Enkele ophefmakende studies die piepkleine plasticdeeltjes vonden in ons bloed, hersenen en teelballen liggen onder vuur. Sommige resultaten zouden niet voldoende gecontroleerd zijn op vervuiling of soms zouden microplastics verward zijn met vetweefsel. Discussie is niet ongewoon, nuanceren Belgische plasticexperten: "Dit is nu eenmaal hoe wetenschap werkt."
Hoeveel microplastics zitten nu écht in ons lichaam? Studies die ze in hersenen, bloed en teelballen vonden, liggen onder vuur
Samenvatting:
Verschillende recente studies over microplastics in het menselijk lichaam krijgen kritiek van wetenschappers. Er zijn vragen over de betrouwbaarheid van metingen in onder andere het bloed, de hersenen en de teelballen.
Sommige studies zouden onvoldoende gecontroleerd hebben op vervuiling of verwarring met menselijk weefsel.
Daardoor zouden de gerapporteerde hoeveelheden van microplastics niet betrouwbaar zijn.
Belgische experts benadrukken dat discussie een normaal onderdeel is van het wetenschappelijk proces, en dat het onderzoeksveld nog in volle ontwikkeling is.
Het is duidelijk dat plastics terecht kunnen komen in het lichaam, maar hoeveel precies, blijft wellicht nog wel even onduidelijk.
Microplastics in het bloed, in de hersenen en in de teelballen: de voorbije jaren verschenen er verschillende opmerkelijke studies over de minuscule plasticdeeltjes, die overal in het menselijk lichaam werden aangetroffen.
Verrassend is dat op zich niet. De plasticvervuiling heeft zich intussen over de hele wereld verspreid, tot aan de Noordpool. Wanneer die plastics afbrokkelen, ontstaan microplastics. Die krijgen we binnen via de lucht, ons voedsel of ons drinkwater.
Vaak scheiden we die microplastics gewoon weer uit, maar soms worden ze ook opgenomen door ons lichaam. Dat geldt vooral voor nanoplastics. Dat is de kleinste soort van microplastics die kleiner zijn dan 1 duizendste van een millimeter.
Maar wetenschappers bekritiseren verschillende recente studies die microplastics aantroffen in onze organen, bericht de Britse krant The Guardian. Er zou onvoldoende kwaliteitscontrole op toegepast zijn, die nochtans standaard is bij laboratoriumonderzoek.
Hersenweefsel verward met plasticdeeltjes
Neem nu het onderzoek waarbij er "ongeveer een volledige plastic lepel" aan microplastics aangetroffen werden in menselijke hersenen. Die werd uitgevoerd met de zogenoemde Py-GC-MS-methode. Daarbij worden vloeistoffen verdampt; de moleculen in de gassen die ontstaan, worden dan gewogen met een massaspectrometer.
Maar die techniek kan vals-positieve resultaten opleveren. Menselijk vetweefsel en polyethyleen, een type plastic, kunnen met elkaar verward worden. En laat hersenen nu net voor het merendeel uit vet bestaan.
Alleen lijken de onderzoekers daar geen rekening mee te hebben gehouden. In een antwoordartikel in het vakblad Nature Medicine stipten 9 vakgenoten daarom aan dat de studie kampt met "methodologische uitdagingen". "Een grap" , zo noemde een van hen de studie zelfs op zijn LinkedIn-pagina.
Bij andere studies zouden de onderzoekers dan weer onvoldoende voorzorgsmaatregelen genomen hebben om plasticvervuiling door testmateriaal of vanuit de omgeving te vermijden. Of ze zouden hun resultaten foutief geïnterpreteerd hebben, bijvoorbeeld omdat ze de beperkingen van hun onderzoeksmethode onvoldoende kennen.
Vanzelfsprekende technieken
The Guardian telde 7 recent gepubliceerde studies waar (soms scherpe) kritiek op kwam, en daarnaast een Australische overzichtsstudie die methodologische vragen opwerpt bij nog eens 18 studies.
"Volgens mij is het een probleem in het hele onderzoeksveld", zegt Cassandra Rauert, milieuchemicus aan de Universiteit van Queensland en hoofdauteur van de Australische overzichtsstudie, in The Guardian. "Dit is geen steek naar andere wetenschappers", voegt ze eraan toe.
