Een half jaar na de dronecrisis zijn er nog altijd geen bewijzen van vijandige drones boven België. Dat blijkt uit onderzoek van Pano. Ook onderzoek in andere Europese landen naar vijandige drones leverde niks op. Toch wees minister Francken (N-VA) naar Rusland en gaf Defensie - bij hoogdringendheid - miljoenen uit aan dronedetectie. Wat is daar nu allemaal gebeurd?
Hoe groot was de dreiging en waarom wees Defensie naar Rusland? Pano vindt geen bewijs van vijandige drones boven België
Waar zijn de drones?
In de nacht van 2 op 3 oktober 2025 worden in ons land de eerste drones gespot: 15 stuks boven de militaire basis van Elsenborn. Twee agenten van de lokale politie van Bütgenbach die op patrouille waren, bevestigen dat ze de drones met eigen ogen hebben gezien.
Eind oktober en begin november volgen de dronewaarnemingen in ons land elkaar in sneltempo op. Op het hoogtepunt van de dronecrisis wordt het vliegverkeer op Brussels Airport zelfs stilgelegd, omdat er drones worden gesignaleerd boven de luchthaven in Zaventem.
Ook in andere Europese landen lijkt het plots drones te regenen, maar eind november dooft de 'dronecrisis' uit, bijna even snel als ze begonnen is.
Waar kwamen die drones plots allemaal vandaan? En waren het wel drones? Dat wordt op dit moment - bijna een half jaar na de tientallen dronewaarnemingen - nog altijd onderzocht door het federaal parket. "Er lopen 26 onderzoeken naar een 40-tal incidenten", vertelt parketwoordvoerder Yasmina Vanoverschelde aan Pano.
Het doel van die onderzoeken? "Achterhalen waar die drones precies vandaan kwamen en wat er precies gebeurd is." Conclusies wil het parket dan ook nog niet trekken. Daarvoor is het nog te vroeg.
Waarom werd naar Rusland gewezen?
Te vroeg om conclusies te trekken dus. Toch wijzen legertop en Defensie in België al snel in dezelfde richting: Rusland.
Off the record laten bronnen bij de veiligheidsdiensten verstaan dat er eigenlijk nog weinig twijfel bestaat: de drones zijn het werk van Rusland.
Defensieminister Francken (N-VA) noemt de Russen nooit expliciet als schuldige, maar laat geen enkele kans onbenut om te benadrukken dat Rusland dit soort tactieken niet schuwt. Frederik Vansina, stafchef van het leger, hanteert dezelfde tactiek.
Ook in andere Europese landen werden eind vorig jaar opvallend veel drones gespot, maar de uitdrukkelijke link met Rusland wordt daar minder gelegd.
"Ik denk dat sommige mensen in Nederland met gefronste wenkbrauwen hebben gekeken naar wat er in België gebeurde", stelt Tjebbe Venema van de Nederlandse omroep NPO in Pano. "Ik ben ook erg benieuwd welk bewijs er in België is wat onze Nederlandse inlichtingendiensten niet boven water hebben kunnen krijgen."
In ons land wil het federale parket over mogelijke bewijzen niks kwijt zolang het onderzoek niet afgerond is en bij de andere spelers in dit verhaal blijft het oorverdovend stil. Minister Francken vindt het "niet opportuun" om op de vragen die Pano hem stelt te antwoorden en ook stafchef Vansina weigert mee te werken aan de reportage.
Ook in Duitsland, Denemarken en Noorwegen werden eind 2025 opvallend veel drones gespot. Uit navraag van Pano bij onderzoekers en journalisten in die landen blijkt dat er in geen enkele van die landen bewijzen zijn gevonden dat Rusland daar iets mee te maken had.
Wiebe de Jager, die al jaren de dronemeldingen in Europa bijhoudt op dronewatch.nl, stelt vast dat er eind vorig jaar slechts 3 drone-incidenten waren waarbij er een link kon gelegd worden met Rusland. Die drones werden allemaal waargenomen vlak bij de grens met Oekraïne.
Waarom werden er plots miljoenen uitgegeven?
Snel na de eerste waarnemingen van drones boven Belgisch grondgebied schiet de politiek in actie.
Enkele dagen nadat de eerste drones worden gespot boven Elsenborn, kondigt Defensieminister Francken (N-VA) aan dat een actieplan tegen drones versneld uitgevoerd zal worden. Hij benoemt ook meteen Michel Van Strythem tot 'dronegeneraal', "mogelijk de eerste ter wereld".
"We hebben te veel tijd verloren", verklaart Francken. "Daarom moeten we onze inspanningen versnellen. De situatie is dringend. We zitten niet in oorlog, maar in een militaire crisis. De dreiging wordt steeds acuter."
Een goede maand later, op vrijdag 7 november, keurt de ministerraad het counterdroneplan van Francken goed. De regering maakt bij hoogdringendheid ongeveer 50 miljoen euro vrij voor de aankoop van detectieapparatuur en antidronewapens.
Opvallend: er is geen openbare aanbesteding uitgeschreven voor dit antidroneplan. Er is dus geen mededinging of concurrentie. Een negatief advies van de Inspectie van Financiën hierover wordt aan de kant geschoven.
Een gang van zaken waar de voorzitter van de Kamercommissie Legeraankopen - Staf Aerts van oppositiepartij Groen - in Pano ernstige vraagtekens bij plaatst.
Maar de verklaring van de regering luidt: te omslachtig, te weinig tijd. De dreiging van vijandige drones is nu. Maar vandaag, 6 maanden later, is het dus nog steeds niet duidelijk hoe groot die dreiging precies was.







