine kinderfiets zonder gevaar op de grote weg zonder auto’s kon en voor 1 keer mocht rijden. Ik denk vaak aan die ervaring als ik vandaag zie wat er in het Midden-Oosten aan de gang is.

Ik herinner me de stilte die toen neerdaalde over een wereld die dacht dat economische groei vanzelfsprekend was, dat energie altijd goedkoop zou blijven, en dat de toekomst een rechte lijn was die alleen maar omhoog wees. Die illusie stierf in de herfst van 1973. Een jaar later mocht ik naar het eerste leerjaar bij meester Luc.

Wat de olieschok van dat jaar blootlegde, was niet alleen de kwetsbaarheid van westerse economieën. Het onthulde een fundamentele machtsverschuiving. Voor het eerst beseften de olielanden — Saudi-Arabië, Iran, Koeweit — dat zij de kaarten in handen hadden. 

Olie was geen handelsproduct meer. Het was een wapen. Een politiek instrument. En het Westen had zich, zonder het te beseffen, volledig afhankelijk gemaakt van mensen die het niet noodzakelijk goed gezind waren.

De economische gevolgen van de olieboycot waren verwoestend. De stagflatie van de jaren zeventig — die paradoxale en giftige combinatie van hoge inflatie én hoge werkloosheid die de klassieke economische theorie op haar kop zette — was voor een groot deel het kind van die olieschok.

De wereldmarktprijs voor olie verviervoudigde. De OPEC-landen halveerden hun productie. Het was een pijnlijke straf voor het westen. De Federal Reserve (de Amerikaanse nationale bank) zou jaren later, onder de leiding van de door president Carter aangestelde Paul Volcker, de rente tot absurde hoogten - tot een piek van 21,5 percent in juni 1981 - opschroeven om de inflatie te breken.

De remedie lukte, maar ten koste van een zeer zware recessie. Het was economische chirurgie met de botte bijl. Onze maatschappijen waren toen – nog véél meer dan nu - ontzettend afhankelijk van olie uit het Midden-Oosten. 

Energiezekerheid is nationale veiligheid

De tweede olieschok, in 1979, na de Iraanse Revolutie, bevestigde wat velen hoopten te vergeten: dit was structureel, geen uitzondering. Ayatollah Khomeini had niet alleen de sjah verdreven. Hij had ook de oliemarkten opnieuw in paniek gestort. De prijs verdubbelde bijna.

In het Westen groeide langzaam het besef dat energiezekerheid een nationale veiligheidskwestie was. Van een groene omslag was toen nog geen sprake, al waarschuwde de Club van Rome met zijn rapport “Grenzen aan de groei” in 1972 al voor economische en ecologische schokken bij ongebreideld gebruik van fossiele brandstoffen.

De oorlog in Irak was ook een oorlog gehuld in oliebelangen.

Die gedachte zou de geopolitiek van de decennia daarna sturen. De Amerikaanse aanwezigheid in de Perzische Golf was dus niet toevallig — ze was simpelweg existentieel. Elke president na Jimmy Carter (1977-1981) zou die aanwezigheid versterken, rechtvaardigen, en verdedigen.

Toen Saddam Hoessein Koeweit binnenviel in augustus 1990, kwam de westerse reactie razend snel. Niet omdat Koeweit een democratie was die moest worden verdedigd. Maar omdat Koeweit veel olie had.

De val van de Berlijnse Muur en het einde van de Koude Oorlog in 1989 brachten een korte periode van optimisme. Maar het zwarte goud bleef de dominante achtergrondmuziek van de internationale politiek.

De invasie van Irak in 2003 — officieel over massavernietigingswapens die er niet bleken te zijn — had altijd een oliegeur om zich heen hangen, hoe vaak dat ook ontkend werd.

De tv-serie 'Landman' schetst Amerika als olieverslaafde natie.

Intussen veranderde de wereld van binnenuit. De fracking, de schalieolie- en gasboom in Amerika, die rond 2010 op gang kwam, herdefinieerde de machtsbalans opnieuw. Voor het eerst in decennia werden de Verenigde Staten een netto-exporteur van energie. Het maakte de VS later onder Trump ook weer assertiever en arroganter.

Ik heb ontzettend veel olievelden gezien in de VS en een pak olieboeren geïnterviewd: in Oklahoma, in Kansas, in Californië, laverend tussen de olie- en gasvelden in het noorden van de staat Montana, en in Texas, waar ik me soms een personage waande in 'Landman', de straffe Amerikaanse tv-serie uit 2024 (Streamz), een rauw portret van een hebzuchtige en meedogenloze industrie. 

'Landman' - de betere en eigentijdse versie van 'Dallas' uit de jaren 80 met de gemene J.R. Ewing - zet de Amerikaanse samenleving (in de kosmos van West-Texas) neer als een natie van verslaafden aan olie. Olie zorgt voor een enorme toestroom van geld, wat leidt tot een snelle opkomst van regio’s in de VS, in een cyclus van boom and bust. Pompen en daarna (soms) weer verzuipen.

