Exact 50 jaar geleden stierf de Spaanse dictator Francisco Franco en kwam er een einde aan de laatste extreemrechtse dictatuur in Europa, maar de wonden zijn nog niet geheeld. Nog altijd zijn er in Spanje bijna 2.500 niet opgegraven massagraven, met naar schatting 100.000 tot 120.000 slachtoffers van de repressie door Franco.
Land van massagraven: 50 jaar na de dood van Franco zijn de wonden in Spanje nog lang niet geheeld
Samenvatting:
Exact 50 jaar na de dood van dictator Franco zijn in Spanje nog bijna 2.500 massagraven niet opgegraven, met naar schatting 100.000 tot 120.000 slachtoffers.
In Córdoba worden op 2 kerkhoven massagraven blootgelegd, samen mogelijk met meer dan 4.000 slachtoffers van de Franco-repressie.
Nabestaanden, zoals José López Tejero, zoeken al decennia naar familieleden die verdwenen zijn tijdens de dictatuur, vaak zonder resultaat.
De repressie onder Franco was hard en doelgericht, met terreur tegen linkse groepen, vrouwen en bepaalde beroepsgroepen. Veel slachtoffers zijn nooit geïdentificeerd.
Sinds 2000 worden massagraven forensisch onderzocht, maar de zoektocht naar erkenning en antwoorden duurt voort, gesteund door recente wetten en organisaties.
In Córdoba in het zuiden van Spanje wacht José López Tejero ons op bij het kerkhof van Nuestra Señora de la Salud. Het regent, alsof de hemel meehuilt met de doden.
Al 2 jaar wordt hier met een uiterst gemotiveerd team gewerkt om een hele reeks kleine massagraven open te leggen, in totaal zouden er meer dan 1.000 slachtoffers van de repressie liggen.
Op het andere kerkhof van Córdoba - San Rafael - is er een tweede massagraf, met wellicht meer dan 3.000 slachtoffers. De 2 samen vormen één van de grootste massagraven in Spanje.
José neemt ons mee langs de graven van het typisch Spaanse kerkhof, omzoomd door witte muren vol kleinere grafzerkjes. Achteraan is het gedeelte waar gegraven wordt afgezet met een hek vol oude, vaak half vergane foto’s. Hier en daar hangen er bloemen bij, of linten en vlaggetjes uit de tijd van de Spaanse Republiek, begin jaren 30.
'Juan Francisco López Guisado', staat er op een kleine affiche met een vraagteken in plaats van een foto. 'Gestorven in de gevangenis van Córdoba, 63 jaar, had een vrouw en 5 kinderen'.
"Dat is mijn grootvader", zegt José. "Een foto van hem heb ik niet. Hij is gestorven van ontbering. Longontsteking, stond er op de overlijdensakte, maar dat was wat je kreeg als je niet genoeg te eten en drinken kreeg. Zo hoefden ze niet te zeggen dat ze hem gedood hadden."
Doodsoorzaak doorgestreept
De grootvader van José werd opgesloten omdat zijn kinderen communisten waren. Josés eigen vader had zelfs gelogen over zijn leeftijd om mee te kunnen vechten tegen de rebellen van Franco. Op het einde van de burgeroorlog probeerde hij te vluchten naar Frankrijk, maar hij werd gepakt en opgesloten in een concentratiekamp. Uiteindelijk zou hij van daaruit gedwongen ingelijfd worden in het leger van Franco.
Ook de ooms van José waren communisten. Eén van hen ligt in het massagraf op San Rafael. Hij is gefusilleerd, of dat denkt José toch: "Op de overlijdensakte is de doodsoorzaak doorgestreept. Dan ga ik ervan uit dat ze hem vermoord hebben." Ook het lichaam van Josés oom is nog niet gevonden.
De burgeroorlog eindigde in 1939. "Mijn grootvader en mijn oom stierven in 1941", zegt José. "Datzelfde jaar stierf ook mijn grootmoeder, van verdriet, denk ik. Ik heb hen nooit gekend, maar ik leerde al heel vroeg dat mijn vader gevaar liep. In 1953, ik was toen 5, wist ik al dat als hij ‘s ochtends naar de fabriek vertrok, hij misschien niet meer terug zou keren. Het gebeurde geregeld dat daar een vrachtwagen langskwam om arbeiders op te laden, die daarna gewoon verdwenen."
