Het ambitieuze Europese defensieproject FCAS, waarbij Duitsland, Frankrijk en Spanje het gevechtsvliegtuig van de toekomst zouden bouwen, is op sterven na dood. Dat zei minister van Defensie Theo Francken (N-VA) eerder deze week, en na de hoogoplopende politieke ruzie tussen Duitsland en Frankrijk denken experts hetzelfde. "Het project moest Europese eensgezindheid en kracht uitstralen, maar legt opnieuw bloot waar Europa vaak op vastloopt."
Europese gevechtsvliegtuig van de toekomst lijkt op sterven na dood: "Conflict tussen bedrijven is nu ook politieke ruzie"
FCAS had het paradepaardje van de Europese luchtmacht moeten worden: een 6e generatie gevechtsvliegtuig dat nucleaire wapens kan dragen, maar ook kan samenwerken met onbemande toestellen en een digitaal netwerk van satellieten en grondsystemen, ondersteund door artificiële intelligentie. "De oorlogsvoering van de toekomst", zo werd het ook wel genoemd.
Bedrijfsdiscussie wordt politiek
Maar het ambitieuze project lijkt uit te draaien op een sisser. Het Franse bedrijf Dassault Aviation, het Duitse Airbus en (later) het Spaanse Indra Sistemas startten in 2017 met de ontwikkeling van het toestel, in de hoop tegen 2040 de Franse en Duitse gevechtsvloten te vervangen, maar een aanhoudende ruzie tussen Duitsland en Frankrijk over wie het project mag coördineren, lijkt nu de definitieve doodsteek te worden voor het gevechtsvliegtuig van de toekomst.
Waarom wordt een Europees gevechtsvliegtuig gebouwd?
Europa heeft op dit moment 3 vliegtuigen van eigen bodem: de Franse Rafale, de Britse Eurofighter en de Zweedse Saab Gripen. Toch hebben veel landen, waaronder België, ook Amerikaanse F-35's aangekocht, die een stuk geavanceerder zijn dan de Europese toestellen. Zo zijn ze bijna onzichtbaar voor de radar en bevatten ze betere radars en detectiesystemen.
De afgelopen jaren groeit wel het bewustzijn dat de Europese Unie erg afhankelijk is van de VS. Daarom gaan er steeds meer stemmen op om cruciale wapensystemen, zoals gevechtsvliegtuigen, op eigen bodem te bouwen.
Het Franse Dassault Aviation wil de leiding nemen, maar Airbus eist een gelijke industriële rol. Frankrijk argumenteert dat Dassault, als producent van het Franse gevechtsvliegtuig Rafale, ervaring heeft als hoofdaannemer en 80 procent zeggenschap wil krijgen. Duitsland vindt dan weer dat het als medefinancierder evenveel zeggenschap moet krijgen. Ook Spanje eist gelijke inspraak.
De discussie, die tot nu toe voornamelijk op bedrijfsvlak wordt gevoerd, sijpelt toch door naar het politieke niveau. Zo vindt Frankrijk (dat zelf een nucleaire grootmacht is) dat het nieuwe vliegtuig kernwapens moet kunnen dragen. Voor de Duitse bondskanselier Friedrich Merz is dat niet nodig, omdat de F-35's die taak kunnen vervullen.
Bovendien heeft Duitsland geen nood aan een toestel dat op vliegdekschepen moet kunnen landen, simpelweg omdat Duitsland geen vliegdekschepen heeft. Frankrijk vindt dat dan weer belangrijk, omdat het land wél een vliegdekschip heeft.
"Het is geen politieke discussie, maar een technische", benadrukt Merz. Maar zijn uitspraken doen wel twijfels rijzen over het voortbestaan van het project van ruim 100 miljard.
Francken: "Vliegtuig komt er niet"
Ook België had een tijdlang een vinger in de pap in FCAS. In 2023 zette oud-minister van Defensie Ludivine Dedonder de eerste stap, maar pas in juli vorig jaar heeft de regering groen licht gegeven voor een plan om een volwaardige partner te worden van het Future Combat Air System (FCAS) en 300 miljoen euro in het project te pompen.
Maar ook toen kwam het tot een discussie met Frankrijk, meer bepaald toen de Franse vliegtuigbouwer Eric Trappier zei dat hij een partnerschap met ons land niet zag zitten. Hij vond dat ons land door de aankoop van Amerikaanse F-35's de Europese defensie-industrie "belachelijk maakt".
Op een kwartaalbijeenkomst van zijn bedrijf maakte hij zijn ongenoegen publiekelijk kenbaar. "Als België van het idee afstapt om F-35's te kopen, zouden ze welkom zijn", zegt Trappier. "Als ze dat niet doen, dan maken ze ons echt belachelijk."
Woorden die niet in goede aarde vielen bij onze huidige minister van Defensie Theo Francken. "De regering zal haar positie in het FCAS-project evalueren", schreef hij op X. "Als founding father van de NAVO en de EU, loyale bondgenoot en hoofdkwartierhouder hebben we geen lessen te krijgen van arrogante industriëlen."
Het lidmaatschap van België aan FCAS lijkt na de discussie tussen Frankrijk en Duitsland nu volledig geschrapt van het wensenlijstje van onze regering.
"Een Frans-Duits-Spaans gevechtsvliegtuig van de zesde generatie zal er niet komen. Het water is daarvoor te diep, zo blijkt al maanden en wordt nu bevestigd door bondskanselier Merz", schrijft Francken deze week op X. "België is observator in dit programma. We zullen onze positie herbepalen in overleg met onze bondgenoten."
Pijnlijk moment voor Europa
"Ik vrees dat minister Francken hier weleens gelijk zou kunnen hebben wanneer hij zegt dat het project ten dode opgeschreven is", zegt Yf Reykers, professor internationale relaties en defensiespecialist aan de Universiteit Maastricht, in De Ochtend op Radio 1.
"Het is bijzonder pijnlijk. Enerzijds is dit een technologisch en industrieel hyperambitieus project. Anderzijds gaat het om een symbolisch dossier: Frans-Duitse samenwerking in defensie. Wat opnieuw blijkt, is dat grote defensielanden met sterke nationale industrieën moeite hebben om hun nationale reflex los te laten. Ze proberen hun eigen industriële kampioenen te beschermen en te versterken."
En dat maakt het extra wrang, omdat Europa er net in zou moeten slagen zijn afhankelijkheid van bijvoorbeeld de Verenigde Staten af te bouwen. "Dit project had daarin een belangrijke stap kunnen zijn."
Beluister hier het gesprek in De Ochtend op Radio 1


