Naar hoofdinhoud

"Volg kinderen zeker 8 maanden op en kijk in hun smartphone": dit kan je doen als je dochter of zoon wordt gepest

Artikel luisteren
5min
Meer info

Kinderen die worden gepest, moet je minstens 8 maanden opvolgen. Dat zegt schooldirecteur Barbara Van de Vreken die veel ervaring heeft met de problematiek, na de getuigenis over pesten van presentator Manu Van Acker in 'Het huis'. "Ouders denken dat het ongepast is om in de smartphone van je kind te kijken, maar daar ben ik het niet mee eens."

Ann Willems
Gepubliceerd:

1. Creëer een veilige haven voor je kind

Wanneer ouders merken dat iets misloopt, is hun eerste reflex vaak om meteen te willen weten wie pest. Dat is volgens Van de Vreken niet de ideale start. "Ze reageren emotioneel en willen onmiddellijk ingrijpen. Dat begrijp ik, maar precies dat maakt kinderen bang. Zij willen vaak niet dat de pester ‘door hen’ zwaar gestraft wordt, uit angst dat het pesten net zal toenemen."

Een kind moet dus vooral voelen dat het veilig is om te spreken. "Ze zijn vaak beschaamd, weten niet waarom ze er niet bij horen of waarom ze worden uitgelachen. Dat voelt heel alleen en machteloos. Thuis moeten ze het gevoel hebben dat ze in alle veiligheid kunnen vertellen wat hen overkomt."

Je kan die veiligheid ook heel concreet tastbaar voor je kind maken. Manu Van Acker getuigt hoe zijn moeder briefjes met haar nummer in zijn zakken stak met de boodschap ‘bij nood, bel naar dit nummer’. Een mooi voorbeeld van nabijheid, vindt Van der Vreken. "Zoiets geeft je kind het gevoel: als je mij nodig hebt, ben ik er. En als ik er niet meteen kan zijn, kan iemand mij bellen en doe ik mijn best om er zo snel mogelijk te geraken."

Het is ook belangrijk dat je aan je kind meegeeft dat hij of zij geen enkele schuld betreft. "Vertel dat niets mis is met hem of haar zelf, dat pesten nu eenmaal gebeurt en dat jullie samen gaan zorgen dat het stopt."

2. Bouw een netwerk rond je kind op

Ouders kunnen het pestprobleem zelden alleen oplossen, benadrukt Van de Vreken. "Het gebeurt immers vaak in situaties waar je als ouder weinig zicht of invloed op hebt." Daarom pleit ze voor samenwerking: ouders moeten de school op de hoogte brengen en ook andere ouders betrekken.

"De omgeving rond het kind moet mee waakzaam en ondersteunend worden. Kinderen moeten nog leren, hebben hulp nodig bij hoe in verschillende sociale contexten met elkaar om te gaan. Het is aan ons als volwassenen om voor de nodige begeleiding te zorgen, én om openlijk in verzet te gaan tegen onaanvaardbaar gedrag. Wij moeten begrenzen wat niet oké is."

3. Investeer als school in een sterk antipestbeleid

Daarnaast bestaan op schoolniveau nog andere mogelijkheden om in te grijpen. "Preventie is minstens even belangrijk als reageren. Scholen moeten niet enkel in gang schieten wanneer het problematisch wordt, ze moeten ervoor zorgen dat het niet tot pesten komt."

Op haar school gebeurt dat door sterk in te zetten op samenspelen en het trainen van relationele vaardigheden. "Kinderen leren bijvoorbeeld hoe ze kunnen zeggen dat ze even met een ander vriendje willen spelen, zonder daarmee anderen te kwetsen."

Soms is ook een structurele ingreep nodig: een klasgroep kan worden aangepast of kunnen extra volwassenen worden ingezet die de groepsdynamiek ondersteunen. "Door iemand toe te voegen die het pedagogisch klimaat bewaakt, kan een groep al helemaal anders functioneren."

4. Volg online gedrag actief mee op

Ouders denken dat het ongepast is om in de smartphone van je kind te kijken, maar daar ben ik het niet mee eens

Barbara Van de Vreken, directrice van basisschool Klavertje Vier in Brussel en expert in pesten

Zoiets moet wel open en eerlijk gebeuren. "Zeg rechtuit: ‘Ik merk dat je je in een moeilijke situatie bevindt. Ik ga nu naar je sociale media-accounts en conversaties kijken. Je mag meekijken wat ik doe.’ Zo voelt het kind dat ouders opvolgen wat belangrijk is."

5. Denk niet te snel dat het voorbij is

De grootste valkuil is denken dat het pestprobleem is opgelost zodra kinderen weer samen lijken te spelen. "Zo eenvoudig is het vaak niet", zegt Van de Vreken. "Pesten maakt deel uit van groepsdynamieken die hardnekkig kunnen zijn."

Daarom pleit ze voor minstens 8 maanden opvolging. "Dat lijkt lang, maar je moet blijven monitoren, blijven observeren, blijven praten. Structuren die zich al gevormd hebben, veranderen niet na een week." Kinderen moeten voelen dat volwassenen blijven meekijken: niet controlerend, maar aanwezig en betrokken.

Volhouden is volgens haar de sleutel. "Het is niet altijd gemakkelijk, en het lukt niet altijd meteen. Maar het is onze verantwoordelijkheid als volwassenen om ervoor te zorgen dat het goed gaat met kinderen en jongeren. Het is vaak het volhouden dat tot resultaat leidt."

Ouders moeten net zo alert zijn voor wat er online gebeurt als voor wat ze offline zien. "Wat kinderen op sociale media doen, is vaak onzichtbaar. Ouders denken dat het ongepast is om in de smartphone van je kind te kijken, maar daar ben ik het niet mee eens. Als kinderen nog niet klaar zijn om op een veilige manier met sociale media om te gaan, dan is het aan ons om een oogje in het zeil te houden." Dat geldt volgens haar zelfs voor pubers en tieners.

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Het laatste cultuurnieuws gemist?

Met onze wekelijkse nieuwsbrief 'VRT Cultuur Update' blijf je op de hoogte, krijg je boeiende cultuurtips en kan je tickets winnen.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"