Vooral in typische teamsporten met een uitgesproken kleedkamercultuur zien we dat de aanvaarding van een andere seksuele geaardheid niet vanzelfsprekend is. Dat zegt Jeroen Scheerder, hoogleraar sportsociologie en sportbeleid (KU Leuven), naar aanleiding van de gehypete reeks 'Heated Rivalry' over de liefde tussen 2 ijshockeyspelers.
Sportsocioloog over uit de kast komen in de sport: "In kleedkamersporten is heteroseksualiteit vaak norm"
Uit Vlaams onderzoek (2019) blijkt dat fitness met 23 procent de populairste sport is onder LGBTQIA+-personen. "En dat is beduidend hoger dan bij de algemene bevolking", zegt hoogleraar sportsociologie en sportpolitiek Jeroen Scheerder (KU Leuven) in 'De wereld van Sofie' op Radio 1.
"Fitness is commercieel georganiseerd, met bijvoorbeeld 'ladies only'-concepten. Er is dus aandacht voor specifieke doelgroepen. Dat verklaart waarom het hoger scoort."
Lopen en zwemmen zijn ook populair, maar met lagere cijfers (7 procent of minder). "Dat zijn individuele sporten zonder groepsdruk of teamloyaliteit."
Daarnaast ervaart een aanzienlijke groep drempels in de sportomgeving:
40 procent voelt zich niet volledig op zijn of haar gemak in de sportclub.
37 procent vreest negatieve reacties.
27 procent weet niet op voorhand of de kleedkamers gescheiden zijn.
Nog eens 27 procent twijfelt of men wel echt welkom is.
Drie sportwerelden
De sporthoogleraar onderscheidt 3 sportgroepen.
1. Kleedkamersporten
De eerste groep bestaat uit sporten met een uitgesproken 'locker room culture'. "We noemen dat ook wel kleedkamersporten. Het gaat om typische teamsporten zoals voetbal, hockey en basketbal. De kleedkamer speelt er een centrale rol. Heteroseksualiteit geldt als norm en er ligt een sterke nadruk op mannelijkheid."
Binnen die groep ziet Scheerder een duidelijk verschil tussen mannen- en vrouwenploegen. "Bij mannenploegen is er vaker sprake van ontkenning, ridiculisering en het in stand houden van homofobe houdingen. Bij vrouwenploegen zien we net het omgekeerde: daar is doorgaans meer aanvaarding en vaker sprake van een veilige omgeving."
Hij verwijst naar de WNBA, de Amerikaanse vrouwenbasketbalcompetitie, waar speelsters openlijk uitkomen voor hun geaardheid. "Mannenploegen bevestigen bestaande patronen, vrouwenploegen doorbreken ze."
2. Individuele sporten
Een tweede groep bestaat uit individuele sporten, zoals atletiek of tennis. "Die worstelen daar veel minder mee. Je hebt er niet die uitgesproken kleedkamercultuur. Atleten kleden zich wel om, maar er is geen sterk collectief moment zoals bij teamsporten. Er is meer afstand tot de groep, waardoor mensen zich mogelijk sneller op hun gemak voelen dan bijvoorbeeld in het mannenvoetbal of ijshockey."
3. 'Vrouwensporten'
Dans en kunstschaatsen noemt Scheerder zogenoemde vrouwensporten, omdat het merendeel van de deelnemers vrouwen zijn. "Daar worden traditionele patronen vaker doorbroken." Films als Girl en Billy Elliot illustreren dat. Tegelijk blijft er een stigma bestaan: jongens in die sporten worden snel als homoseksueel bestempeld.
Traag maar gestaag
Volgens hem is er wel degelijk vooruitgang, al verloopt die traag. "Sportclubs en federaties zijn zich bewust van het probleem, maar er is nog veel onwetendheid. Initiatieven ontstaan vandaag vooral bottom-up."
Sport kan het probleem bovendien niet alleen oplossen. "Er is samenwerking nodig met onderwijs, media en het domein gelijke kansen. Ook in sportopleidingen moet meer aandacht gaan naar seksueel diversiteitsbeleid."
Daarnaast speelt er een generatieverschil. "Jongere generaties zijn beter geïnformeerd en vaak beter in staat om met verschillen in seksuele geaardheid om te gaan."
Rol van supporters en rolmodellen
Ook de supporterscultuur verdient aandacht. Het woord 'gay' wordt nog te vaak als scheldwoord gebruikt. "Daar moet duidelijk tegen worden opgetreden. Het is perfect mogelijk om afspraken te maken met supportersclubs. Dat zijn volwaardige partners. Ga met hen in gesprek."
We hebben rolmodellen nodig
Jeroen Scheerder, sporthoogleraar (KU Leuven)
Tot slot benadrukt Scheerder het belang van zichtbaarheid. "We hebben rolmodellen nodig. Bij vrouwelijke atleten zien we dat steeds vaker - denk aan An Wauters en Kim Meylemans. Bij mannen moeten we voorlopig nog met een vergrootglas zoeken."
Beluister: Hoogleraar sportsociologie Jeroen Scheerder in 'De wereld van Sofie'


