Morgen presenteert de Europese Commissie een wetsvoorstel met een torenhoge ambitie: de industrie in Europa weer doen groeien, na jaren van achteruitgang. Het voorstel moet een antwoord bieden op de steeds groter wordende concurrentie van China. Van elektrische bedrijfswagens tot windmolens en aluminium en cement: ze zullen 'made in Europe' moeten zijn, als er overheidssteun mee gemoeid is.
3 weken geleden slaakte de Europese industrie een alarmkreet, op een topbijeenkomst in Antwerpen. We hebben u gehoord, klonk het ’s anderendaags op de informele top van Europese regeringsleiders in Alden Biesen, we gaan in actie schieten om de Europese industrie te beschermen.
De 'Industrial Accelerator Act' is een van de manieren waarmee Europa de achteruitgang van de industrie wil keren. In 2000 was de industrie nog goed voor 17,4 procent van het Europese . Nu is het aandeel nog maar 14,3 procent. Tegen 2035 moet het aandeel van de Europese industrie 20 procent bedragen, minstens, staat er in artikel 2 van het wetsvoorstel.
'Made in Europe' zorgt voor vertraging
Maar eigenlijk had dit wetsvoorstel er al in december moeten liggen, ruim voor de top van Alden Biesen. Keer op keer moest de bevoegde , de Fransman Stéphane Séjourné, het voorstel uitstellen.
Zijn 'Industrial Accelerator Act' moest een turboversnelling op de industriële ontwikkeling zetten, maar gaat dus al met meer dan 2 maanden vertraging van start. Dat belooft.
Vanwaar die vertraging? Het heeft alles te maken met een centraal onderdeel van de wet: 'Made in Europe'. De wet zal overheden verplichten om producten te kopen die in de Europese Unie gefabriceerd zijn. Een principe dat vooral door Frankrijk gepusht wordt.
Er gaat geen speech of persconferentie voorbij of president Macron laat wel ergens de term “préférence européenne” (Europese voorkeur) vallen. Het is geen toeval dat het een Franse eurocommissaris is die het nu moet uitwerken. Voor velen is het echter een té Frans (lees ) idee.
De Commissie twijfelt zelf
Overheden zijn belangrijke spelers op de markt. O vertegenwoordigen 15 procent van het Europese bbp. Als daarin de verplichting 'Made in Europe' komt, ontstaat er vanzelf een markt voor Europese producten die nu de concurrentie met China niet aankunnen. Zo zouden industrietakken zich kunnen ontwikkelen in Europa, in plaats van platgewalst te worden door goedkope Chinese overproductie.
Dat lijkt eenvoudig, maar is het niet. Welke producten? Moeten ze volledig in de Europese Unie gemaakt worden of volstaan een paar onderdelen? En wat met onderdelen uit andere landen dan China? En moeten alle sectoren beschermd worden?
“Dit is het allermoeilijkste dossier waar ik de voorbije jaren aan werkte”, zei een Europese bron (met veel ervaring) vorige week aan de telefoon. 9 directoraten-generaal (te vergelijken met ministeries) van de hadden bezwaren tegen een van de eerdere versies van de tekst. Een van de bezwaren: strookt dit wel met de regels van de ?
Duitsland wil Made with Europe, niet Made in Europe
Ook vanuit verschillende lidstaten kwam tegenwind. Duitsland op kop. De Duitse minister van Economie Katherine Reiche maakte vorige week in Brussel brandhout van het voorstel. “We sluiten vrijhandelsakkoorden af met Canada en andere landen, beloven hen toegang tot onze markt, en dan gaan we die ineens weer afsluiten?”
Duitsland pleit voor 'Made with Europe' in plaats van 'Made in Europe', zodat bevriende partnerlanden niet uitgesloten worden.
Ze noemde de wet ook oeverloos complex. “We willen minder bureaucratie, maar voor deze wet alleen al zijn er 30 uitvoeringsbesluiten nodig”, zei Reiche. De wet is inderdaad ingewikkeld. Want hoe bepaal je hoeveel onderdelen Europees moeten zijn om het label 'Made in Europe' te krijgen?
Complexe voorwaarden voor 'Made in Europe'
Neem nu elektrische auto’s, of het nu gaat om auto’s die de overheid zelf aankoopt, of om bedrijfsleasewagens met een fiscaal voordeel. Die moeten (volgens een gelekte versie van de tekst) volledig in de EU geassembleerd worden. Op de batterij na, moet minstens 70 procent van de totale waarde van de onderdelen in de EU gemaakt zijn.
Van de batterij moeten dan weer minstens 3 onderdelen in de EU gemaakt zijn. Minstens de helft van de elektronische onderdelen moet uit de EU komen. Autofabrikanten moeten dit allemaal kunnen staven met een document. Halen ze de onderdelen nu uit China, dan moeten ze op zoek gaan naar andere leveranciers.
Gelijkaardige 'Made in Europe'-verplichtingen zijn er voor batterijparken, windmolenparken, warmtepompen, zonnepanelen, en ook voor kerncentrales.
Groen Europees aluminium en cement, maar geen staal
Voor sommige sectoren komt er bovenop 'Made in Europe' nog een verplichting bij. Het aluminium dat overheden bestellen voor gebouwen en infrastructuur moet voor een kwart niet alleen 'Made in Europe' zijn, maar ook 'low carbon' (niet gefabriceerd met gas of andere fossiele brandstoffen). Bij cement moet 5 procent aan de 2 voorwaarden voldoen.
De staalsector is ontevreden: daar is geen 'Made in Europe'-verplichting, maar wel een low carbon-verplichting. De vrees bestaat dat 'groen staal' uit niet-EU-landen onze staalbedrijven gaat beconcurreren.
Made in Europe maakt auto's 500 euro duurder
De industrie is verdeeld. Sommige automerken doen beroep op Chinese batterijen, en voelen zich benadeeld. Andere merken, die proberen om met Europese leveranciers te werken, zijn tevreden.
De milieuorganisatie Transport and Environment ziet een positieve kant aan het voorstel. Europese bedrijven zullen op grote schaal kunnen gaan produceren, waardoor Europese autobatterijen een pak goedkoper gaan worden dan nu, en dus concurrentiëler.
Maar wel nog gemiddeld 500 euro per wagen duurder dan een Chinese batterij. “Een premie voor onze soevereiniteit”, die we volgens de organisatie bereid moeten zijn om te betalen. En dat speelt natuurlijk ook mee in de hele discussie: als overheden Europees moeten bestellen, zal de factuur voor overheden wellicht zwaarder worden…
Sneller vergunnen, en rem op Chinese investeringen in Europa
De moeizame totstandkoming van het voorstel van de Industrial Accelerator Act doet vermoeden dat het nog even zal duren voor de lidstaten en het het eens zullen worden over de definitieve versie.
Behalve 'Made in Europe' staan er nog mogelijk controversiële punten in het voorstel. Nieuwe industrieprojecten zouden sneller een vergunning moeten krijgen. Lidstaten moeten gebieden aanduiden voor nieuwe industrieprojecten. Wat met bezwaren over milieuvervuiling of verkeersoverlast? Gaan die snel - en met Europese goedkeuring - van tafel geveegd kunnen worden?
En de wet wil ook Chinese investeringen in strategische sectoren in Europa aan banden leggen. Chinese bedrijven zullen maar de helft van de aandelen mogen hebben, zullen met lokaal personeel moeten werken, en ze zullen ook nieuw ontwikkelde technologie moeten delen. Voorwaarden die vroeger aan Europese bedrijven werden opgelegd door... China. Nog een teken dat de economische machtsverhoudingen compleet gewijzigd zijn.



