De Vertrouwenscentra Kindermishandeling (VK) trekken aan de alarmbel: de werkdruk ligt zo hoog dat ze kinderen in onveilige situaties niet snel genoeg meer kunnen helpen. Om bestaande dossiers goed te kunnen opvolgen, zijn de vertrouwenscentra minder bereikbaar voor nieuwe meldingen. "Wanneer een kind signalen toont, is het misbruik of de mishandeling vaak al lang aan de gang. Het kind wil dan onmiddellijk geholpen worden, maar dat gaat niet."
"We kunnen kinderen in nood niet snel genoeg helpen": Vertrouwenscentra Kindermishandeling trekken aan alarmbel
Samenvatting:
De Vertrouwenscentra Kindermishandeling krijgen steeds meer meldingen, maar het personeelsbestand groeit niet mee: elke hulpverlener staat in voor 110 kinderen in onveilige situaties.
Door de hoge werkdruk moeten de 6 vertrouwenscentra hun bereikbaarheid voor nieuwe meldingen inkorten om bestaande dossiers beter te kunnen opvolgen, waardoor kinderen in nood langer moeten wachten op gespecialiseerde hulp.
"Er is een kind dat ik in november aanmeldde bij het VK, maar hij moest maanden wachten op hulp", vertelt een maatschappelijk werker.
Elk jaar worden er meer kinderen aangemeld bij het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (VK). In totaal ging het in 2024 over bijna 11.000 kinderen. Dat zijn er 2.000 meer dan 6 jaar eerder. Vooral het aantal meldingen van emotionele mishandeling en verwaarlozing stijgt. Het gaat daarbij over een stijging van 41 procent in de voorbije 8 jaar.
De meeste meldingen komen van de scholen (26 procent, o.a. ) en uit de gezondheidszorg (25 procent, o.a. ziekenhuizen en artsen). Daarna volgen meldingen van mensen uit de directe omgeving van de kinderen (15 procent).
Wat doet het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (VK)?
Wanneer je je zorgen maakt over een kind en denkt dat er sprake kan zijn van kindermishandeling, kan je contact opnemen met een VK. Het is dan aan een vertrouwenscentrum om na te gaan wat het risico is en welke noden er zijn. Hierbij staat de veiligheid van het kind centraal. Het team bestaat uit psychologen, pedagogen, criminologen en artsen.
Het vertrouwenscentrum kan verschillende acties ondernemen: van het coachen van hulpverleners tot het opstarten van een hulptraject. Het vertrouwenscentrum laat het gezin pas los als het veilig is of wanneer andere diensten het overnemen. Er zijn in totaal 6 Vertrouwenscentra Kindermishandeling in Vlaanderen en Brussel.
Steeds meer kinderen in onveilige situaties
Het aantal kinderen dat bij een Vertrouwenscentrum aangemeld wordt, stijgt, maar het personeelsbestand van de VK's doet dat niet, of toch niet genoeg. Tim Stroobants is directeur van het VECK, het Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling. Zij ondersteunen de verschillende vertrouwenscentra.
"We hebben 100 voltijdse medewerkers voor 11.000 kinderen", legt hij uit. "Een medewerker bij ons is dus verantwoordelijk voor 110 kinderen in een onveilige situatie. Daarbij komen dan nog de lopende dossiers. Het is voor onze teams een dagelijkse, maar onmogelijke afweging tussen het opnemen van nieuwe meldingen en het goed opvolgen van bestaande trajecten. "
Éen hulpverlener voor 110 kinderen in een onveilige situatie. Dat is gewoon niet houdbaar
Tim Stroobants directeur van het Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling
De werkdruk stijgt niet alleen omdat er meer kinderen worden aangemeld, maar ook doordat de dossiers complexer worden. Bijvoorbeeld door nieuw-samengestelde gezinnen, door verschillende aantallen problematieken die samen aanwezig zijn en door een stijging in het aantal dossiers waarbij justitie betrokken is.
Daarbij komt nog dat het alsmaar moeilijker wordt om kinderen en jongeren door te verwijzen. Overal binnen de jeugdzorg zijn er wachtlijsten, waardoor dossiers langer bij een vertrouwenscentrum blijven hangen.
Meer keuzes en minder meldingsuren
Van alle meldingen die de VK's binnenkrijgen, schatten de hulpverleners in dat zo'n 95% van de situaties urgent of extreem urgent is.
"Toch zullen we ook binnen die urgente situaties moeten bekijken wat we behandelen en in welke situaties we eerder zullen kiezen voor coaching samen met externe hulpverleners. Maar dat legt natuurlijk druk op andere partners, zoals de CLB's," aldus Stroobants.
Verder zullen de uren waarop de VK's bereikbaar zijn voor meldingen inkorten. Zo hopen de hulpverleners de dossiers die ze al behandelen beter te kunnen opvolgen.
"Het is de eerste keer dat we zoiets moeten doen", zegt Stroobants. "Het is best ingrijpend en het zou niet mogen, want het is niet omdat we minder momenten hebben ze ons kunnen contacteren, dat er ook minder kinderen zijn die hulp nodig hebben." Hij noemt de situatie vandaag dan ook "onhoudbaar".
Het Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling trok ook al aan de alarmbel bij de minister van Welzijn, Caroline Gennez (), maar de maatregelen die de Vlaamse regering neemt, volstaan niet meer volgens Stroobants.
"Als we naast elkaar leggen hoeveel aanmeldingen we krijgen en met hoeveel we effectief aan de slag kunnen, dan merken we dat de kloof in elk van onze vertrouwenscentra alsmaar groter wordt."
