In Spanje zou zowat 30 procent van de jongeren van plan zijn voor de uiterst rechtse partij Vox te stemmen, blijkt uit recent onderzoek. Bij jonge mannen gaat het zelfs om 40 procent. Spanje leek lang minder vatbaar voor rechtse radicalisering, nog altijd is het een van de laatste landen in Europa met een linkse regering. Die 'immuniteit' werd deels verklaard door de nog relatief verse herinnering aan de dictatuur. 50 jaar na de dood van Franco, blijft van dat beeld weinig over. Wat is er aan de hand?
"Vox is soms wat extreem, maar het zal orde brengen": hoe jongeren in Spanje rechtser dan ooit stemmen, 50 jaar na de dood van dictator Francisco Franco
VRT-journaliste Mieke Strynckx peilde naar de politieke overtuigingen van Spaanse jongeren
De pauselijke universiteit Comillas-Icade - een imposant ommuurd gebouw - ligt in één van de drukste straten van Madrid, midden in het politieke hart van het land. Op een boogscheut van de universiteit liggen het regeringsgebouw, de Senaat en het koninklijk paleis. Rondom de universiteit lopen overal nette jongens en meisjes, hier zijn geen uitbundige kleuren, tatoeages of piercings te zien. Dit is de privé-universiteit van de Madrileense elite.
Op een terrasje drinken twee jongens een glas, ze zijn allebei 18. Ze weten dat ze bevoorrecht zijn, dat hun opleiding en gerenommeerde universiteit hen een flinke voorsprong geven in het leven. Toch maken ze zich zorgen over hun kansen op de arbeidsmarkt. En over de levensduurte. “Voor jongeren is het leven bijna onbetaalbaar geworden”, zegt Miguel. “De prijzen van de huizen rijzen de pan uit, het is verschrikkelijk moeilijk geworden om op eigen benen te gaan staan.”
“Dat zal zeker en vast een invloed hebben op mijn stemgedrag, als er verkiezingen komen”, zegt hij ook. “Het wordt sowieso een stem voor rechts. Vox of de conservatieve Partido Popular, dat weet ik nog niet.”
Zijn vriend Ignacio weet het wel zeker: “Voor mij wordt het absoluut Vox. De minst slechte van alle partijen”, zegt hij. “Oké, we weten nog niet of zij het beter zullen doen, ze hebben nog niet in de regering gezeten. En ja, ze zijn soms ook wel wat extreem. Maar ze zullen tenminste orde brengen.”
Hoe die orde er dan moet uitzien, daar wil hij niet veel over kwijt. “Veel linkse ideeën botsen met mijn principes en waarden”, zegt hij. “Als Vox doet wat het belooft, dan zal er een paar jaar orde heersen, en dan zien we daarna wel of dat was wat Spanje nodig had.”
Hij zegt dat veel van zijn vrienden er net hetzelfde over denken. Ja, veel jongeren vinden dat er echt verandering nodig is, beaamt ook Miguel. “Het systeem mag best wel eens door elkaar worden geschud.”
Jong en mannelijk
Overal in Europa wint uiterst rechts en radicaal-rechts aan populariteit bij jongeren. Bij de Vlaamse verkiezingen van vorig jaar gaf een kwart van de jongeren die voor het eerst naar de stembus trokken, zijn stem aan Vlaams Belang. In Spanje ligt dat cijfer nog hoger: maar liefst 30 procent van de jongeren kiest voor uiterst rechts, de meesten voor Vox. Daarmee stemmen jongeren voor het eerst een stuk rechtser dan gemiddeld in Spanje. In de algemene peilingen haalt Vox rond de 17 procent.
Vox is gegroeid uit de rechtervleugel van de Partido Popular. De partij heeft wortels in het franquisme, en heeft dus een uiterst nationalistische agenda. Ze wil van Spanje weer één land met één taal maken, met een sterk centraal gezag en zonder autonome deelregeringen.
