Bij de instorting van een coltanmijn in Rubaya, in het oosten van de Democratische Republiek Congo, zijn meer dan 200 mensen omgekomen. De mijn, die sinds 2024 in handen is van de M23-rebellen, zou zijn ingestort door een aardverschuiving na veel regen.
Mijn in Congo stort in: meer dan 200 doden
De instorting van een deel van het mijncomplex zou al woensdag hebben plaatsgevonden. De mijnsite bevindt zich ongeveer 70 kilometer ten westen van de stad Goma, de hoofdstad van de provincie Noord-Kivu. De rebellengroep M23 nam een jaar geleden een groot deel van de regio in, en ook de meeste mijnen, waaronder de belangrijkste, in Rubaya.
Het precieze dodental is nog altijd onduidelijk. Onder de slachtoffers zouden mijnwerkers, maar ook vrouwen en kinderen zijn. De grond zou verzadigd geraakt zijn door de vele regen en vervolgens zijn ingezakt.
De heuvel is ingestort en daardoor zijn de mijnwerkers omgekomen. Een aantal lichamen is geborgen.
Eraston Bahati Musanga, gouverneur Noord-Kivu, aangesteld door M23
Vandaag worden gewonden overgebracht naar het ziekenhuis van Goma. De gouverneur, die door de rebellen is aangesteld, heeft de artisanale mijn voorlopig stilgelegd en alle inwoners die in de buurt in shelters woonden, weggehaald.
De Rubaya-mijn staat voor zowat 15 procent van de wereldwijde productie van coltan. Dat is een erts waaruit niobium en tantaal worden gewonnen. Beide metalen worden in de industrie gebruikt. Tantaal zit onder meer in smartphones en computers en is dus zeer gegeerd. Maar de artisanale mijnen zijn gevaarlijk voor de mijnwerkers. Ze graven zelf diepe putten en tunnels, en die worden slecht onderhouden. Instortingen komen vaak voor.
Strijd om de grondstoffen
In het oosten van Congo zijn de grondstoffen een belangrijk motief voor de aanhoudende gevechten. De M23-rebellen, maar ook andere gewapende groepen, proberen beslag te leggen op de mijnen. De mijn van Rubaya kwam in mei 2024 in handen van M23. Ze hebben er een plaatselijk bestuur aangesteld en zelfs een minister voor de exploitatie van grondstoffen, die aan de mijnwerkers en tussenhandelaren vergunningen geeft, staat in een VN-rapport. Nog volgens dat rapport heffen de rebellen sindsdien belastingen op de ontginning en het transport van het coltan. Dat zou 800.000 dollar per maand opbrengen.
Congo beschuldigt buurland Rwanda ervan de coltan via de rebellen over de grens te smokkelen. De Congolese regering zegt dat de export door Rwanda sinds de verovering door de rebellen spectaculair is gestegen, terwijl het land zelf geen coltan delft.
Vredesakkoord zonder vrede
Congo en Rwanda hebben een deal gesloten na bemiddeling van de Amerikaanse president Trump. Die heeft ook een grondstoffendeal gesloten, die Amerikaanse bedrijven toegang geeft tot Congolese mijnen. Maar die deal leidt tot onrust. En de gevechten in het oosten gaan door.