Europa staat op een digitaal kantelpunt: de afhankelijkheid van Amerikaanse technologie wringt steeds meer. Maar zelfs wanneer er andere keuzes zijn voor bedrijven als Meta, Microsoft of Google, blijven mensen vasthouden aan wat ze kennen, omdat iedereen daar zit. Toch bestaan er al Europese alternatieven, van cloud en mail tot zoeken en sociale media. Waarom zijn ze dan niet populairder?
"We zijn slaven van Amerikaanse technologie": waarom we toch niet voor Europese alternatieven kiezen
We mailen met Gmail of Outlook, onze foto’s staan op Google Drive of bij Apple in de iCloud, we vergaderen via Zoom of Teams, onze video’s staan op YouTube en een groot deel van onze data rust op servers van Amazon of Microsoft. En sociaal zijn gaat via Instagram, Facebook en WhatsApp van het Amerikaanse bedrijf Meta en via het Chinese TikTok.
Op het Wereld Economisch Forum in de Zwitserse stad Davos zei premier Bart De Wever het zo: “Wij zijn volledig afhankelijk van technologie die we niet bezitten en niet controleren. We moeten onze eigen platformen bouwen, want anders kan Trump doen wat hij wil met ons. Hij kan ons slaven maken, omdat we ook echt slaven zijn.”
Het klinkt dramatisch, maar de vraag is zeer relevant: kan Europa digitaal op eigen benen staan? Het verrassende antwoord is: grotendeels wel. De alternatieven bestaan al, ze zijn alleen versnipperd en minder bekend.
Gevoelige Belgische gegevens op Amerikaans servers
"2025 is het keerpunt", vertelt technologie-expert en auteur Jo Caudron. “Begin vorig jaar zat iedereen in Davos Europa uit te lachen: te traag, te ouderwets, te weinig innovatief. Maar toen begon Trump zijn tweede presidentschap en... nou ja, je hebt het zelf gezien. Groenland kopen, handelsoorlogen, onvoorspelbaar beleid.
"Plots dachten overal mensen: wacht eens, misschien is het niet zo slim om al onze digitale spullen bij één land te parkeren," zegt Caudron.
"Je hebt 3 dingen nodig om de shift te veranderen: ten eerste een overheid die zegt: ‘Dit gaan we anders doen’. Ten tweede bedrijven die alternatieven maken. En ten derde -en dit is cruciaal- gewone mensen die mee willen."
“Op dat eerste punt is er beweging. Frankrijk en Duitsland werken aan een gezamenlijke Europese office-architectuur: La Suite en OpenDesk. De ambitie is om in 2027 met de overheid volledig weg te kunnen van Microsoft 365 voor onder meer tekstverwerking en rekenbladen."
"Frankrijk ontwikkelt daarnaast Visio, een eigen videoplatform. Het heeft beslist dat ambtenaren vanaf 2027 niet meer met Amerikaanse tools mogen vergaderen, wegens te gevaarlijk. Want die slimme AI-tools bijvoorbeeld, die je vergaderingen uittikken, kunnen info doorspelen aan de Amerikaanse overheid. Dankzij een Amerikaanse wet die Cloud Act heet.”
Heel veel uiterst gevoelige Belgische overheidsdata zit vandaag bij Amerikaanse cloudbedrijven
Om te tonen hoe gevoelig dit is, volstaat het om te kijken naar enkele concrete keuzes van Belgische overheden. Zo heeft Justitie al haar dossiers, inclusief gegevens over gevangenen en lopende processen, ondergebracht in de Microsoft Cloud.
Tegelijkertijd beheert de Kruispuntbank Inburgering de gegevens van zo’n 30.000 asielzoekers uit onder meer Afghanistan, Syrië, Iran en Irak via het Amerikaanse Salesforce, terwijl die data vroeger in een Brussels datacenter stonden.
Ook de centra voor maatschappelijk werk (CAW’s) draaien hun werking op hetzelfde platform. Het gevolg is dat grote hoeveelheden bijzonder gevoelige maatschappelijke informatie vandaag bij Amerikaanse bedrijven terechtkomen.
Veilig mailen
Op privacyvlak heeft Europa al een sterk verhaal: Proton uit Zwitserland is uitgegroeid tot een compleet ecosysteem met mail, opslagruimte, documenten bewerken, videobellen, ... Het is een zeldzaam voorbeeld van een Europees bedrijf dat een volledig pakket biedt, zoals Google of Microsoft dat doen. Maar als je alles wil gebruiken, moet je wel betalen.
Maar cybersecurity- en privacyspecialist bij Cranium, Bavo Van den Heuvel, plaatst meteen een niet onbelangrijke kanttekening bij Proton: “In Zwitserland ligt een wetsvoorstel op tafel dat inlichtingendiensten meer toegang tot data zou geven. Proton heeft al laten weten dat het in dat geval zou vertrekken en dat toont meteen ook hoe fragiel ‘veilige’ locaties kunnen zijn."
