Sociale media worden steeds vaker bekeken als producten met risico's, zoals tabak. Dat is een van de conclusies na het proces waar Instagram en YouTube veroordeeld werden voor socialemediaverslaving van een tiener. Al blijft de vraag: zullen sociale media hun verantwoordelijkheid nu ook echt nemen?
Na historisch vonnis over digitale verslaving blijft de vraag: wie beschermt onze kinderen online?
Veel ouders kennen het wel: je kind zit aan tafel, maar is er niet echt bij. Er is altijd wel iets te zien op sociale media, altijd wel een reden om nog even te scrollen. Een dwingend gevoel waar ook veel volwassenen mee worstelen.
Die ‘verslaving’ is voor het eerst officieel erkend door een volksjury in de Verenigde Staten. Meer nog: 12 mensen oordeelden na 9 dagen beraad en na een wekenlang proces dat apps als Instagram en YouTube bewust verslavend zijn gebouwd en dat Meta en Google op de hoogte waren van de negatieve impact op het welzijn van kinderen en tieners.
De aanleiding was de zaak van Kaley, een intussen twintigjarige vrouw uit Californië, die zegt dat ze als kind verslaafd raakte aan die apps en er mentale problemen aan overhield. Kaley groeide op in een moeilijke thuissituatie, en Meta en Google benadrukten dat mentale gezondheid bij kinderen complex is en niet zomaar aan een app kan worden toegeschreven.
De jury was niet overtuigd. Apps als TikTok en Snapchat stonden er trouwens niet terecht; die bedrijven troffen een schikking met Kaley voor de zaak en de details daarover zijn niet bekend.
Verslavend 'by design'
Juristen noemen de uitspraak een kantelpunt. Want tot nu toe waren socialemediabedrijven juridisch gezien grotendeels onaantastbaar. Ze hosten video's en berichten van gebruikers, en wat daarin te zien is, daar zijn ze wettelijk niet verantwoordelijk voor. Maar deze zaak draait helemaal niet om die inhoud. Ze draait om de apps zelf; om de knoppen, de , de likes, de schoonheidsfilters.
Precies dat onderscheid maakt dit zo belangrijk. De jury bekeek functies zoals het automatisch aanbevelen van nieuwe filmpjes, notificaties en eindeloos scrollen. Elementen die bewust zijn ontworpen om mensen zo lang mogelijk op het scherm te houden, volgens de aanklagers.
Elke like, elke nieuwe aanbeveling, elk notificatietje geeft een klein shotje dopamine in onze hersenen. Hetzelfde mechanisme als het ware dat gokautomaten verslavend maakt. Bij volwassenen is dat al moeilijk te weerstaan, maar bij kinderen en tieners, wier hersenen nog volop in ontwikkeling zijn, is de impact veel groter.
Tweens lokken
Opvallend was de rol van Mark Zuckerberg, die zelf getuigde en dat voor het eerst deed in een rechtbank. De Meta-topman gaf toe dat het bedrijf in het verleden mogelijk te weinig heeft gedaan om kinderen van de platformen te weren, maar stelde dat dat probleem al lang is aangepakt en dat Instagram voor tieners net heel waardevol is.
Interne documenten - cruciaal in deze zaak - vertelden een ander verhaal. Daaruit bleek dat medewerkers al langer waarschuwden over bijvoorbeeld schoonheidsfilters die het zelfbeeld van jongeren kunnen schaden, en over functies waarvan de risico's bekend waren maar die toch bleven bestaan. Jonge gebruikers werden bovendien bewust als doelgroep beschouwd, net omdat ze op lange termijn waardevol zijn voor het platform.
Een intern document zou het dan weer zo hebben verwoord: “Als we tieners willen houden, moeten we ze lokken als tweens." Tweens zijn kinderen tussen 8 en 12 jaar. Tween komt van het Engelse woord ‘between’ dat ‘tussen’ betekent.
En dat is precies wat de aanklagers wilden aantonen: dat de bedrijven wisten dat bepaalde keuzes schadelijk konden zijn, maar ze toch doorzetten. Meta en Google blijven dat betwisten. De jury was niet overtuigd.
Een risicoproduct
De zaak staat niet op zichzelf. In Californië alleen al lopen duizenden gelijkaardige claims, van individuele gebruikers tot schooldistricten en overheden. Dit vonnis geldt als een testzaak die de toon zet voor wat nog komt. Meer gelijkaardige uitspraken kunnen leiden tot hoge schadevergoedingen, maar minstens even ingrijpend is wat dit kan betekenen voor de apps zelf. Als bepaalde functies juridisch als risicovol worden beschouwd, kunnen bedrijven gedwongen worden hun platformen te hertekenen.
Tegelijk veroordeelde een rechtbank in New Mexico Meta omdat het gebruikers zou hebben misleid over de veiligheid van zijn platformen en minderjarigen onvoldoende beschermde. Andere invalshoek, zelfde richting: sociale media worden steeds vaker bekeken als producten met risico's, zoals tabak.
Toch is het te vroeg voor definitieve conclusies. Meta en Google gaan in beroep, en juryuitspraken in individuele dossiers zijn nog geen uitspraken van een hoge rechtbank. Maar de toon is mogelijk wel gezet.
Niet enkel een Amerikaans probleem
Ook Europa volgt dit op de voet. Met de Digital Services Act heeft de EU al regels ingevoerd die platformen verplichten om risico's voor gebruikers -en zeker voor minderjarigen- te beperken. Waar de VS de strijd in de rechtbank voert, kiest Europa voor wetgeving en miljardenboetes. Maar het doel is hetzelfde: verantwoordelijkheid (op)eisen van de Big Tech voor hun producten.
De kernvraag is overal dezelfde: zijn sociale media neutrale platformen, of actieve producten die gedrag sturen en daar ook verantwoordelijkheid voor dragen? Met deze uitspraak lijkt die tweede visie voor het eerst echt voet aan de grond te krijgen.
En die vraag stopt niet aan de Amerikaanse grens. Dezelfde apps, dezelfde algoritmes, dezelfde ontwerpkeuzes, ze gelden hier even goed als in Los Angeles. Ook bij ons scrollen kinderen en tieners zich elke dag door eindeloze feeds, ook hier gaan notificaties af op momenten dat dat eigenlijk niet zou moeten. De mechanismen zijn overal ter wereld identiek. De impact ook.




