Naar hoofdinhoud

Waarom Europa moet leren leven met de tegenstrijdigheden van China én eens goed in de spiegel moet kijken

China is anno 2025 overal, ook bij ons. Van de batterijen in onze elektrische auto's tot de algoritmes in onze sociale media, van Afrikaanse mijnen tot Europese havens. Maar wie begrijpt werkelijk wat er in het land gebeurt? Tom Van de Weghe, China-expert bij VRT NWS en voormalig correspondent in Peking, reisde de halve wereld rond om China's nieuwe macht in kaart te brengen. Hij schreef er het boek 'Terug naar China' over. Dit is een voorpublicatie.

‘Op het moment dat je denkt dat je China begrijpt, is China alweer veranderd,’ waarschuwde een jonge ondernemer in Hangzhou me. Hij had gelijk. Ik herinner me mijn eerste dag in Peking, overweldigd door de schaal, de snelheid, het lawaai.

Ik dacht dat ik voorbereid was. Ik had de boeken gelezen, de experten gesproken, de cijfers bestudeerd. Maar niets bereidt je voor op de realiteit van China. Op de taxichauffeur die Confucius citeert, terwijl hij door het verkeer zigzagt. Op de terug­kerende Silicon Valley-ondernemer omdat ‘hier de toekomst wordt gemaakt.’ Op de grootmoeder in het park die perfect Engels blijkt te spreken – geleerd tijdens de Culturele Revolutie uit smokkelboeken.

Grootste consumentenmarkt

Vandaag staat China op een kruispunt. De ambitie om zowel eco­nomisch welvarend als militair machtig te worden – een droom die al anderhalve eeuw leeft – botst met de realiteit van een onderling verbonden wereld waarin agressie de welvaart ondermijnt. Het land worstelt met de vraag hoe het zijn eigen culturele identiteit kan behou­den, terwijl het zijn plaats opeist op het wereldtoneel.

China’s economie verschuift fundamenteel – van de werkplaats van de wereld naar de grootste consumentenmarkt, van namaak naar inno­vatie, van groei-tot-elke-prijs naar wat Xi ‘gemeenschappelijke welvaart’ noemt. Deze verschuiving bepaalt China’s internationale houding meer dan ideologie ooit zal doen.

1 op 3 ouder dan zestig

China kampt met structurele kwetsbaarheden die deze transforma­tie bemoeilijken. Het systeem is robuust, maar niet veerkrachtig – het kan grote schokken opvangen, maar herstelt traag, zoals zero-COVID pijnlijk aantoonde.

De demografische tijdbom tikt: tegen 2050 zal 1 op 3 Chinezen ouder dan zestig zijn. Deze onzekerheden maken China’s toekomst wankeler dan het zelfverzekerde optreden doet vermoeden.

We hebben elkaar nodig

Quo vadis, China? Voor ons Europeanen is dit meer dan een acade­mische vraag. China domineert de groene technologie die we nodig hebben – 80 procent van alle zonnepanelen, 60 procent van windtur­bines, de meeste batterijen voor elektrische auto’s.

En op de koop toe is het ook de grootste vervuiler ter wereld. Hier ligt misschien wel dé samenwerkingskans: we hebben elkaar nodig om de planeet bewoon­baar te houden.

Tegelijkertijd daagt het land alles uit waar we voor staan: demo­cratie, mensenrechten, individuele vrijheid. We kunnen China niet negeren, maar evenmin omarmen. We zitten gevangen in een relatie die te belangrijk is om te verbreken, maar te complex om eenvoudig te managen.

Generatie op een scharnierpunt

De komende decennia zullen bepaald worden door keuzes die nog gemaakt moeten worden. Een nieuwe generatie Chinese leiders staat klaar om de macht over te nemen.

Deze dertigers en veertigers beleefden als twintigers de relatief open jaren 2005-2012, toen je nog vrij(er) kon discussiëren op sociale media, toen journalisten nog kri­tische vragen durfden stellen. Ze kennen de smaak van openheid, ook al leven ze nu in een veel meer gesloten systeem.

Zij zijn de brug tussen 2 werelden. Opgegroeid onder Jiang Zemins relatieve openheid, volwassen geworden tijdens Hu Jintao’s ‘gouden decennium’, nu werkend onder Xi’s strakke teugels.

Anders dan hun voorgangers die alleen Mao’s chaos of Dengs autoritaire modernisering kenden, hebben zij daadwerkelijk meegemaakt wat een opener China zou kunnen zijn.

Digital natives

Daarnaast is er een nog jongere groep – geboren na 1995, de eerste zonder materiële schaarste – die fundamenteel anders is. Ze zijn digital natives, wereldwijs maar ook uitgesproken nationalistisch.

Van degenen die recent in het buitenland studeerden, keert 80 procent terug. Ze kennen het Westen, maar kiezen bewust voor China. Ze willen xiǎokāng (小康, letterlijk ‘bescheiden welvaart’) – een comfortabel leven met waardigheid, niet per se westerse democratie.

Niet vrijer, wel menselijker

Het ‘nieuwe speelboek’ van deze 2 generaties samen zal niet democratischer zijn, maar waarschijnlijk wel transparanter. Niet vrijer, maar wel menselijker.

Het zijn mensen zoals de Stanford-afgestudeerde die ik in Hangzhou ontmoette, die terugkeerde om een start-up te beginnen. Of de Parijse kunstacademiestudente die nu propagandapos­ters ontwerpt ‘maar dan met ironie’. Of de MIT-ingenieur die het Chinese sociale kredietsysteem "efficiënter dan westerse bureaucra­tie" noemt.

Zij vertegenwoordigen deze generaties perfect. Geen dissidenten maar ook geen marionetten. Ze navigeren door het systeem met een prag­matisme dat wij nauwelijks begrijpen.