Altijd een massagraf in de buurt
In heel Spanje zijn er volgens een recente reconstructie van de Spaanse openbare omroep RTVE maar liefst 6.000 massagraven geweest. Niemand in Spanje woont verder dan 50 kilometer af van een nog bestaand of voormalig massagraf. In meer dan de helft van die graven liggen slachtoffers van politieke repressie. Bijna 2.500 graven zijn nog altijd niet opgegraven, met daarin 100.000 tot 120.000 vermisten, aldus het ministerie van Justitie.
Tijdens de burgeroorlog was er aan beide kanten terreur, aan Republikeinse kant werden bijvoorbeeld naast vermoedelijke opstandelingen ook heel wat geestelijken vermoord, want de katholieke kerk schaarde zich aan de kant van Franco. Veel van die slachtoffers zijn tijdens de Franco-jaren al opgegraven en herbegraven. Ze werden geëerd, en veel gedode geestelijken zijn in de loop der jaren zaligverklaard door het Vaticaan in Rome.
Volgens historici was de repressie door de Franco-rebellen strak georganiseerd en doelgericht. De generaals gaven hun troepen opdracht om "extreem veel geweld te gebruiken, om de vijand zo snel mogelijk te onderwerpen". Soldaten werden opgeroepen om republikeinse vrouwen te verkrachten, "want die predikten toch de vrije liefde".
De repressie ging ook nog door na de burgeroorlog. Al wie iets met linkse partijen of organisaties zoals vakbonden te maken had, was een doelwit. Hele beroepsgroepen ook, zoals spoorwegarbeiders en leraren.
Vrouwen verloren zowat alle rechten die ze tijdens de Republiek hadden opgebouwd, en moesten zich schikken naar een beklemmend patriarchaat en een strikte katholieke moraal. Jonge meisjes die niet in de pas liepen, werden opgesloten in verbeteringsgestichten, waar ze niet zelden slavenarbeid moesten verrichten en andere verschrikkingen doorstaan.
Forensische mijlpaal
2 jaar nadat Franco was gestorven, kwamen de 2 grote politieke partijen in Spanje - de socialisten en de conservatieven - overeen om amnestie te verlenen voor alle misdaden begaan tijdens de burgeroorlog en de dictatuur, zowel door rechts als links dus. Het haalde op dat moment de lont uit het kruitvat, en maakte mee de overgang naar democratie mogelijk. Maar de diepe wonden die waren geslagen bleven etteren, want over het verleden werd niet meer gesproken.
Hier en daar gingen nabestaanden toch op zoek naar hun familieleden die tijdens de repressie waren verdwenen, vaak erg amateuristisch, op basis van informatie die ze bijeen hadden gesprokkeld. Pas in het jaar 2000, 25 jaar na de dood van Franco, gebeurde de eerste echte forensische opgraving van een massagraf.
Journalist Emilio Silva was de man die dat voor elkaar kreeg. In het graf lag ook zijn grootvader. De opgraving was een mijlpaal. Silva richtte een organisatie op om meer zulke opgravingen mogelijk te maken, en sindsdien zijn er overal in Spanje gelijkaardige organisaties opgericht.
1931: links-republikeinse partijen winnen de verkiezingen in Spanje; de koning verlaat het land; Spanje wordt een republiek
juli 1936: een groep officieren uit het leger, met onder meer Francisco Franco, probeert via een staatsgreep de Republikeinse regering af te zetten. De operatie begint in Spaans-Marokko
1936-1939: de staatsgreep loopt uit op een bloedige burgeroorlog tussen de rebellerende troepen en het Republikeinse leger. De rebellen worden gesteund door nazi-Duitsland en fascistisch Italië. De meeste Europese landen blijven afzijdig. De Republikeinen krijgen steun van Mexico en de Sovjet-Unie.
1939: Spanje wordt een dictatuur, met Francisco Franco als leider.
20/11/1975: Franco sterft. Juan Carlos, de kroonprins van de Spaanse monarchie, die mee door Franco is opgevoed, wordt koning. Overgang van dictatuur naar democratie.
1977: eerste nationale verkiezingen na de dictatuur. Het verkozen parlement neemt een amnestiewet aan voor iedereen die politieke misdaden heeft begaan tijdens de burgeroorlog en de dictatuur. De wet is nog altijd van kracht.
2007: Wet op de Historische Herinnering. De socialistische regering-Zapatero geeft via de wet voor het eerst erkenning aan alle slachtoffers, ook van de dictatuur, en verbindt er zich toe opgravingen van slachtoffers van de Franco-repressie financieel te steunen.
