Zonder dwarsliggers rijden er geen treinen. Die gedachte moet Georges-Louis Bouchez, de voorzitter van de MR, wel koesteren. Want Bouchez is stilaan de gebeten hond van verschillende Vlaamse politici. N-VA-Europarlementslid Johan Van Overtveldt verwijt hem dwarsliggen in de btw-hervorming, CD&V-vicepremier Vincent Van Peteghem verweet hem dwarsliggen in de gevangenishervorming, Groen-minister Elke Van den Brandt verwijt hem dwarsliggen in de Brusselse instellingen, en Anders-voorzitter Frédéric De Gucht noemt hem "zotter" en "Brusselvreemder". De ergernis over de voorzitter van de MR is een rode draad in de Belgische politiek.
De 'dwarsligger' van de Wetstraat
Samenvatting:
Vlaamse politici verwijten MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez dwarsliggen in verschillende dossiers: N-VA-Europarlementslid Johan Van Overtveldt over de btw-hervorming, CD&V-vicepremier Vincent Van Peteghem over de gevangenishervorming en Groen-minister Elke Van den Brandt over de Brusselse instellingen.
Bouchez wil het debat over de btw-hervorming uitstellen tot de zomer en alles samen onderhandelen, maar Vooruit-vicepremier Frank Vandenbroucke waarschuwt: "De problemen uitstellen is geen goed idee."
De keuze van de Nederlandsonkundige Boris Dilliès als Brusselse minister-president leidt tot kritiek, waarbij Anders-voorzitter Frédéric De Gucht stelt dat "de minister-president, de voorzitter van het Brussels parlement en de voorzitter van de grootste Franstalige partij geen Nederlands spreekt" en dat "dat pas problematisch" is.
1. De federale dwarsligger
Het was een spontane opmerking van Johan Van Overtveldt, N-VA-Europarlementslid in De Afspraak op Vrijdag: "Ik denk dat er rond de begroting en de houding rond btw een probleem is. En ik denk wel dat het duidelijk is dat de verantwoordelijkheid ligt bij Georges-Louis Bouchez."
Bij de vorige aflevering, vlak voor de krokusvakantie, had CD&V-vicepremier Vincent Van Peteghem al een vergelijkbare opmerking gemaakt, maar dan over het dossier van de overbevolking in de gevangenissen. En ook over de btw-hervorming keek Van Peteghem toen al in de richting van de MR. "Vier van de vijf partijen zijn voor een simpele hervorming van de btw-tarieven." Op de vraag of hij de MR als een stoorzender beschouwt, antwoordt Van Peteghem: "Ik ben blij dat u het opmerkt".
Voor alle duidelijkheid, de MR heeft een verhoging van btw-tarieven aanvaard. De btw-tarieven op pesticiden en vakantieverblijven zijn gisteren verhoogd. Maar de uitwerking van de verhoging van de btw-tarieven op meeneemmaaltijden en cultuur was te complex, en die is geschrapt na kritiek van de Raad van State.
Bouchez laat dit weekend in Le Soir nu weten dat hij het debat over de btw-hervorming wil uitstellen tot in de zomer. "Er wordt niet van ons gevraagd om morgenochtend al een evenwicht te vinden. We zullen beginnen met te stemmen over alles wat al is beslist, de beroemde akkoorden van Pasen, de zomer, de winter en Kerstmis. Daarna gaan we onderhandelen."
Ook bij de N-VA zou men geneigd zijn om alle losse eindjes samen te laten komen in de zomer, het is uiteindelijk het prerogatief van de eerste minister die meester is van de agenda.
Het is een oude truc uit de Wetstraat: wanneer je een bespreking in een groter pakket stopt, dan kun je makkelijk onderhandelen. Bovendien wordt er dan tegelijk overgestoken, en moet iedere partij zijn duit tegelijk in het zakje doen.
"Ik zou niet willen dat we nu 400 miljoen euro besparen op de btw en dat men me in de zomer dan zegt: 'Ah, we hebben de hervorming voor langdurig zieken niet doorgevoerd, we hebben niet de opbrengsten van de pensioenen, noch die van het migratiebeleid...' Nee, we zullen alles opnieuw bespreken", besluit Bouchez.
In De Zevende Dag herinnert Vooruit-vicepremier Frank Vandenbroucke zich een spreuk uit zijn jeugd: "Wie uitstelt tot morgen, bezwijkt onder de zorgen." Vandenbroucke wil dat de losse eindjes zo snel mogelijk worden aangepakt, zodat iedere minister in zijn departement de beslissingen kan uitvoeren. "De problemen uitstellen is geen goed idee."