Minister Gennez: "Laatste jaren heel wat extra geld geïnvesteerd"
"Het werk van de Vertrouwenscentra Kindermishandeling is van enorm belang", klinkt het bij minister Caroline Gennez. "Elk kind verdient het om in een veilige omgeving op te groeien en het is onze taak als overheid om hen te beschermen en te begeleiden als het misgaat."
"De druk op de VK's is de voorbije jaren duidelijk toegenomen. Daarom is er de laatste jaren heel wat extra geld geïnvesteerd en zijn de middelen van de VK's verhoogd met 3 miljoen, tot zo'n 10 miljoen nu. En ook het budget van het VECK werd opgetrokken."
"We werken nu volop aan een grondige hervorming samen met de sector. Gisteren zat mijn kabinet hiervoor nog samen met de VK's. Hun opdrachten en financiering willen wij structureel verankeren, zodat expertise niet langer afhankelijk is van tijdelijke projectmiddelen."
CLB-medewerker: "Onze bezorgdheid over bepaalde leerlingen groeit"
Katrijn Loots werkt als maatschappelijk werker bij het GO! CLB in de regio rond Leuven.
Als een school, een leerling of iemand anders aangeeft dat een kind in een verontrustende situatie leeft, neemt ze contact op met het Vertrouwenscentrum in Leuven.
"Vroeger kon ik de week zelf nog een consult boeken bij het vertrouwenscentrum in Leuven om de eerste stappen naar hulp te bespreken. Nu moet ik vaak een week wachten", vertelt ze. "Dat lijkt misschien kort, maar het is echt te lang voor kinderen in onveilige situaties."
Er is een kind dat ik in november aanmeldde bij het VK, maar 2 maanden moest wachten op een gesprek
Katrijn Loots, maatschappelijk werker bij GO! CLB
En dat is nog maar een eerste stap. Vooraleer er echt hulp komt voor een kind kan het nog langer duren. "Zo is er een jongen die ik in november aanmeldde bij het VK, maar pas twee maanden later op gesprek kon", vertelt ze.
Doordat kinderen minder snel geholpen kunnen worden binnen de gespecialiseerde hulp, proberen ze bij het CLB te doen wat ze kunnen in de tussentijd: "We zoeken samen naar noodoplossingen zoals een vluchtplan, een lijst van mensen die ze kunnen bellen of bij wie ze tijdelijk terecht kunnen. We verwijzen hen ook door naar 1712 of de CLB chat."
Maar dat weegt ook zwaar door op de CLB-teams: "De bezorgheden over de veiligheid van kinderen zijn bijna niet meer te dragen. Als CLB zouden we een draaischijf moeten zijn, die kan doorverwijzen naar gespecialiseerde hulp, maar de wachttijden en wachtlijsten zijn te lang."
Katrijn benadrukt dat de samenwerking met het VK noodzakelijk is in deze situaties: "Ze zijn een onmisbare partner om gevallen van kindermishandeling aan te pakken. Maar de overbelasting bij hun heeft nu echt wel gevolgen voor de kinderen die wij elke dag zien."
Kinderen verliezen vertrouwen in hulpverlening
Dat een snelle en gespecialiseerde aanpak belangrijk is, weet Sara (34) als geen ander. Zij werd tussen haar 10e en 16e misbruikt door haar stiefvader. Toen het misbruik uitkwam, stond het VK in Brussel paraat om haar te helpen, waardoor ze zich gehoord voelde. Haar verhaal dateert van 20 jaar geleden, toen er nog snelle hulp beschikbaar was.
Vandaag is dat vaak niet het geval, waardoor kinderen zich in de steek gelaten voelen. Dat merkt Katrijn ook in de scholen waar ze werkt: "Er was eens een jongen die zei: jullie helpen me echt niet. Ik voel me niet gehoord. Voor kinderen is dat langetermijndenken ook moeilijk, zeker als ze net zo dapper zijn geweest om aan te geven dat het niet gaat thuis", vertelt ze.
Wanneer een kind signalen toont, is het misbruik vaak al lang aan de gang. Het kind wil dan meteen geholpen worden, maar dat gaat niet
Katrijn Loots, maatschappelijk werker bij GO! CLB
"Wanneer een kind signalen toont, is het misbruik of de mishandeling vaak al lang aan de gang. Het kind wil dan onmiddellijk geholpen worden, maar dat gaat niet. Als we dan de boodschap moeten geven dat ze nog wel even in dezelfde situatie zullen zitten, komt dat hard aan."
En zo heeft Katrijn veel verhalen. Zo waren er 2 jongens waarbij er thuis duidelijk sprake was van mishandeling. Maar op hulp was het wachten. "Het was echt schrijnend. Ze vertelden me verhalen waardoor ik wist: het is zo onveilig thuis dat we echt stappen moeten ondernemen. Maar de gespecialiseerde hulp was niet beschikbaar, dus we besloten zelf met hun ouders te spreken. Maar dat hielp niet en dus bleef de situatie even onveilig."
"Die jongens vroegen doortastende maatregelen, maar die hadden we niet voorhanden", gaat ze voort. "Na een tijdje deden ze alsof alles oké was thuis, zodat we hen met rust zouden laten. Maar de blauwe plekken en lege brooddozen bleven."
Heb je een vraag over geweld, misbruik of mishandeling? Dan kan je terecht bij de hulplijn 1712. Voor een gesprek kan je ook terecht bij Tele-Onthaal op het nummer 106 of via www.tele-onthaal.be .
Jongeren kunnen terecht bij Awel op telefoonnummer 102, of via chat op awel.be of bij nupraatikerover.be .