Het netwerkeffect
Ook bij sociale media ligt het probleem vandaag eerder bij ons dan op technisch vlak. Er bestaan wel degelijk Europese alternatieven voor Amerikaanse sociale media.
Zo biedt het Duitse Mastodon een alternatief voor X, profileert het Zweedse W Social zich als een privacyvriendelijk tegengewicht voor datzelfde X of Bluesky* en belooft het Luxemburgse Monnett een AI-vrije, privacyveilige sociale media omgeving. Xing is dan weer een alternatief uit Duitsland voor LinkedIn.
Maar in de praktijk blijven ze klein, zoals Monnett dat rond 30.000 gebruikers blijft hangen.
De echte drempel is het netwerkeffect: mensen blijven waar iedereen al zit, waardoor nieuwe platformen, hoe degelijk ook, moeilijk doorbreken. Datzelfde patroon zie je ook bij video: het Franse Dailymotion is een volwaardig alternatief voor YouTube, sterk in nieuws en cultuur, maar blijft kleiner, heeft dan ook minder influencers met veel bereik op het platform en het algoritme is zwakker.
Dat zien we ook bij artificiële intelligentie. We kennen intussen allemaal wel ChatGPT, maar er is ook Le Chat van het Franse Mistral. Het profileert zich als "sovereign AI": modellen die binnen een Europees kader kunnen draaien, zonder dat data naar Amerikaanse servers moeten.
Mistral is voorlopig de meest zichtbare Europese speler in dat veld, maar blijft qua grootte ver achter bij OpenAI of Google.
Puzzelen met software
De cloud-infrastructuur, het onzichtbare netwerk van servers, datacenters en software waarop onze digitale diensten draaien, is misschien wel het belangrijkste terrein, maar ook het minst zichtbare.
Hier domineren Amerikaanse reuzen zoals Amazon, dat niet alleen een webwinkel is. Nochtans kan het ook Europees. OVHcloud (Frankrijk) en Open Telekom Cloud (Duitsland) bieden servers, opslag en andere diensten. Net als bedrijven als Scaleway, Hetzner en Exoscale. Voor mensen die hun eigen bestanden willen opslaan, zijn er opties als pCloud, Nextcloud en Jottacloud.
Het is dus perfect mogelijk om al je digitale diensten, je websites, je bestanden, je apps en je data, te laten draaien op computers en datacenters die in Europa staan en door Europese bedrijven worden beheerd, die er ook eigenaar van zijn, in plaats van op Amerikaanse systemen.
Alleen, waar Google of Microsoft één naadloos pakket bieden, is de Europese variant vaak een puzzel van verschillende diensten die je zelf aan elkaar moet knopen.
“Cloud is niet altijd gewoon een loods vol computers, maar een volledig dienstenpakket dat samenwerkt. Jij kan mailen met Outlook, maar misschien gebruikt de personeelsdienst andere software om alles rond HR te regelen. En dat maakt een overstap stroever", zegt Bavo Van den Heuvel.
Zoeken moet niet met Google
Wie informatie wil zoeken met een andere zoekmachine dan Google, heeft intussen best wat keuzes. Het Duitse Ecosia doneert een groot deel van zijn inkomsten aan herbebossing, terwijl Qwant uit Frankrijk en het Nederlandse Startpage vooral inzetten op privacy en zo min mogelijk dataverzameling.
Om te surfen zijn er ook alternatieven als Vivaldi en Opera met Noorse roots**, en het Zweedse Mullvad, dat expliciet rond anonimiteit is gebouwd. Daarnaast bestaan er meer principiële zoekprojecten zoals Mojeek en MetaGer, die proberen los te komen van Amerikaanse datastromen.
Samen vormen deze initiatieven geen grote Europese kampioen, maar wel een verspreid alternatief ecosysteem dat beter aansluit bij Europese ideeën over privacy, databeheer en digitale autonomie.
En kopen en betalen?
Toch blijven er 2 grote gaten. Ten eerste: er is geen echte Europese Amazon, wel sterke regionale spelers, maar geen Europese reus die het opneemt tegen het bedrijf uit Seattle.
Daarnaast is Europa in betalingen nog zoekende. Initiatieven zoals Wero willen een Europees alternatief voor het Amerikaanse Visa en Mastercard uitbouwen, maar staan nog in hun kinderschoenen. Bij apps en cloud kan Europa alternatieven bouwen, maar bij betalingen raakt digitale soevereiniteit aan machtige financiële netwerken en daar loopt het stroef.
De vraag is dus niet: kan Europa zonder Amerikaanse tech? Technisch gezien wel. Maar sociaal en economisch is het een andere zaak. Want mensen kiezen dikwijls voor gemak, totaaloplossingen en netwerken. En die zijn vandaag nu eenmaal vaak Amerikaans.
*Hier stond eerder per abuis Facebook en Instagram. **Opera heeft Noorse roots, maar is voor de helft in handen van een Chinees bedrijf. De hoofdzetel is in Noorwegen.


