Hoewel de capaciteit pas over vele jaren toeneemt, verandert de trage uitbreiding opvallend weinig aan de concurrentiedruk op de Antwerpse haven. Dat zegt professor Thierry Vanelslander van de Universiteit van Antwerpen. Vandaag werd duidelijk dat het 2e getijdendok in de Antwerpse haven, naast het Deurganckdok, pas volledig klaar zal zijn in 2042. "Alle havens in Noord-West-Europa zitten dicht tegen hun grenzen aan", relativeert de transporteconoom.
Waarom te trage uitbreiding van Antwerpse haven weinig verandert aan de concurrentiedruk
Vandaag kan de Antwerpse haven elk jaar 15 miljoen TEU of klassieke zeecontainers aan. Tegen 2042 moeten dat er 7 miljoen meer zijn. Dat is nodig met de economische groei in het vooruitzicht, want momenteel zit de Antwerpse haven al bijna aan 14 miljoen.
Het nieuwe getijdendok op linkeroever in de haven van Antwerpen zal de eerste schepen in 2032 kunnen ontvangen. In 2042 zou het volledige dok gebruiksklaar moeten zijn.
Volgens transporteconoom Thierry Vanelslander (Universiteit Antwerpen) zijn de limieten van de haven in zicht. "Het is rijkelijk laat, maar beter laat dan nooit", zegt hij.
In de tussentijd moet de haven inzetten op efficiëntere processen en het hoger stapelen van containers, al vraagt dat extra investeringen.
"We zullen dat wel moeten doen om de komende jaren te overbruggen. Maar we hebben die structurele uitbreiding wel nodig om een grotere sprong te kunnen maken", aldus Vanelslander.
De tijdelijke maatregelen kunnen de druk verlichten, maar vervangen de structurele uitbreiding dus niet.
Concurrentie heeft dezelfde beperkingen
Ondanks de lange wachttijd komt de concurrentiepositie van Antwerpen niet meteen in gevaar.
"We hebben het geluk dat alle havens in Noord-West-Europa dicht tegen hun grenzen zitten en niet meteen ruimte hebben om uit te breiden. Als we de limieten nog wat kunnen optrekken en de wachttijden kunnen beperken, moet het meevallen", aldus Vanelslander. Hij wijst erop dat nergens plaats vrij is voor grote volumes.
"Daardoor hoeft Antwerpen de komende jaren geen grote containerstromen te vrezen, zolang de capaciteit licht kan worden opgevoerd en wachttijden beheersbaar blijven.