De Hoge Gezondheidsraad pleit in een nieuw rapport voor strengere regels rond sociale media, maar ziet weinig heil in een smartphoneverbod voor kinderen jonger dan 13. De boodschap is niet nieuw, want al jaren worstelen we met schermtijd - thuis en op school. Maar welke impact hebben gsm’s en sociale media nu echt op jongeren? Dat blijkt niet zo zwart-wit.
Hoge Gezondheidsraad pleit voor strengere regels rond gsm's en sociale media: zijn ze wel of niet slecht voor kinderen?
Samenvatting:
De Hoge Gezondheidsraad pleit voor strengere regels rond sociale media, maar ziet weinig nut in een smartphoneverbod voor kinderen jonger dan 13.
"Kinderen onder de 13 zijn cognitief en emotioneel nog niet ver genoeg ontwikkeld om met de complexiteit van sociale media en smartphones om te gaan," zegt Laura Vandenbosch (mediapsycholoog, KU Leuven).
Negatieve gevolgen van smartphones en sociale media bij kinderen zijn onder meer slaapproblemen, cyberpesten, afpersing en concentratieproblemen.
Toch zijn smartphones en sociale media niet per definitie schadelijk en hangen de gevolgen af van de individuele eigenschappen van kinderen. Vooral breed gedragen regulering en een aanpak op maat is belangrijk volgens de experts.
Een verbod op smartphones voor kinderen jonger dan 13 jaar zou in de eerste plaats niet productief zijn omdat zo’n regel moeilijk te handhaven valt. "Zo’n verbod is makkelijk te omzeilen, zeker als er bij de kinderen zelf geen draagvlak is", zegt mediapsychologe Laura Vandenbosch (KU Leuven), die meeschreef aan het nieuwe rapport van de Hoge Gezondheidsraad.
"Toch weten we wel degelijk wat voor negatieve gevolgen smartphones en sociale media kunnen hebben bij kinderen. Denk aan slaapproblemen, cyberpesten, afpersing en leer- en concentratieproblemen", voegt ze toe.
Al die problemen komen uitgebreid aan bod in het advies van de Hoge Gezondheidsraad, dat door een grote groep experts uit verschillende onderzoeksinstellingen is samengesteld.
"Kinderen onder de 13 zijn cognitief en emotioneel nog niet ver genoeg ontwikkeld om met de complexiteit van sociale media en smartphones om te gaan", zegt Vandenbosch. Ze benadrukt dat smartphones en sociale media niet automatisch slechte effecten hebben.
En dus moeten we met een genuanceerde blik kijken, zegt de onderzoekster. Waar nodig moet er veel minder naar schermpjes gekeken worden, maar ze verbieden is geen optie.
"Bijzonder lastig"
Voor sociale media zijn de experts wel strenger. Zo is de meerderheid te vinden voor een verbod op sociale media tot 13 jaar oud. In mei van dit jaar verscheen er nog een open brief waarin wetenschappers en psychiaters inderdaad pleiten voor strengere regels. "Maar ook daar geldt: het is genuanceerd", zegt Vandenbosch.
Cyberexpert Mathieu Verschraege benadrukte toen wel al dat het bijzonder lastig is om te bepalen voor welke apps of platformen een verbod dan precies zou moeten gelden.
"We denken spontaan aan TikTok en Snapchat, maar wat met WhatsApp, Pinterest, Discord, Ten Ten of Twitch?" En dan is er nog de rol van gamingplatformen als Roblox en Fortnite, waar kinderen vaak al op jonge leeftijd intens actief zijn en waar dezelfde verslavingsmechanismen spelen als op sociale media. "De lijn is moeilijk te trekken en het socialemedialandschap is complex."
"Niet alle bezorgdheden rond sociale media bij jongeren zijn gegrond"
Geen rechtstreeks oorzaak-gevolg
Het debat over de negatieve effecten van smartphones op onze jeugd leeft al een tijdje, maar kwam in een stroomversnelling door het spraakmakende boek ‘The anxious generation’ van Jonathan Haidt uit 2024.