2011: de conservatieve regering-Rajoy schaft die staatssteun weer af, maar de wet blijft bestaan.
2022: Wet op de Democratische Herinnering. De linkse regering-Sánchez keurt goed dat de staat voortaan niet alleen financiële steun biedt voor opgravingen, maar ook mee instaat voor het initiatief, de organisatie en de uitvoering. Rechtse partijen in Spanje willen die wet weer afschaffen.
Barbarij in Córdoba
Op het kerkhof Salud in Córdoba ligt onder een tent een open massagraf, met tal van geraamtes. Archeologen maken met truweeltjes, penselen en stofzuigers de beenderen schoon. "Uit de botten kunnen we veel informatie halen", zegt archeoloog Daniel Quiroga, die het opgravingswerk coördineert. "We moeten dus heel voorzichtig zijn, want ons werk is per definitie destructief. Hoe meer we kapotmaken, hoe minder informatie we verkrijgen."
De repressie hier in Córdoba was bijzonder hard, het eerste jaar na de rebellie van Franco, zegt Quiroga. Andalusië was een van de eerste regio’s die onder de voet werden gelopen door de opstandige militairen, die hun opmars gestart waren vanuit wat toen nog Spaans-Marokko was.
"Hoe barbaars het was, kun je zien aan dit massagraf", zegt Quiroga. "De meeste lichamen liggen met hun gezicht naar beneden, op elkaar gestapeld, ze zijn erin gegooid zonder enig respect. Het graf werd dan dichtgegooid met een laagje aarde, waarop er weer een nieuwe lading lichamen in kon worden gedumpt. Zo waren er verschillende lagen lichamen bovenop elkaar."
In een laboratorium op het kerkhof worden de lichamen weer samengesteld en onderzocht door antropologen. Quiroga toont een schedel met een groot kogelgat tussen de ogen. "Deze man is van dichtbij afgemaakt", zegt hij. "Dit is een executie geweest. Soms vinden we schedels met maar liefst 5 kogelgaten erin, terwijl één kogel natuurlijk voldoende was geweest."
Levens reconstrueren
In een andere ruimte onderzoekt Antonio, nog een lid van het team, de objecten die bij de lichamen worden gevonden. Ook die vertellen een deel van het verhaal. Antonio toont een sierkam, wat wijst op een vrouwelijk slachtoffer. Een gouden horloge, bronzen manchetknopen en schoenen die in Madrid gemaakt zijn, doen vermoeden dat een ander slachtoffer vooraanstaand was. "Een parlementslid misschien", zegt Antonio.
"En dit: heel interessant." Hij haalt een klein puntig voorwerp uit een zakje. "We dachten eerst dat het een kogel was, maar toen we het schoonmaakten bleek het een pen te zijn. Een geletterde man dus." Hij toont ook kogels: ijzeren kogels uit grote geweren waarmee slachtoffers gefusilleerd werden, en kogels van een kleiner kaliber uit een pistool, "waarmee dan het genadeschot werd gegeven", zegt Antonio.
Het is uiterst precies werk, en het gaat erg langzaam. "De nabestaanden wachten al 90 jaar op antwoorden", zegt Daniel Quiroga. "We weten nu al dat we lang niet iedereen zullen kunnen identificeren. We doen wat we kunnen. Identificeren is niet ons enige doel. We willen ook de levens van de slachtoffers reconstrueren."
De herinnering sterft uit
José López Tejero komt bijna elke dag naar het kerkhof om de werkzaamheden op te volgen. Hij hoopt dat de lichamen van zijn grootvader en oom nog gevonden worden, voor hij zelf overlijdt. Hij heeft aan zijn vader beloofd dat hij hen zou zoeken, is langs gemeentearchieven gegaan en naar de rechtbank gestapt, en heeft uiteindelijk van beiden een stevig dossier verzameld. Maar hij weet dat hij de tijd tegen heeft. Volgende maand wordt hij 77.
Zijn jongste zoon toont enige interesse in het onderwerp - hij hoopt dat die de zoektocht verderzet. Hij weet ook dat de betrokkenheid met elke generatie afneemt. "Tegenwoordig hoor je jongeren zelfs zeggen dat het onder Franco toch allemaal zo slecht niet was", zegt hij.
Daarom wil hij zijn verhaal blijven vertellen, elke keer opnieuw - zodat dit niet vergeten wordt. "Het is jammer", zegt hij. "De mensen die het hardst vechten om dit verleden boven te spitten, zijn stilaan aan het uitsterven."