De wereldmarktprijs

Belangrijk om te weten: de prijs van de olie wordt niet per land bepaald, maar op de wereldmarkt. Daarom helpt het heus niet dat Amerika zelf veel olie produceert om de prijzen laag te houden. Amerika ontsnapt niet aan de wereldmarktprijs.

De meerprijs gaat naar de oliebedrijven. De staat krijgt ook extra inkomsten, via accijnzen en belastingopbrengsten. Trump denkt dat méér olie oppompen - "Drill, baby, drill!" - een kwestie is van een vingerknip. Nieuwe bronnen aanboren is technisch zeer complex en er is geen garantie op succes. Veel olieproducenten pompen liever ook niet méér olie op als de prijs hoog staat. Waarom zouden ze? Het gaat in tegen elke bedrijfslogica. 

De Amerikaanse economie is zeer olie-intensief. De VS verbruiken ontzettend veel olie om hun economie te laten draaien. Amerika is 40 percent méér olie-intensief dan China, ook al  is China veel afhankelijker van de import van olie, al zeker uit het Midden-Oosten. Ook Europa gebruikt voor zijn economie relatief gesproken de helft minder olie dan de VS. 

Niettemin nam voor de VS de strategische afhankelijkheid van het Midden-Oosten flink af. En in Riyad, in Abu Dhabi, en in Koeweit, begon men zich de vraag te stellen die vroeger ondenkbaar was: hoe lang nog voor olie passé is? Die existentiële onzekerheid verklaart veel van wat we vandaag zien. Bijvoorbeeld de agressieve politiek van Mohammed bin Salman voor Saudi-Arabië. 

De haast waarmee de Golfstaten diversifiëren, investeren, en zich heruitvinden als centra van finance, vastgoed en hip toerisme. Ze weten wat de olie hen heeft gegeven. En ze weten dat het verhaal eindig is.

Dan is er ook nog de klimaatcrisis, die alles door elkaar schudde. De wereld wil van olie af — of zegt dat ze dat wil — maar de energietransitie verloopt traag en hobbelig. De Russische invasie van Oekraïne in 2022 toonde pijnlijk aan dat Europa zich decennialang opnieuw afhankelijk had gemaakt, nu van Russisch gas.

Brussel, Berlijn, Rome — ze sputterden en worstelden om alternatieven te vinden - maar de oorlog bracht de vergroening wel in een stroomversnelling. Door de huidige nieuwe joekel van een oliecrisis omtrent Iran begon onze premier Bart De Wever (N-VA) weer naar de aanvoer van Russisch gas te lonken, een idee dat op weinig bijval kon rekenen.

In maart 2026 is de olieprijs dus opnieuw erg fors gestegen. Het is weer 1973 en 1979. De markten trillen heftig. Alsof de regering-Trump uit de lucht viel dat 20 percent van de olie en veel vloeibaar aardgas in de wereld door de Straat van Hormuz moet.

De Straat is een van de belangrijkste strategische waterwegen ter wereld. Door deze smalle zeestraat tussen Iran en Oman passeert ongeveer 20 procent van de wereldwijde oliehandel — dagelijks zo'n 17 tot 21 miljoen vaten ruwe olie. Ook een groot deel van het vloeibaar aardgas (LNG) uit Qatar en andere Golflanden wordt er doorheen verscheept. 

De straat van Hormuz, waar 20 percent van alle olie in de wereld passeert.

Voor landen als Japan, Zuid-Korea, China en India is de straat een levensader voor hun energievoorziening. Blokkering of verstoring doet wereldwijde energieprijzen direct stijgen en veroorzaakt dus zichtbaar en meteen economische schokgolven. De straat is daarmee een geopolitiek brandpunt van ongekende strategische waarde.

Paniek door Hormuz

In paniek worden nu sancties over olie- en gasuitvoer tegen Rusland opgeheven. Enorme strategische petroleumreserves worden in allerijl vrijgemaakt. Dat alles om de mogelijke woede van de bevolking in te tomen. Een bevolking die andermaal op kosten wordt gejaagd.

De VS onder Trump heeft het voorbije jaar in de VS ongeveer alle vergroening geblokkeerd of teruggedraaid, en Trump heeft de elektrificatie van het enorme wagenpark afgezworen. Amerika krijgt daar nu allicht dik spijt van.

De geopolitieke spanningen en chaos stapelen zich intussen op. En ik denk nogmaals terug aan die lege snelwegen in 1973. Aan de files bij de benzinestations. Aan de stilte, en aan het rumoer van de onrust. 

Vijftig jaar later lijkt de les nog altijd niet geleerd: wie de energie controleert, controleert de wereld. Punt.

De wereld betaalt daar keer op keer een hoge prijs voor. Misschien had de VS daaraan kunnen en moeten denken toen het op zaterdagochtend 28 februari 2026 redelijk onbesuisd, zonder overleg met partners of bondgenoten, zonder nationaal en internationaal mandaat, en zonder uitgekiende strategie, ten oorlog trok tegen Iran, en dacht dat de klus snel geklaard zou zijn. Quod non. 

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"