In de Soedanese deelstaat West-Kordofan zijn zeker 15 kinderen gedood bij een drone-aanval. Lokale ngo's wijzen naar het regeringsleger. Dat is al 3 jaar in een oorlog verwikkeld met de paramilitaire RSF. Een nieuw VN-rapport heeft het intussen over "tekenen van genocide" tijdens het bloedbad in Al-Fashir, eind vorig jaar.
Zeker 15 kinderen gedood bij drone-aanval in Soedan, ngo's beschuldigen regeringsleger
De drone-aanval vond eerder deze week plaats aan een waterput in een kamp voor ontheemde burgers. Rond die put, de belangrijkste waterbron voor het dorp Al-Sunut en de omliggende nederzettingen, waren op dat moment tientallen mensen samengekomen.
In totaal werden 18 mensen gedood, zegt de gespecialiseerde website Sudan War Monitor . Volgens de VN-kinderrechtenorganisatie Unicef waren daar zeker 15 kinderen bij. Nog eens 10 kinderen raakten gewond.
Videobeelden die kort na de aanval genomen werden, tonen verschillende lichamen, persoonlijke bezittingen van burgers en kadavers van vee, wat er voor Sudan War Monitor op wijst dat de aanval gericht was op een verzamelplaats van burgers en niet op een militair doelwit.
Verschillende Soedanese ngo's beschuldigen het regeringsleger. "Het viseren en vernielen van een waterput voor burgers is onder de internationale humanitaire wetgeving een oorlogsmisdaad", zegt Darfur Victims Support.
Unicef klaagt dan weer aan dat het aantal drone-aanvallen toeneemt. De kinderrechtenorganisatie heeft het in die zin over "oncontroleerbaar geweld".
Front verschuift
De regio waar de aanval plaatsvond, is sinds midden 2023 in handen van de paramilitaire organisatie Rapid Support Forces. Die militie nam in april van dat jaar de wapens op tegen het Soedanese regeringsleger.
Nu de RSF de volledige controle hebben over de regio Darfur, heeft het front zich de voorbije maanden verplaatst naar Kordofan. Dat is een uitgestrekte, vruchtbare en olierijke regio ten zuiden van de hoofdstad Khartoem.
Aan de basis van het conflict ligt een machtsstrijd tussen 2 generaals, die van het regeringsleger en die van de RSF. Volgens de Verenigde Naties zijn in bijna 3 jaar tijd al zeker 40.000 mensen gedood. Maar hulporganisaties noemen dat een onderschatting en zeggen dat het echte aantal allicht veel hoger ligt.
De burgeroorlog heeft volgens de VN tot de grootste humanitaire crisis ter wereld geleid. Naast de tienduizenden doden heerst er ook een voedselcrisis en miljoenen mensen zijn op de vlucht, in Soedan zelf of in de buurlanden.
"Tekenen van genocide"
Een van de donkerste episodes uit de burgeroorlog was de inname van de stad Al-Fashir door de RSF. Na een belegering van 18 maanden trokken de paramilitairen die stad in Noord-Darfur binnen en vermoordden er in enkele dagen meer dan 6.000 mensen. Ze pleegden ook seksueel geweld, voerden standrechtelijke executies uit en folterden en ontvoerden burgers.
Het geweld door de RSF in Al-Fashir vertoonde "tekenen van genocide", stelt een groep mensenrechtenexperts in een nieuw rapport. Zij deden onderzoek naar het bloedbad in opdracht van de VN.
In de Conventie van Genève staan 5 criteria die bepalen of er sprake is van genocide. 1 criterium is volgens het internationaal recht al voldoende om van genocide te kunnen spreken.
Volgens de experts is bij het geweld in Al-Fashir aan zeker 3 van die 5 criteria voldaan: het vermoorden van leden van een bevolkingsgroep, zware lichamelijke en geestelijke mishandeling en het opleggen van levensomstandigheden die moesten leiden tot totale of gedeeltelijke uitroeiing van de groepen waarop ze het hadden voorzien.
Over dat laatste zeggen de experts dat de RSF levensomstandigheden oplegden die de "fysieke vernietiging" van niet-Arabische gemeenschappen tot doel hadden. Ze concluderen dat de RSF een "genocidale intentie" hadden in Al-Fashir. Ronduit zeggen dat de RSF zich schuldig gemaakt hebben aan genocide, doen de experten niet, omdat dat alleen door een rechter kan worden vastgesteld.

