Naar hoofdinhoud
Amerikaanse militairen nemen Iraanse contactmijnen in beslag in 1987

Met onderwaterdrones en geluid: hoe kunnen 'verloren' zeemijnen in Straat van Hormuz ontmanteld worden?

Artikel luisteren
6min
Meer info

De strijd om de Straat van Hormuz blijft voortduren. En als de belangrijke uitweg uit de Perzische Golf ooit weer opengaat, wacht er nog een uitdaging: de zeemijnen opruimen die Iran er achtergelaten heeft. Verschillende landen zijn bereid om die mijnen te ruimen. Ook ons land overweegt mijnenjagers te sturen. Hoe gaat zo'n operatie in zijn werk?

Lukas Lecluyse
Gepubliceerd:

"Chaotisch." Zo omschrijven bronnen bij de Amerikaanse overheid de manier waarop Iran de vol zeemijnen heeft gelegd. Veiligheidsdiensten in de VS zouden naar eigen zeggen bewijs hebben dat zelfs de Iraniërs geen idee hebben waar ze de mijnen precies gelegd hebben.

Nu de belangrijke zeestraat opnieuw opengaat, levert dat meteen heel wat problemen op, want het is uiteraard niet de bedoeling dat olietankers zich te pletter varen op die mijnen. De VS heeft gezegd dat ze al gestart zijn met het ontmijnen.

Verschillende -landen hebben hun hulp aangeboden en ook het Belgische leger is "klaar om onze verantwoordelijkheid te nemen in de Straat van Hormuz wanneer nodig." Dat schrijft minister van Defensie Theo Francken (N-VA) vandaag op X . Maar hoe gaat dat precies in zijn werk, een zee ontmijnen?

1. Hoe ziet zo'n zeemijn er eigenlijk uit?

Over het algemeen worden zeemijnen ingedeeld in 3 hoofdcategorieën op basis van hun positie precies in het water.

Als eerste heb je bodemmijnen. Deze mijnen kunnen niet drijven en rusten op de zeebodem. Ze zijn uitgerust met sensoren, waardoor ze drukveranderingen (door het gewicht van het schip), magnetische velden, geluid en trillingen kunnen waarnemen. Wanneer het schip boven deze mijn passeert, gaat ze af. 

Omdat de mijnen op de zeebodem liggen, worden ze vaak ingezet in relatief ondiep water, om zo maximale schade te kunnen toebrengen aan het schip. Daardoor zijn ze ook moeilijk te detecteren. 

De Iraniërs zouden naar verluidt verschillende van die bodemmijnen ingezet hebben. Omdat de Straat van Hormuz relatief ondiep is, zijn zelfs een paar van de mijnen al genoeg om grote economische impact te hebben. 

Een ontwerptekening van de Iraanse Maham 3 (links), een verankerde mijn, en de Maham 7 (rechts), een bodemmijn

Daarnaast ligt er ook een tweede soort mijn in de zeestraat: verankerde mijnen. Deze worden met een kabel verankerd aan een gewicht op de zeebodem en zweven op een bepaalde hoogte onder het wateroppervlak. Ze bevatten een explosieve bol die afgaat wanneer een schip voorbijvaart (met sensoren) of ertegen vaart (met drukpunten). 

Sensor-gestuurde mijnen zijn doorgaans effectiever, omdat ze schepen kunnen treffen zonder direct contact en moeilijker te neutraliseren zijn, maar ze zijn duurder, complexer en vereisen meer technische kennis.

In 2019 veroorzaakte een (vermoedelijk) Iraanse mijn grote schade aan tanker in de Straat van Hormuz

Er bestaat ook nog een derde categorie mijnen: de drijvende mijnen. Zoals de naam verraadt, drijven deze mijnen op het wateroppervlak en exploderen ze bij contact. Vanwege hun oncontroleerbare aard zijn deze mijnen sinds 1907 verboden volgens de , hoewel ze soms wel nog intentioneel gebruikt worden. Iran zou dit soort mijnen niet ingezet hebben in de Straat van Hormuz.

