Hulporganisaties in Soedan zijn gefrustreerd omdat ze 6 weken na de val van al-Fashir de stad nog altijd niet binnen mogen. Mogelijk zijn er de afgelopen weken tienduizenden mensen omgekomen. Satellietbeelden tonen grote stapels lichamen in de straten van de stad. Maar voor de buitenwereld blijft het gissen naar de precieze omvang van de gruwel. “We krijgen van de rebellen geen toestemming om naar binnen te gaan”, zegt Fanny de Swarte, die in Soedan voor het Rode Kruis werkt.
Hulpverleenster Fanny in Soedan: "Weten niet wat er met 150.000 mensen gebeurd is, omdat we al-Fashir niet binnen mogen"
Zes weken geleden werd de Soedanese stad al-Fashir ingenomen door de paramilitaire groep RSF. Voor de val van de hoofdstad van de federale staat Noord-Darfoer woonden er nog ruim een kwart miljoen mensen.
Voor het begin van de oorlog in het Oost-Afrikaanse land, in april 2023, was het een stad van 1,5 miljoen mensen. “Het was een stad ter grootte van Brussel”, maakt hulpverleenster Fanny de Swarte de vergelijking.
Geen toestemming
De Nederlandse werkt al 10 maanden in Soedan, voor het Deense Rode Kruis, en maakt zich grote zorgen over wat er de afgelopen weken is gebeurd in al-Fashir. Maar wat er precies is gebeurd, daar krijgen hulporganisaties geen zicht op. “We krijgen geen toestemming om naar binnen te gaan.”
“We zijn er aanwezig geweest tot 27 oktober. Toen hebben de mensen van de Rode Halve Maan de stad moeten verlaten. En sindsdien proberen we de stad weer binnen te komen”, zo verwoordt De Swarte haar frustratie in De Ochtend op Radio 1.
“Maar daar is toestemming voor nodig van de RSF, die op dit moment de stad in handen heeft. En die toestemming krijgen we niet.” Zouden ze er weer naartoe gaan als ze de toestemming kregen? “Absoluut”, zegt De Swarte vastberaden.
Al zeker 60.000 doden in het Soedanese al-Fashir na 6 weken geweld
Intussen doen satellietbeelden het ergste vrezen. De luchtbeelden tonen grote stapels lichamen in de straten van al-Fashir en kuilen, mogelijk bedoeld als massagraven.
Britse parlementsleden kregen 2 weken geleden een briefing over de situatie. Een van de onderzoekers zei dat 60.000 de meest bescheiden schatting is van het aantal doden de voorbije weken. Maar hulporganisaties kunnen dat dus niet bevestigen.
Geen nieuws over 150.000 mensen
Zes weken geleden waren er naar schatting nog zo’n 250.000 mensen in de stad, zegt Fanny de Swarte. “En er zijn op dit moment 106.000 mensen aangekomen op de verschillende plekken op de vluchtroute”, weet ze.
“Dus we weten van bijna 150.000 mensen niet wat er met hen gebeurd is. We horen individuele verhalen van mensen over verkrachtingen, ontvoeringen en moorden, maar cijfers zijn heel moeilijk te bevestigen op dit moment, omdat we niet in de stad zijn.”
We horen individuele verhalen van mensen over verkrachtingen, ontvoeringen en moorden, maar cijfers zijn heel moeilijk te bevestigen
Fanny de Swarte (Rode Kruis)
Al-Fashir is afgegrendeld van de buitenwereld, met een cordon van checkpoints rondom de stad, legt De Swarte uit. RSF duldt op dit moment geen pottenkijkers en geeft hulpverleners geen toestemming om er te kijken, te werken en hulp te verlenen, aldus De Swarte.
“In andere steden waar RSF de baas is, hebben we die toestemming wel. Daar verlenen we eerst hulp, doen we voedselprojecten en proberen we mensen weer toegang te geven tot gezondheidszorg.”
Wat zijn de grootste noden op het terrein? “In Tawila, het eerste dorp buiten al-Fashir waar mensen aankomen, zijn een aantal chirurgen van het Internationale Rode Kruis aanwezig. Die doen operaties voor de verwondingen die mensen hebben opgelopen in het oorlogsgeweld. Maar het gaat ook om de alledaagse dingen: zoals medicatie geven aan diabetespatiënten en mensen met astma.
Door het gebrek aan hygiëne is er ook een groot gevaar op epidemieën, waarschuwt de hulpverleenster. “Op dit moment is er een hele grote cholera-uitbraak aan de gang in heel Soedan. Als ontheemde mensen naar verschillende provincies vluchten, worden ze achtervolgd door die cholera-uitbraak. Inmiddels zijn meer dan 100.000 mensen besmet geweest met cholera en duizenden zijn er al door gestorven.”
Het jammere is dat dit te voorkomen is door goede sanitaire voorzieningen en toegang tot veilig water
Fanny de Swarte (Rode Kruis)
“En het jammere is”, zo besluit De Swarte, “dat dit te voorkomen is door goede sanitaire voorzieningen en toegang tot veilig water, maar dan heb je natuurlijk ook genoeg middelen nodig.” Dat is ook de reden waarom Rode Kruis Vlaanderen op dit moment geld inzamelt voor Soedan.
“Op de website kun je vinden hoe je geld kunt doneren. Maar er is heel veel geld nodig. Want het gaat om 25 miljoen mensen die hulp nodig hebben. Miljoenen mensen zijn ontheemd in Soedan. En die vertrekken uit steden zoals al-Fashir: zonder kleding, geld of eten en komen op een plek terecht in de woestijn, waar ze hun leven weer moeten opbouwen.”
Waarover gaat het conflict in Soedan?
Centraal in het conflict staat de rivaliteit tussen 2 generaals: die van het reguliere Soedanese leger, Abdel Fattah al-Burhan, en die van de paramilitaire groep RSF (Rapid Support Forces) Mohamed Hamdan Dagalo, ook bekend als Hemedti.
In 2019 werd dictator Omar al-Bashir van de macht verdreven na een volksopstand. Er werd gewerkt aan een overgang naar democratie in Soedan, maar in 2021 pleegden de RSF en het Soedanese leger samen weer een staatsgreep.
De militairen bleven aan de macht, maar zouden een akkoord tekenen, waarin ze de macht zouden overdragen aan een burgerregering. Een onderdeel van het akkoord was dat de RSF zou worden opgenomen in het reguliere leger. Het was al langer duidelijk dat generaal Hemedti dat niet over zijn kant zou laten gaan.
De spanningen mondden in april 2023 uit in een bloedige oorlog. Buitenlandse mogendheden, waaronder de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte, maar ook Rusland, hebben zich sindsdien in het conflict gemengd. Hun interesses liggen voornamelijk bij de vele goudmijnen in de regio.
De burgeroorlog in Soedan heeft al aan tienduizenden mensen het leven gekost. Schattingen gaan van 140.000 doden tot meer dan 400.000. Meer dan 14 miljoen mensen zijn op de vlucht voor het geweld.


