De wachtlijst voor jeugdhulp wordt steeds langer. In 2024 nam het aantal jongeren dat wacht op hulp in een instelling of bij een pleeggezin met 8 procent toe ten opzichte van 2023, blijkt uit cijfers van het agentschap Opgroeien.
Wachtlijst jeugdhulp blijft groeien: "Zoveel gezinnen staan onder druk"
Samenvatting:
Het aantal jongeren dat wacht op jeugdhulp in Vlaanderen is in 2024 met 8 procent gestegen tot 9.154, blijkt uit cijfers van het agentschap Opgroeien.
De stijgende wachtlijsten zijn er onder andere door meer jongeren met problemen, het loslaten van de leeftijdsgrens tot 25 jaar en een tekort aan capaciteit in de sector.
Het nieuwe plan van minister Gennez (Vooruit) om de crisis aan te pakken krijgt kritiek uit het werkveld: "Er is nood aan meer middelen en personeel, anders blijven de problemen bestaan", zegt Mattias Bouckaert, directeur van Ter Wende-Espero vzw.
Die stijging past in een trend die al enkele jaren aanhoudt. Na een beperkte daling in 2019 volgt al jaren een gestage stijging. Waar in 2019 nog 5.543 jongeren wachtten op een plaats, ging het eind december 2024 om 9.154 jongeren.
Hendrik Delaruelle, algemeen directeur van de koepelorganisatie Vlaams Welzijnsverbond, ziet daar verschillende redenen voor. "Steeds meer jongeren in onze maatschappij hebben het moeilijk. Dat geven ze ook zelf aan. We moeten daar dringend bij stilstaan: waar zijn we mee bezig in deze jachtige samenleving?"
Daarnaast werd recent de leeftijdsgrens van 18 jaar losgelaten, waardoor voor bepaalde problematieken jongeren tot 25 jaar kunnen worden voortgeholpen. "We kunnen jongeren daardoor langer in begeleiding houden, maar het betekent natuurlijk dat bedden langer bezet blijven."
Open brief uit werkveld
Afgelopen dinsdag nog maar presenteerde bevoegd minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) haar plan voor de jeugdhulp, dat onder meer moet inspelen op de grote wachtlijsten en de crisis in de sector. Het plan richt zich op preventie, het helpen van 2.000 extra kinderen en jongeren tegen 2029 en het in kaart brengen van de bestaande capaciteit en de wachtlijsten.
Het plan stuit echter op kritiek vanuit het werkveld. Meer dan 700 medewerkers en voorzieningen uit de jeugdhulp stuurden een open brief, waarin ze hun zorgen uiten over de nadruk op controle en monitoring, het gebrek aan erkenning voor het harde werk van het personeel, en het ontbreken van een coherent, uitvoerbaar verhaal.
Olifant in de kamer
Die kritiek klinkt ook bij Mattias Bouckaert, directeur van Ter Wende-Espero vzw en in het verleden politiek actief voor Groen in Oud-Heverlee. Ter Wende-Espero vzw is een voorziening met 40 plaatsen. "Op dit moment moeten gezinnen ongeveer 11 maanden wachten", zegt hij in De Ochtend op Radio 1. "Wachten klinkt soms iets te onschuldig, alsof het een rij in de winkel is. Wij voelen ons vaak echter de brandweer die toekomt als het bos al afgebrand is."
Bouckaert ziet duidelijk dat de vraag naar gespecialiseerde hulp toeneemt. "Dat merken wij aan onze voordeur, maar ook in buurlanden. In Nederland, waar meer cijfers beschikbaar zijn, is men bijvoorbeeld gegaan van 1 jongere op 27 in de jeugdzorg naar 1 op 7. Het zegt iets over onze samenleving: zoveel gezinnen staan onder druk."
In het plan gaat het niet over personeelsinzet en werkingsmiddelen. Zonder dat kan je wel extra bedden voorzien, maar wie gaat die vullen?
Mattias Bouckaert, directeur van Ter Wende-Espero vzw
Het probleem is volgens hem niet alleen het aantal jongeren dat hulp nodig heeft, maar ook de beperkte capaciteit van de voorzieningen. "Beleidsmakers horen dat niet graag. Zij hebben de mond vol over ‘betere organisatie’ en ‘efficiëntere instroom’, maar daar werken we al 20 jaar aan. De echte olifant in de kamer is capaciteit."
Niet alleen moet er méér capaciteit zijn, de bestaande capaciteit staat ook onder druk. "Het gaat op de eerste plaats over versterken wat er is, over zorgen dat er zuurstof is voor de voorzieningen. Onze werkingsmiddelen zijn al 15 jaar niet geïndexeerd en we wachten al 16 jaar op nieuwe loonvoorwaarden. Wie uitgeput is, kan geen nieuwe initiatieven lanceren of uitbreiden. Dat was meteen een eerste belangrijke kritiek op het plan.”
Het plan bevat 8 zogenoemde werven, die inzetten op preventie, monitoring, de samenwerking met het onderwijs enzovoort. "Er ligt echter geen 9e werf op tafel, dat zou moeten gaan over personeelsinzet en werkingsmiddelen. Zonder dat kan je wel extra bedden voorzien, maar wie gaat die vullen?"
Interessant recept, maar ontbrekende ingrediënten
Toch ziet hij ook positieve elementen in de aanpak van minister Gennez, zoals het in kaart brengen van vrije plaatsen. "Het is goed dat er een plan is, en er zitten nieuwe werkvormen en ideeën in. Het is een interessant recept, maar koken kan alleen als je de ingrediënten in huis hebt. Die ingrediënten - werkingsmiddelen en loonvoorwaarden - ontbreken nu nog."
Ook Delaruelle wil het plan naar eigen zeggen met beide handen vastpakken. "We willen onze schouders hier ongelofelijk hard onder zetten, zodat we eindelijk uit de crisis geraken waar de sector nu al jarenlang in verkeert. Het is tijd dat we jongeren kunnen geven waar ze recht op hebben. Dit moet een topprioriteit van de overheid zijn en blijven."
Het volledige gesprek met Mattias Bouckaert in De Ochtend op Radio 1



