Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk sturen ons land hulp tegen de drones. Dronemeldingen hebben de afgelopen weken de werking van verschillende luchthavens in België verstoord, waaronder ook onze nationale luchthaven in Zaventem. Maar waarom is het zo moeilijk om drones te detecteren én eventueel tegen te houden? Experts zien verschillende redenen.
Waarom is het zo moeilijk om drones boven onze luchthavens te detecteren?
Het regende de voorbije weken meldingen van drones, onder andere in de buurt van Brussels Airport Zaventem. Wat maakt het zo moeilijk om die drones te detecteren?
Het antwoord is complex, zeggen experts. Op dit moment bestaat er geen systeem dat alle drones in de lucht kan opsporen en kan volgen. Wel bestaan er verschillende systemen die op hun beurt verschillende types drones kunnen opsporen.
1. Radiosignalen
“Een eerste technologie detecteert drones op basis van radiofrequentiesignalen. Nogal wat drones worden vanop de grond bestuurd met radiosignalen. Die signalen kunnen worden opgepikt en vertaald”, zegt Luc De Vlieger van Senhive, een bedrijf dat zich specialiseert in dronedetectiesystemen en materiaal levert aan zowat al onze Belgische luchthavens, via partner Skeydrone.
Belangrijk om te weten is dat niet alle drones op basis van radiofrequentiesignalen vliegen. Drones kunnen bijvoorbeeld ook gestuurd worden op basis van telefoonsignalen. Dan moet je gewoon denken aan de 4G of 5G die je ook op je smartphone hebt, al zijn er ook nog andere systemen.
Zo zal de technologie die drones detecteert op basis van radiosignalen blind blijven voor drones die bijvoorbeeld op 4G of 5G, of nog op een andere manier, vliegen. “Maar 95 procent van de drones die nu rondvliegen, kunnen we vandaag met radiofrequentie detecteren”, zeggen ze bij Senhive.
Een aantal drones ontsnapt vandaag nochtans de dans. Die zouden wel onderschept kunnen worden door andere technologieën, maar ook daar zijn limieten aan.
2. Opsporen met een radar
“Een tweede technologie is dronedetectie op basis van radartechnologie. Zoals bij alle radars werkt dat door het weerkaatsen van een actief uitgestuurd signaal op een object of drone”, klinkt het bij Senhive.
“De systemen die op Brussels Airport aanwezig zijn, zijn in de eerste plaats gericht op vliegtuigen”, zegt Ward Decaluwe, ceo van antidrone-testcentrum Droneport.
“Die vangen bovendien makkelijker een reflectie van metaal op, terwijl drones vandaag vaak ook uit andere materialen bestaan. Bovendien kan een radar niet kijken door een bos of muur: een drone zou dus al hoog genoeg moeten vliegen.”
3. Akoestische en optische systemen
“Daarnaast bestaan er ook akoestische systemen”, aldus De Vlieger. “Daarbij wordt gebruik gemaakt van een soort microfoon die heel specifiek luistert naar de geluiden van drones omdat de propellers een zoemend en heel specifiek geluid maken.”
Maar ook akoestische systemen hebben hun limieten, klinkt het bij Senhive. “Aangezien dat systeem zich op geluid baseert, kan het signalen oppikken tot op zo’n 200 meter ongeveer.” Maar dus niet verder weg.
Tot slot bestaan er ook optische systemen: camera’s die in een bepaalde richting worden gestuurd en op basis van artificiële inteIligentie een drone herkennen en volgen.
4. Een combinatie van systemen is het beste, maar is duur
“Bij hoogkritieke infrastructuur worden die 4 technologieën vandaag samen gebruikt in België”, zegt De Vlieger van Senhive. Maar dus zeker nog niet overal.
“Voor alles bestaat een oplossing”, klinkt het bij Senhive. “Maar het gaat zoals altijd ook over budgetten en de overheid moet daar goed over nadenken. Een systeem met radars kan 10 tot 100 keer duurder zijn dan het systeem met de radiofrequentie. Er moet dus een risicoanalyse gemaakt worden.”
“Technisch is het inderdaad mogelijk om technologieën te koppelen”, zegt ook Decaluwe van Droneport. “Natuurlijk zullen we nooit een systeem hebben dat voor 100 procent de risico’s dekt, want er ontstaan altijd nieuwe bedreigingen.”
“Je kan het vergelijken met een antivirussysteem op je computer dat zoveel mogelijk bedreigingen tegenhoudt, maar waar er soms toch een tussen de mazen van het net glipt. Daarom is het ook goed dat we hulp vragen en krijgen van verschillende landen, want die komen elk met andere oplossingen.”
Intussen heeft de ministerraad het counterdroneplan van minister van Defensie Theo Francken (N-VA) goedgekeurd. Het plan voorziet de aankoop van detectieapparatuur en systemen om drones uit de lucht te halen.
Vandaag kondigde minister van Defensie Francken aan dat ons land gaat investeren in kamikazedrones uit Letland. Die zouden drones kunnen uitschakelen door ze aan hoge snelheid te raken in de lucht.
Concreet zal het anti-dronesysteem bestaan uit detectiesystemen, antidrone-jammers, antidrone-shotguns en dus ook de Blaze-interceptordrones uit Letland.
We namen ook contact op met luchtverkeersleider Skeyes, Defensie en Brussels Airport zelf, maar omwille van veiligheidsredenen kregen we geen verdere informatie.