Sowieso staat de regering opnieuw voor een reeks onderhandelingen, misschien zelfs voor één grote, allesomvattende bespreking van besparingsmaatregelen deze zomer. Op die manier sleept de regering-De Wever zich wel van begrotingsbespreking naar begrotingsbespreking. Of zoals vicepremier Maxime Prévot van Les Engagés zegt in La Libre Belgique: "Ongeacht welke partijen er aan de macht komen, we staan voor 10 tot 15 jaar begrotingsinspanningen. Om te vermijden dat België het nieuwe Griekenland wordt."
2. De Brusselse dwarsligger
De keuze van de Nederlandsonkundige Boris Dilliès als minister-president van Brussel blijft intussen nazinderen. Groen-viceminister-president Elke Van den Brandt verwijt MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez die keuze. "Die had ook kunnen kiezen voor de tweetalige Valentine Delwart", zegt ze in De Zondag.
Vooral omdat Bouchez zelf ook geen gebenedijd woord Nederlands spreekt. "En het is nog altijd wachten op zijn eerste volzin, ik weet het. Dat is een man van valse beloftes." Van den Brandt gelooft wel dat Dilliès Nederlands zal leren. "Het is niet omdat Bouchez al 7 jaar uit zijn nek kletst, dat ik niemand van de MR nog vertrouw."
Bouchez zelf vindt dat in Brussel de verhoudingen tussen de 2 taalgroepen moeten worden herbekeken. In Le Soir spreekt hij van een "verstoring van het evenwicht".
"Het is toch niet normaal dat belangrijke zaken als mobiliteit, ruimtelijke ordening, erfgoed en financiën aan de Franstaligen ontsnappen, terwijl we toch voor 90 procent in het model zitten." Dat zijn bevoegdheden die op dit moment bij Nederlandstalige regeringsleden zitten. Bouchez vindt dus dat die bevoegdheden "ontsnappen aan de Franstaligen". Bouchez is er dus van overtuigd dat Nederlandstalige Brusselaars een ander financieel beleid of mobiliteitsbeleid dan Franstaligen zouden voeren.
De conclusie van Bouchez is duidelijk. Hij wil minder politieke mandaten in het Brusselse. Het gewest is door de combinatie van gemeenten en gewest rijk aan politieke mandaten. Maar Bouchez wil dat die vermindering "gepaard gaat met een nieuw evenwicht waarin de Nederlandstalige vertegenwoordiging wordt gegarandeerd, maar dan op andere voorwaarden dan vandaag".
Anders-voorzitter Frédéric De Gucht zegt in een reactie op X dat het niet "veel zotter en Brusselvreemder moet worden". Ook hij hamert op het feit dat "de minister-president, de voorzitter van het Brussels parlement en de voorzitter van de grootste Franstalige partij geen Nederlands spreekt". De 3 politici die De Gucht opsomt, zijn allemaal lid van de MR. "Dat is pas problematisch. Brussel is minstens tweetalig."
3. De Vlaamse dwarsliggers
In Brussel is Elke van den Brandt van Groen mobiliteitsminister. Ze is één van de weinige opvallende Groen-politici. Eén van de weinige elementen waar Vlaanderen misschien toch eens naar Brussel moet kijken, is de werking van het openbaar vervoer. Dat zegt de groene minister zelf ook, ze vindt dat haar Vlaamse tegenknie, Annick De Ridder van de N-VA, de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn "saboteert". "Als je meer mensen op de bus wil, moet je méér bussen inzetten, en niet omgekeerd. Ik zie in Vlaanderen een sluipmoord gebeuren op het openbaar vervoer. Zij zou beter eens komen kijken naar hoe wij het in Brussel met de MIVB aanpakken(…) In Brussel slagen we daarin. In Vlaanderen wordt De Lijn kapot gemaakt.”
Groen zit natuurlijk op het Vlaamse niveau in de oppositie, én de uitdaging voor De Lijn is in Vlaanderen natuurlijk veel groter omdat zij in zowel stedelijke als in landelijke gebieden voor basismobiliteit moet zorgen. Maar het politieke schouwspel rond De Lijn de afgelopen week was schabouwelijk. Minister De Ridder werd het hardst onder vuur genomen door de meerderheidspartijen Vooruit en CD&V. Het volstond voor de oppositie om te wijzen op het gebrek aan cohesie in de Vlaamse meerderheid.
En waar de federale regering vooral moet afrekenen met die ene dwarsligger, Georges-Louis Bouchez, is het in de Vlaamse meerderheid iedere dwarsligger voor zich. Maar waar alleen dwarsliggers liggen, rijdt dan ook geen enkele trein meer.