2. Hoe kan je die nu onschadelijk maken?

Het onschadelijk maken van zeemijnen is geen eenvoudige opdracht. Omdat ze vaak op de bodem van de zee of onder het wateroppervlak liggen, kan je ze niet met het blote oog waarnemen. Daar heb je geavanceerde technologie - en mijnenjagers - voor nodig.

Omdat de Iraniërs niet meer precies weten waar ze de mijnen gelegd hebben, moeten ze die eerst lokaliseren. Mijnenjagersschepen gebruiken daarvoor geluidsgolven en sensoren om de zeebodem af te zoeken. Deze technologie kan een onderscheid maken tussen verschillende types voorwerpen. 

Vervolgens moeten duikers - of in modernere schepen onderwaterdrones - dichterbij gaan kijken of het effectief om een zeemijn gaat en welk type het is. Afhankelijk van het type en het ontstekingsmechanisme van de zeemijn, wordt er een strategie gekozen om deze onschadelijk te maken.

BEKIJK
Vorig jaar kwam de nieuwe mijnenjager van de Belgische marine aan in Zeebrugge

De meest gebruikte methode om te ontmijnen, is door een kleine explosieve lading naast de mijn te plaatsen. "Een gecontroleerde ontploffing", heet dat. De mijn wordt dan vanop een veilige afstand tot ontploffing gebracht.

Een specifiek modern systeem dat hiervoor wordt gebruikt, is de Archerfish, een systeem dat vanaf een helikopter wordt neergelaten om mijnen met sonar te detecteren en te vernietigen. Dat is de veiligste manier, maar het duurt wel relatief lang. De methode is ook niet zo interessant als er honderden - zo niet duizenden - mijnen liggen.

Een andere manier is met een mijnenveger. In dat geval sleurt een schip sleepnetten voort die de verankeringskabels van mijnen fysiek doorsnijden, waardoor ze naar de oppervlakte drijven en onschadelijk kunnen worden gemaakt, of heeft het apparatuur aan boord die akoestische of magnetische signalen nabootst, waardoor de mijnen ontploffen. Deze manier is sneller, maar minder precies. 

In de praktijk zal waarschijnlijk een combinatie van beide methoden gebruikt worden. Eerst zullen dus waarschijnlijk mijnenjagers met drones en sonarsystemen ingezet worden om te lokaliseren. Daarna moeten ontmijningsdrones en helikopters het werk afmaken. Duikers zullen alleen als laatste stap gebruikt worden. 

3. Kan België daarbij helpen?

Kort antwoord: ja. 

België wordt internationaal erkend als wereldtop op het gebied van mijnenbestrijding, zowel op zee als op het land. De Belgische Marine speelt een cruciale rol binnen de NAVO door expertise en vaartuigen in te zetten voor de permanente geallieerde vloten. 

Ons land moest zich noodgedwongen tot ontmijningskampioen kronen. Na de Tweede Wereldoorlog was het vrijmaken van de vaarroutes in de Noordzee en het Kanaal essentieel voor de wederopbouw van Europa. Deze noodzaak leidde tot de ontwikkeling van gespecialiseerde technieken en een diepgaande kennis van mijnenbestrijding.

In Oostende bevindt zich de Belgisch-Nederlandse mijnenoorlogschool EGUERMIN, die sinds 2006 erkend is als het NAVO-expertisecentrum voor mijnenoorlogvoering. België investeert sterk in nieuwe technieken, zoals het gebruik van onbemande systemen en drones voor het sneller en veiliger opsporen van mijnen.

De marine stuurt regelmatig mijnenjagers, zoals de BNS Crocus of BNS Lobelia, naar internationale oefeningen en missies om vaarroutes veilig te houden. Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot liet al ontglippen dat die optie ook nu op tafel ligt. Mogelijk deelt ons land die expertise binnenkort dus ook in het Midden-Oosten.

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"