De Vlaamse regering bereidt een nieuw wapendecreet voor. Maar de plannen van de regering krijgen kritiek in een advies van het Vlaams Vredesinstituut, dat vreest dat Vlaamse militaire producten in verkeerde handen kunnen vallen. “Het risico dat militair materieel vanuit Vlaanderen toch in Israël belandt, neemt toe.”
Vlaams Vredesinstituut hekelt nieuw wapendecreet: "Risico dat Vlaams militair materieel toch in Israël belandt, neemt toe"
In het kort:
De Vlaamse regering werkt aan een nieuw wapenhandeldecreet dat de export voor Vlaamse defensiebedrijven vlotter en flexibeler moet maken, onder meer via algemene vergunningen en minder individuele controles vooraf.
Het Vlaams Vredesinstituut waarschuwt dat de plannen de controle op wapenexport uithollen en internationale afspraken kunnen schenden. Directeur Nils Duquet: "Het probleem is dat het huidige voorstel te veel uitgaat van een economische logica en te weinig van de veiligheidslogica."
Het instituut vreest ook dat het Vlaamse embargo op militaire export naar Israël moeilijker te handhaven wordt. Duquet: "Het risico dat militair materieel vanuit Vlaanderen toch in Israël belandt, neemt toe."
"Met het vernieuwde Wapenhandeldecreet kiezen we voor vlottere vergunningen. Bedrijven faciliteren én tegelijk streng controleren zodat onze technologie niet in verkeerde handen komt. Dat gaat perfect samen”, zei Vlaams minister-president Mattias Diependaele (N-VA) begin februari nog.
2 maanden later oordeelt het dat die “perfecte” samengang van vlotter vergunnen en streng controleren toch niet zo evident is. Volgens Nils Duquet, directeur van het Vlaams Vredesinstituut, dreigt de controle over wie ons materiaal gebruikt en hoe dat gebeurt net uit handen te worden gegeven.
Nieuw wapenhandeldecreet?
De Vlaamse Regering kondigde in haar regeerakkoord aan dat het Wapenhandeldecreet zou worden aangepast, onder meer door de veranderende geopolitieke context. Het huidige decreet dateert van 2012 en werd al eens herzien in 2017, maar volgens de regering is een grondige actualisering nodig.
De reden? Het bestaande decreet wordt door de defensie-industrie als te complex en weinig flexibel ervaren, en zou op sommige punten strenger zijn dan de Europese richtlijnen. Dat zou volgens de regering de groei van de Vlaamse defensiesector en de deelname aan internationale samenwerkingen bemoeilijken.
Eind 2025 werd een volledig nieuw ontwerp van decreet goedgekeurd in eerste lezing, gevolgd door een tweede lezing begin 2026. Op dit moment wacht de regering nog op een advies van de .
Economische focus
Even voor context: wapenexport in België is strikt gereguleerd en onderworpen aan strenge controle. Bedrijven die militair materieel willen uitvoeren, moeten daarvoor een vergunning aanvragen bij hun gewest. Omdat die bevoegdheid geregionaliseerd is, gebeurt dat voor Vlaamse bedrijven via de Vlaamse overheid.
Bij de beoordeling wordt onder meer gekeken naar de impact op de internationale veiligheid (waarvoor het materiaal gebruikt zal worden), naar ethische criteria en naar de uiteindelijke eindgebruiker. Zo moet worden voorkomen dat het materieel via omwegen bij derden terechtkomt.
“In het geval van Vlaanderen gaat het vooral om onderdelen”, legt Duquet uit. “Vlaanderen heeft een relatief kleine, maar sterk gespecialiseerde defensiesector. Die focust vooral op technologie en componenten voor grotere wapensystemen. Denk aan radaronderdelen, cockpitdisplays, software en andere militaire toepassingen."
"De voorbije jaren is het Vlaamse aanbod wel verbreed. Naast onderdelen worden ook steeds vaker afgewerkte producten ontwikkeld, zoals onderwaterdrones, dynamische schietstanden, nachtkijkers en andere optische apparatuur.”
Wapenexportregulering is niet bedoeld om de eigen industrie te versterken, maar om te voorkomen dat ons materiaal op de verkeerde plek terechtkomt
Nils Duquet, directeur Vlaams Vredesinstituut
Volgens Duquet bevindt onze industrie zich in een bijzondere positie, omdat ze vaak onderdelen levert voor complexe internationale logistieke ketens. “Op het moment van export vanuit Vlaanderen is vaak nog niet volledig duidelijk in welk eindproduct of bij welke eindgebruiker de technologie terecht zal komen. Precies daarom is het cruciaal dat er blijvend zicht is op de uiteindelijke bestemming en het gebruik van dat materiaal.”
Tegelijkertijd is het volgens Duquet niet onlogisch dat de Vlaamse regering via een nieuw wapendecreet bekijkt op welke manier Vlaamse bedrijven efficiënter kunnen exporteren. “Vlaamse bedrijven staan bekend om hun producten, dus dat die sector verder ondersteund wordt, is verdedigbaar."
"Het probleem is dat het huidige voorstel te veel uitgaat van een economische logica en te weinig van de veiligheidslogica. Wapenexportregulering is niet bedoeld om de eigen industrie te versterken, maar om te voorkomen dat ons materiaal op de verkeerde plek terechtkomt.”
