Bij de Belgische veiligheidsdiensten bestaat er weinig twijfel over de drone-incidenten boven onze luchthavens en militaire bases: dat is het werk van Rusland. Dat heeft onze redactie uit goede bron vernomen. Rusland zou ons land op dit moment viseren, voor de rol die het speelt in het vrijgeven van de Russische tegoeden die vastzitten in Euroclear in Brussel.
Weinig twijfel bij veiligheidsdiensten: Rusland zit achter de drone-acties in ons land
De recente reeks luchtruiminbreuken boven Belgische luchthavens en militaire basissen zorgt voor groeiende bezorgdheid bij de veiligheidsdiensten. Officieel zijn er geen harde bewijzen dat Rusland achter de dronevluchten zit, maar bij de veiligheidsdiensten "is er eigenlijk geen redelijke twijfel meer mogelijk", melden bronnen aan onze redactie.
Alles wijst in die richting
De aanwijzingen stapelen zich op. De drones duiken op boven strategische locaties zoals Kleine-Brogel en Elsenborn, plaatsen met militaire betekenis en vlak bij landsgrenzen. Bovendien gaat het niet om één enkel toestel, maar om meerdere drones die soms in formatie lijken te vliegen. Ze verschijnen doorgaans in het donker, wat wijst op ervaring en technische kennis: voor amateurs is nachtvlucht immers allesbehalve evident.
Ook de timing en frequentie vallen op. Het aantal incidenten stijgt snel, precies op het moment dat België in de kijker staat door de discussies rond Euroclear en de felle woordenstrijd tussen Theo Francken en Dmitri Medvedev, de vicevoorzitter van de Veiligheidsraad van Rusland.
Hoewel nog niet duidelijk is om welk type drones het gaat (daarvoor ontbreken duidelijke beelden) hebben de speurders volgens veiligheidsbronnen wel degelijk enkele concrete pistes. België tast dus niet volledig in het duister.
Opvallend is dat Denemarken vorige maand gelijkaardige droneaanvallen meemaakte. Daar bleek dat de toestellen werden gelanceerd vanaf een schip dat deel uitmaakt van de Russische “schaduwvloot”. In theorie kunnen drones tot op 150 à 200 kilometer afstand worden aangestuurd, wat betekent dat de bedieners zich niet noodzakelijk op Belgisch grondgebied bevinden. Ons land werkt dan ook samen met de buurlanden om de daders te vinden, zei minister van Defensie Theo Francken (N-VA) in de Kamercommissie Defensie.
"Niet het werk van amateurs"
Minister Francken liet er na de recente drone-incidenten geen twijfel over bestaan: "Dit is geen werk van amateurs", zei hij. Volgens Francken wijst alles op een goed gecoördineerde actie met professionele middelen en kennis van zaken.
De minister sluit niet uit dat er nog meer dronevluchten zullen volgen. "Het kan vanavond opnieuw gebeuren", gaf hij toe. "We weten het, en we zullen zien wat we kunnen doen." Zijn boodschap klonk tegelijk ongerust: de dreiging is reëel, maar de middelen om ze te counteren blijven beperkt.
Francken pleit daarom voor een versterking van het NASC, het informatiecentrum dat het Belgische luchtruim bewaakt. Dat centrum moet volgens hem worden uitgebouwd tot een echte coördinatiekern, vergelijkbaar met het MIK (Maritiem Informatie Knooppunt) dat al jaren de scheepvaart monitort.
"We hebben nood aan een sterk, geïntegreerd systeem dat luchtbewegingen onmiddellijk kan detecteren en opvolgen", aldus de minister.
De herhaalde incidenten voeden de roep om strengere regelgeving. Een voorstel van Quintin om drones verplicht te registreren wint aan kracht. Het principe is eenvoudig: net zoals vliegtuigen een registratieplicht hebben, zouden niet-geregistreerde drones automatisch als een bedreiging kunnen worden beschouwd. Dat zou de veiligheidsdiensten toelaten om sneller en duidelijker te reageren.
Meer drones dan normaal?
In 2024 werden in België zo’n 30.000 drone-incidenten geregistreerd, maar slechts twee keer moest een vliegtuig van startbaan veranderen. Dit jaar is de situatie duidelijk ernstiger. In amper enkele dagen tijd moesten al vier burgerluchthavens tijdelijk sluiten: Brussels Airport en Luik dinsdagavond, Oostende vrijdag en Deurne zaterdag.
De beslissing om een luchthaven stil te leggen hangt af van de locatie van de drones. Zodra ze op of nabij een aanvliegroute worden gespot, is het risico te groot om het vliegverkeer voort te zetten. Zelfs één drone kan daar het hele luchtruim platleggen.