Het verleden en de dictatuur worden door leden van de partij geregeld vergoelijkt. De partij is ook tegen abortus, euthanasie, tegen specifieke wetgeving die vrouwen of holebi’s en transgenders beschermt. En Vox wil ook een verregaande deportatie van illegale migranten.
Uiterst rechtse partijen zijn overal in Europa vooral bij jonge mannen in trek. In Spanje wil maar liefst 40 procent van de jonge mannen tussen 18 en 34 jaar voor Vox stemmen bij de volgende verkiezingen. Bij de meisjes is dat ongeveer de helft, dus zo'n 20 procent. Ook zij kiezen meer en meer voor uiterst rechts.
Giftig debat
We lopen de Comillas-universiteit binnen. Bij de ingang staat een bewaker, aan het onthaal liggen tijdschriften van de jezuïeten. In de imposante inkomhal hangt een mariabeeld in glas en lood, omzoomd door een marmeren timpaan en zuilen met daartussen de namen van voormalige professoren en oud-studenten. De lessen zijn net afgelopen, de studenten stromen de kleine aula’s uit, de gangen in, die betegeld zijn met fraaie blauwe "azulejos".
Elena is 21, ze studeert artificiële intelligentie. Ze maakt zich geen zorgen over haar carrièrekansen, zegt ze. Maar ze weet dat veel andere jongeren het wel heel moeilijk hebben. Politiek interesseert haar niet zo erg, zegt ze, ze vindt geen enkele partij goed genoeg.
Ze merkt wel dat op sociale media enorm gepolariseerd wordt, en dat jongeren daardoor radicaliseren. “De algoritmes sturen je al snel een bepaalde richting uit”, zegt ze. “Ik probeer me daar zelf tegen te verzetten. Het debat is echt te giftig geworden.” Ze weet nog niet goed voor wie ze wil stemmen, “misschien Vox”.
Ook Adrián vindt de polarisatie verschrikkelijk. Hij voelt zich als jongere verantwoordelijk om de toekomst mee vorm te geven, daar denkt hij veel over na. Op zijn 19e is hij al actief in de Partido Popular, en hij praat nu al als een politicus, met welluidende volzinnen. Het gezond verstand moet weer meer zegevieren, vindt hij, er is meer consensus nodig in de samenleving.
Toch vindt hij ook dat er een ommekeer moet komen in die maatschappij, vooral als het over sociale rechten gaat. De Spaanse burger moet weer centraal worden geplaatst, zegt hij. Uiteraard gaat hij voor de Partido Popular stemmen, maar hij vindt Vox ook niet extreem. Volgens hem blijft de partij binnen het democratische spectrum, en is er dus niks mis met een stem voor Vox.
“Tegen linkse onverdraagzaamheid”
Op een paar kilometer van de chique Comillas-universiteit, ligt de Complutense, een openbare universiteit met een erg linkse reputatie. Hier op de campus ontstond de radicaal-linkse partij Podemos.
Toch is ook hier een aantal jaar geleden een radicaal-rechtse studentenvereniging opgericht: Libertad sin Ira - Vrijheid zonder Woede. De naam is een verwijzing naar een lied dat erg populair was tijdens de overgang van dictatuur naar democratie, na de dood van dictator Franco, nu vijftig jaar geleden. Het lied was een oproep om de tweestrijd tussen links en rechts te begraven, en zonder woede naar de toekomst te kijken.
Eduardo Peláez is de voorzitter van Libertad sin Ira. Hij heeft ook zijn ondervoorzitter en communicatieverantwoordelijke meegebracht voor een gesprek met ons. Hij ontkent dat Libertad sin Ira een politieke strekking vertegenwoordigt. Maar: “We hebben onze vereniging opgericht om de "pensée unique" van links aan deze universiteit tegen te gaan”, zegt hij. “Studenten die niet links denken, worden hier gemarginaliseerd, bedreigd zelfs bijna.”