"We krijgen veel vragen van mensen die erg bezorgd zijn over hoeveel plastics er in hun lichaam zitten. Het is onze verantwoordelijkheid om robuuste wetenschap te publiceren, zodat je de bevolking niet onnodig schrik aanjaagt."
Veel concentraties van micro- en nanoplastics die gerapporteerd worden, zijn compleet onrealistisch
Cassandra Rauert, milieuchemicus
Frederic Béen, milieuchemicus aan de Vrije Universiteit Amsterdam, is een van de wetenschappers die die kritiek deelt: "We zien nog steeds vrij veel papers waar zeer vanzelfsprekende laboratoriumpraktijken niet per se gevolgd zijn."
Volgens de critici zijn de aantallen waarmee onderzoekers uitpakken daardoor vaak niet betrouwbaar. "Veel concentraties van micro- en nanoplastics die gerapporteerd worden, zijn compleet onrealistisch", besluit Rauert.
Nooit 100 procent duidelijkheid
"Een deel van die kritiek is zeker waar", zegt Jana Asselman, professor Biotechnologie (Ugent) en expert in microplastics. Ze vindt het artikel in The Guardian wel "bijzonder sensationeel geformuleerd".
"Veel van die studies zijn uitgevoerd door artsen die hun vak heel goed kennen, maar die geen polymeerchemici zijn. Ze beschouwen plastics als een chemische stof zoals elke andere, terwijl ze net heel anders zijn dan pesticiden, PFAS of fijn stof."
Dat terwijl het net heel ingewikkeld is om plastic te meten in biologische weefsels, zoals hersenen, bloed of urine. "Plastic is gemaakt van koolstof, net zoals ons lichaam. Dat is anders bij cadmium, arseen, zware metalen... Die stoffen kun je net heel duidelijk zien."
Daardoor worden de testresultaten soms onjuist geïnterpreteerd, en stranden onderzoekers op aantallen van microplastics die eigenlijk niet realistisch zijn. "Maar dat is niet uit onwil. Wil je het helemaal goed doen, dan heb je eigenlijk onderzoekers nodig uit 10 à 15 disciplines. Niet evident."
Jammer dat er zo gefocust wordt op de kritiek. Dit is een signaal dat er net meer geïnvesteerd moet worden
Karen Smeets, milieutoxicoloog
Dat er zoveel kritiek lijkt te komen op de studies, vindt Asselman niet ongewoon. "Dat is een wezenlijk onderdeel van hoe wetenschappelijk onderzoek werkt. Voor journalisten kan het meer lijken dan normaal, omdat microplastics momenteel zo'n hot topic zijn."
"Zo werkt wetenschap nu eenmaal", beaamt toxicoloog Karen Smeets (Centrum voor Milieukunde, UHasselt). "Je hebt nooit van bij de start het volledige antwoord. Als je een onderzoek opstart en je gebruikt een experimentele techniek, dan probeer je zo dicht mogelijk bij het correcte resultaat te komen. 100 procent duidelijkheid heb je nooit."
Volgens Smeets hadden sommige van de bekritiseerde onderzoeken baat kunnen hebben bij betere controletechnieken. "Daar leer ik net uit dat er meer samenwerking nodig is tussen verschillende disciplines en expertises. Jammer dus dat er hier nu gefocust wordt op de kritiek. Dit is een signaal dat er net meer geïnvesteerd moet worden."
Geen twijfel over microplastics in ons lichaam
Dan blijft de vraag: hoe bruikbaar zijn die studies naar microplastics in ons lichaam dan nog? "Misschien zijn de concentraties in werkelijkheid lager dan gemeld, maar dat ondergraaft de conclusie niet", zegt Asselman.
"Plastics kunnen wel degelijk in ons lichaam geraken, daar bestaat geen twijfel over. Dat weten we uit honderden proefdierstudies met ratten, bijvoorbeeld met fluo bolletjes die we konden zien verspreiden in hun lijf."
"Maar of het dan 5 nanogram is, 10 nanogram of 5 milligram? En wat dat dan doet met ons lichaam? Dat weten we niet en dat zullen we de volgende jaren ook niet te weten komen. Maar van fijnstof weten we ook niet hoeveel er precies in onze hersenen zit, en toch weten we goed genoeg dat het schadelijk is."



