Wat Vlaanderen niet doet, gebeurt in Duitsland al jaren: houtkachels registreren, controleren en moderniseren. Terwijl Vlaanderen zelfs geen zicht heeft op het aantal kachels, bouwde Duitsland een streng systeem uit met verplichte inspecties, duidelijke normen en massale vervangingsprogramma’s. Daardoor daalde de uitstoot er fors, ondanks een groeiend kachelpark.
Eind oktober vroeg oppositieparlementslid Mieke Schauvliege (Groen) aan bevoegd minister van Omgeving Jo Brouns (CD&V) hoeveel kachels er nog in Vlaanderen worden verkocht. Brouns' (CD&V) antwoord spreekt boekdelen. "De recente energiecrisis en hogere energieprijzen hebben de laatste jaren een impact gehad op de verkoop en het gebruik van houtkachels. Er zijn evenwel geen afdoende cijfers beschikbaar."
Nochtans kan het anders. En Vlaanderen moet daar echt niet ver voor gaan kijken. Vlak over onze grens, in Duitsland, is er wel sprake van een écht kachelbeleid. Met een uitstekende registratie én een opvolging van het kachelpark. Sleutelfiguur daarbij: de schoorsteenveger.
Grondige registratie en inspectie
Elk Duits huishouden dat een kachel installeert, krijgt een verplichte inspectie van een zogenoemde districtsschoorsteenveger (Bezirksschornsteinfeger). Die komt niet alleen je schoorsteen vegen, maar registreert en labelt je kachel in een centrale databank en meet meteen ook de energie-efficiëntie en de uitstoot van je kachel. Voldoet die niet aan de heersende normen, dan wordt de kachel afgekeurd.
Daardoor hebben onze oosterburen een quasi perfect zicht op hun kachelpark. Maar er is ook een stevige handhaving. De districtsschoorsteenveger voert elke 3,5 jaar een grondige inspectie uit van je kachel. Voldoet die niet meer aan de normen, dan kan hij voorstellen je kachel aan te passen of een fijnstoffilter te installeren. Wil je niet meewerken, dan grijpen de autoriteiten in, met fikse boetes of zelfs een stookverbod voor je kachel.
Bovendien legt Duitsland ook grote systematische moderniseringen van het kachelpark op. Zo mogen bijvoorbeeld kachels van voor 1995 niet meer worden gebruikt. En op 1 januari 2025 moesten kachels geproduceerd tussen 1995 en maart 2010 worden vervangen of uitgerust met bijvoorbeeld een fijnstoffilter. Je mocht je kachel alleen nog houden als een uitstootmeting aantoonde dat die aan de strengste normen voldeed.
Een groeiend houtkachelpark, een dalende uitstoot
Dat Duitse beleid loont. Het Duitse kachelpark groeide met 5 procent tussen 2010 en 2024. Maar dat leidde niet tot een hogere uitstoot van fijnstof of benzo(a)pyreen. Die uitstoot daalde zelfs spectaculair, met ruim 40 procent. Hoofdoorzaak volgens de specialisten: de moderne kachels die veel minder uitstoten dan de oudere. In Duitsland zijn onder druk van de overheid miljoenen kachels vervangen. Door betere houtkachels en door efficiëntere en properdere pelletkachels.
Onze oosterburen erkennen ook dat de kachels de grootste bron van benzo(a)pyreen en andere schadelijke stoffen zijn. Maar de bijna 12 miljoen Duitse kachels krijg je zomaar niet weg. Dus kiezen ze voor een doortastend vervangingsbeleid, waardoor de uitstoot van een groeiend kachelpark toch daalt.
Vlaams beleid is non-beleid
In Vlaanderen is er van een massale verplichte vervanging van oude kachels geen sprake. Oude tweedehandskachels gaan hier bijvoorbeeld nog vlotjes van de hand, zelfs al zijn ze niet meer conform de norm. Omdat er amper controle op is. Het valt dus te vrezen dat de toegenomen kachelhandel in Vlaanderen wél heeft geleid tot een hogere uitstoot. Ons park is vermoedelijk groter geworden. Omdat nieuwe kachels wellicht bovenop de oude zijn gekomen in plaats van ze te vervangen. Alleen is er niemand in staat om dat in kaart te brengen. Omdat het beleid niet thuis geeft.
De houtsector zelf deelt die mening. "Het beleid is een non-beleid, waarbij er niets wordt gedaan met ons", zegt Wim Vanlede, van de vzw Stroomop, vertegenwoordiger van de kachelsector. "Nochtans zijn we vragende partij om in te zetten op een vervangingsbeleid zoals in Duitsland." Maar dan moet Vlaanderen dus wel mee.