Hij verwijst naar een activiteit waarvoor de vereniging een voormalig parlementslid van Vox had uitgenodigd. Daar kwam zoveel protest tegen dat de universiteit ze uiteindelijk af moest gelasten, om veiligheidsredenen, zei ze in een mededeling.
“Rechtse mensen krijgen vaak het verwijt dat ze racist zijn, of homohater, of transfoob”, zegt ondervoorzitter Eduardo Gaite. “Maar we willen gewoon dat iedereen zijn mening kan zeggen.”
Net als bij zijn vrienden, komt zijn engagement niet alleen voort uit zijn verzet tegen “woke”. Hij vindt ook dat de levenskwaliteit van jongeren flink achteruit is gegaan. “Jongeren willen het weer net zo goed hebben als hun ouders vroeger”, zegt hij. “Ze zijn totaal gedesillusioneerd en voelen zich niet vertegenwoordigd door de traditionele politieke partijen”, vult communicatieverantwoordelijke Gabriel Pérez aan. “Dat is overal zo in Europa.”
Wooncrisis en migratie
Migratie is ook bij jongeren een thema dat sterk polariseert. Gonzálo is 22, hij studeert journalistiek. Hij komt uit een voorstad van Madrid. Volgens hem heeft de “massale immigratie daar voor verloedering en meer criminaliteit gezorgd”. Hij zegt dat hij zelf niet links of rechts is, maar zich laat leiden door wat hij ziet.
Volgens onderzoek vindt maar liefst 65 procent van de jongeren dat migranten te veel staatssteun krijgen. In de realiteit vormen migranten 14 procent van de bevolking in Spanje, en zijn ze goed voor 19 procent van de sociale bijstand. Het gemiddelde loon van migranten ligt 40 procent lager dan dat van autochtone Spanjaarden.
Volgens onderzoekers is het thema dat jongeren het meest radicaliseert de enorme wooncrisis in Spanje. Voor maar liefst dertig procent van de jongeren is dat dé motivatie om voor Vox of de veel kleinere uiterst rechtse Catalaanse partij Aliança Catalana te stemmen, zo blijkt uit onderzoek van de Spaanse krant El País.
Andere belangrijke thema’s zijn economie en werk, en in mindere mate migratie. Bij de totale bevolking staat migratie bovenaan, met daarbij ook de algemene teleurstelling in de gevestigde politieke partijen.
De woonprijzen in Spanje zijn sinds 2015 beginnen te stijgen, en vooral vanaf 2018, het jaar waarin de eerste linkse regering-Sánchez aantreedt. Sindsdien zijn woningen maar liefst de helft duurder geworden.
Links verliest op eigen thema’s
In de gangen van de faculteit voor Informatiewetenschappen van de Complutense-universiteit, lopen we Mateo tegen het lijf. Hij studeert onderzoeksjournalistiek. De radicalisering van jongeren en de achterliggende redenen daarvoor, boeien hem zeer.
“Weet je”, zegt hij, “die wooncrisis is eigenlijk bij uitstek een links thema. We hebben nu al acht jaar een linkse regering, en het raakt maar niet opgelost. Rechts profiteert daarvan, en links verliest steeds meer ook op zijn eigen terrein. Dát is het probleem”, zegt hij.
“Radicaal-rechts weet bovendien de sociale media veel beter te bespelen”, zegt Iker. “En dat is nu eenmaal waar de meeste jongeren hun informatie halen.” Ook Iker studeert journalistiek. Maar de traditionele media hebben net zo goed boter op het hoofd, vindt hij.
“Die zijn vaak niet meer zozeer geïnteresseerd in mensen informeren, maar wel in het debat, het steekspel, meningen tegen elkaar laten botsen, want dat is spannende televisie. Maar ja, dan krijgen de grootste roepers altijd de meeste aandacht hé.”