Haidt zag een rechtstreeks verband tussen socialemediagebruik en depressieve klachten bij kinderen, maar kreeg veel kritiek. "Zijn boek stond vol anekdotisch bewijs waar hij te selectief mee omging", vindt Vandenbosch. "Er is geen rechtstreekse oorzaak-gevolgrelatie tussen depressieve klachten en het simpelweg gebruiken van sociale media. Het draait er niet om óf je op sociale media zit, maar vooral om wat je daar doet."
Schermtijd bij kinderen en jongeren — ook de tijd op sociale media — verklaart op zichzelf dus weinig over hun algehele mentale gezondheid. "Wanneer er wél een verband is, blijkt die schermtijd meestal een symptoom te zijn van al bestaande moeilijkheden, of versterkt ze problemen die er al waren."
De impact hangt veel sterker samen met het specifieke gebruik: wie sociale media gebruikt, welke platformen of functies ze gebruiken en hoe ze dat doen. Zo kan passief scrollen bij jongeren die zichzelf veel vergelijken met anderen een negatief effect hebben op hun zelfbeeld, terwijl dat bij andere jongeren helemaal niet zo is.
Persoonsafhankelijk
Maar is de wetenschap het er dan niet over eens dat de effecten van smartphones vaker negatief dan positief zijn? "Er zijn wel degelijk studies die duidelijke negatieve effecten aantonen. Post je bijvoorbeeld heel veel selfies, dan wordt je onzekerheid over je uiterlijk op termijn vaak groter", legt ze uit.
Het is simpelweg onrealistisch om te verwachten dat ouders hun 10- of 11-jarige constant kunnen controleren
Laura Vandenbosch (KU Leuven), mediapsycholoog
"Maar deel je foto’s met vrienden of gebruik je sociale media vooral om contact te onderhouden, dan kan dat je net beter doen voelen. Veel mensen zijn bovendien ambivalent: soms vallen ze in beide categorieën tegelijk." Wetenschappelijk bewijs is er dus genoeg, maar alles is contextafhankelijk.
Net die tweedeling is dus belangrijk volgens de onderzoeker: sommige effecten zijn positief, sommige negatief, en vaak allebei tegelijk.
"Tegelijk zien we dat bepaalde patronen over grote groepen heen duidelijk nadelige gevolgen hebben: alles wat draait rond uiterlijk en middelengebruik bijvoorbeeld, of de invloed van extreme content op je welzijn en gedrag."
Hoe wél omgaan met media?
Welke rol moeten ouders nu spelen?
"Het is simpelweg onrealistisch om te verwachten dat zij hun 10- of 11-jarige constant kunnen controleren. De digitale tools die ouders moeten gebruiken om hun kinderen te monitoren zijn bovendien zó complex dat het merendeel ze simpelweg niet onder de knie krijgt. We moeten realistisch zijn in wat we van ouders verwachten, en vandaag zíj́n we dat niet", vindt Vandenbosch. "Je wil bijvoorbeeld niet dat jouw kind de enige is in zijn klas die niet kan meepraten op school over iets dat op de smartphone gebeurt."
De verantwoordelijkheid voor regelgeving ligt vooral bij overheden, maar ook de technologiebedrijven spelen een heel belangrijke rol.
"Apps weten perfect dat bijna niemand hun ‘screen health’-tools gebruikt, maar ze schuiven de verantwoordelijkheid wel naar de gebruiker. En ouders? Die hebben al helemaal niet de ruimte of de middelen om dit allemaal zelf op te vangen. Techplatforms weten dat."
Vlaams minister van Media Cieltje Van Achter (N-VA): "Bevestigt ons beleid"
De minister reageert tevreden op het advies van de Hoge Gezondheidsraad. "De resultaten zijn duidelijk: de huidige leeftijdsgrens van 13 jaar voor sociale media is terecht en moet in de praktijk ook beter worden afgedwongen. Een verbod op sociale media tot 16 jaar is, zoals ook uit het advies blijkt en wat ik steeds heb benadrukt, geen goed idee."
"Wat het advies wél sterk benadrukt, is de nood aan ondersteuning, begeleiding en mediawijsheid voor zowel jongeren als ouders. En dat advies is bijzonder duidelijk in de richting die we moeten uitgaan. Het stelt letterlijk: 'We have a duty not to remove children from their online world, but to make it safer.'"