Te streng
Dat risico wordt groter met de versoepelingen die de Vlaamse regering wil invoeren, stelt Duquet. “Eigenlijk vindt de Vlaamse regering dat we veel te streng zijn en verder gaan dan de Europese richtlijnen. Daarom worden de strengere Vlaamse beoordelingscriteria vervangen door Europese minimumnormen, onder meer door minder individuele controles vooraf en meer te werken met algemene vergunningen en vrijstellingen van informatieplicht, zeker bij samenwerkingen en partners binnen de EU.”
Gezien de geopolitieke situatie en de focus op Europese defensiesamenwerking, begrijpt het Vlaams Vredesinstituut dat de regelgeving soepeler wordt. Tegelijkertijd houdt die aanpak volgens het Vredesinstituut risico’s in, omdat de interpretatie van de Europese regels sterk verschilt tussen lidstaten. “Lidstaten passen de Europese regels verschillend toe en beoordelen wapenexport naar dezelfde landen vaak anders. De Vlaamse Regering zou mee moeten werken aan een harmonisering van het Europees beleid. Die ambitie zien we momenteel niet. ”
Eigenlijk komt het neer op kameleonbeleid waarbij de eigen beleidslijn aangepast wordt aan die van een ander land
Nils Duquet, directeur Vlaams Vredesinstituut
“Neem bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland, de 2 grootste militaire spelers in Europa. Frankrijk is erg terughoudend met wapenexport naar Israël, maar minder streng richting Saudi-Arabië. In Duitsland gelden dan weer strengere beperkingen voor export naar Saudi-Arabië, terwijl leveringen aan Israël minder restrictief zijn, allemaal binnen hetzelfde Europese kader.”
Daarnaast wil de Vlaamse regering niet alleen binnen de EU, maar ook daarbuiten de wapenexport versoepelen wanneer het gaat om export naar “betrouwbare partners”. Welke landen daar precies onder vallen, is nog onduidelijk, al wordt er wel verwezen naar -lidstaten.
“Dit is ongezien binnen de EU”, zegt Duquet. “Het gaat veel verder dan wat andere lidstaten toelaten. Het NAVO-lidmaatschap is bovendien geen garantie voor betrouwbaarheid. Neem bijvoorbeeld Turkije, dat heeft in het verleden herhaaldelijk VN-wapenembargo's overtreden. En de VS is dé wapenleverancier voor Israël.”
Wapens naar Israël
“Eigenlijk komt het neer op kameleonbeleid waarbij de eigen beleidslijn aangepast wordt aan die van een ander land. Als Vlaamse onderdelen bijvoorbeeld naar Duitsland of de VS (die welwillender staan tegenover export naar Israël) worden uitgevoerd, heeft Vlaanderen daar in de nieuwe regeling minder zicht op en minder hefbomen om in te grijpen.”
De gevoeligheid van dat risico blijkt duidelijk in het dossier Israël. Vlaanderen hanteert al sinds 2009 een embargo op militaire export naar Israël, een beleid dat vorige zomer nog werd aangescherpt met bijkomende maatregelen.
Toch slaagt Vlaanderen er nog steeds niet in om de deur naar Israël helemaal te sluiten. Recente voorbeelden, zoals onderdelen voor tanks van een Frans bedrijf die via de Antwerpse haven werden doorgevoerd, tonen aan dat het huidige controlesysteem niet waterdicht is.
Het Vlaams Vredesinstituut waarschuwt dat het nieuwe decreet, ondanks de goede voornemens, ook de controle op het verbod op export naar Israël kan uithollen. Door versoepelingen zoals vrijstellingen en algemene vergunningen verliest Vlaanderen immers ook het zicht en de controle op de uiteindelijke eindbestemming van wapenonderdelen die het zelf produceert. “Daarmee hypothekeer je de jarenlange Vlaamse beleidslijn ten aanzien van Israël.”
Internationale verplichtingen
België is gebonden aan internationale kaders die wapenhandel reguleren, benadrukt het Vlaams Vredesinstituut in zijn advies. De voorgestelde versoepelingen dreigen die afspraken te ondermijnen, aldus Duquet.
“Systematische vrijstellingen zijn om diverse redenen problematisch: het beperkt de controle op het eindgebruik sterk én het kan een inbreuk vormen op internationaalrechtelijke verbintenissen zoals het VN-Wapenhandelverdrag, het Wassenaar Arrangement of het EU Gemeenschappelijk Standpunt.”
Wanneer Vlaamse wapens of onderdelen betrokken zijn bij overtredingen van het internationaal recht, blijft ons land daarvoor verantwoordelijk
Nils Duquet, directeur Vlaams Vredesinstituut
“Bovendien schuiven ze een deel van de verantwoordelijkheid door naar bedrijven zelf. Die moeten dan risico’s inschatten en vage bepalingen interpreteren, wat onzekerheid creëert.”
Het Vlaams Vredesinstituut dringt dan ook aan op een grondige herziening van het ontwerpdecreet. “Wanneer Vlaamse wapens of onderdelen betrokken zijn bij overtredingen van het internationaal recht, blijft ons land daarvoor verantwoordelijk. Het zomaar toelaten van exporten zonder echte controle gaat veel verder dan de Europese praktijk én het brengt het risico met zich mee dat Vlaanderen niet langer in lijn is met zijn internationale afspraken.”