Het zijn deze individuen – niet de Partij, niet het systeem – die me het meest verbazen bij elk bezoek aan China. Hun vermogen om te leven met tegenstrijdigheden.

Om tegelijk trots en kritisch te zijn. Om het systeem te accepteren zonder erin te geloven. "Je zou het niet begrij­pen", zei een jonge ondernemer in Shenzhen tegen me. "We spelen het spel zonder in de regels te geloven." Daar ligt waarschijnlijk de sleutel tot China’s toekomst.

Geduld boven geweld

Maar we moeten realistisch blijven. Deze nieuwe leiders zullen geen vrienden van het Westen worden. Ze blijven Chinees, trots op hun land, wantrouwig tegenover Amerikaanse dominantie.

Wat wel kan verande­ren is hun bereidheid tot samenwerking, hun begrip dat confrontatie beide kanten schaadt. Een oorlog om Taiwan zou bijvoorbeeld niet alleen verschrikkelijk zijn voor de Taiwanezen, maar dreigt ook China’s economie klappen te geven. Toekomstige leiders zullen hopelijk inzien dat je meer bereikt met geduld, dan met geweld.

Vriend noch vijand

Het Westen, en Europa in het bijzonder, staat voor een even com­plexe opgave. Hoe om te gaan met een China dat noch vriend noch vijand is, maar iets daartussenin?

Een land dat zijn burgers in de gaten houdt met camera’s en apps, maar tegelijkertijd miljoenen uit de armoede tilt? Dat de wereld overspoelt met goedkope zonnepanelen, maar ook eilanden bouwt in betwiste zeeën?

We moeten leren leven met deze tegenstrijdigheden. China is niet zwart-wit, goed of slecht. Het is een land in beweging, zoekend naar zijn plaats in de wereld.

Net zoals wij trouwens. Want laten we eerlijk zijn: ook Europa worstelt met zijn identiteit, met de balans tussen nati­onale soevereiniteit en Europese samenwerking, tussen economische groei en sociale bescherming.

EU-toplui António Costa en Ursula von der Leyen ontmoetten de Chinese leider Xi Jinping afgelopen zomer nog

Leven met verschillen

Misschien ligt de toekomst niet in confrontatie maar in een onge­makkelijke co-existentie. Een multipolaire wereld waarin China niet naar werelddominantie streeft, maar naar een systeem van overlap­pende invloedssferen.

BRICS als alternatief voor westerse instellingen. Niet om ze te vervangen, maar om naast ze te bestaan. De yuan niet als vervanging van de dollar, maar als een van meerdere handelsvaluta’s.

Belt and Road als parallel infrastructuurnetwerk dat Eurazië, Afrika en Latijns-Amerika verbindt. Een wereld waarin verschillende systemen naast elkaar bestaan, elkaar beïnvloeden zonder te versmelten. Waarin de vraag niet is of China ‘zoals ons’ wordt, maar hoe we kunnen samen­leven met fundamentele verschillen.

Dit vraagt om een nieuwe manier van denken. We moeten samen­werken waar het kan – niemand wint bij een mislukte klimaattransitie of een nieuwe pandemie.

Maar we moeten ook grenzen trekken waar het moet. Als China dissidenten vervolgt of minderheden onderdrukt, moeten we dat benoemen. Als Chinese bedrijven oneerlijk concur­reren, moeten we onze markten beschermen. Maar we moeten ook erkennen dat onze invloed beperkt is. China verandert niet omdat wij dat willen, maar omdat Chinezen dat willen.

Wat betekent dit voor Europa?

Voor Europa betekent dit dat we onze eigen zaakjes op orde moeten hebben. We kunnen moeilijk China de les lezen over mensenrechten als we zelf vluchtelingen laten verdrinken in de Middellandse Zee. We kunnen moeilijk zeuren over Chinese subsidies als we zelf onze boeren miljarden toestoppen.

De uitdaging die China vormt, kan ons wakker schudden. Het kan ons dwingen om beter te worden – innovatiever, eer­lijker, meer verenigd. Niet om China te verslaan in een nieuwe Koude Oorlog, maar om te laten zien dat democratie en openheid nog steeds de beste weg zijn naar een menswaardige samenleving.

Verder kijken in de tijd

Dit alles vraagt om geduld en wijsheid. China denkt in generaties, wij in verkiezingstermijnen. Denk aan 2049 – honderd jaar Volksrepubliek. In wat voor een wereld willen we dan wonen? Eén waarin verschillende systemen vreedzaam naast elkaar bestaan? Waarin technologie mense­lijkheid versterkt in plaats van vervangt? Waarin welvaart belangrijker is dan macht? Die keuzes maken we nu.

Ook wij moeten leren om verder te kijken, om te investeren in begrip en expertise. Hoeveel Europeanen spreken Chinees? Hoeveel begrijpen echt hoe China werkt? Te weinig. Als we de komende decen­nia serieus willen nemen, moeten we daar verandering in brengen.

Geen China-watchers maar Chinezen nodig

We hebben Chinese stemmen nodig in onze media – niet experts die óver China praten, maar Chinezen die voor zichzelf spreken. We moeten voorbij de eeuwige Peking-versus-Washington lens kijken, het verhaal van gewone Chinezen vertellen. Complexiteit tonen, geen zwart-witverhalen.

Veel Europese redacties hebben nog steeds alleen correspondenten in Washington, niet (meer) in Peking. Anno 2025 analyseren we China vanuit Brussel of via Amerikaanse bronnen. We proberen de nieuwe wereldorde te begrijpen met oude kaders. Dat werkt niet meer.

Confronterend als journalist

Als journalist heb ik mijn eigen vooroordelen moeten over­winnen. China leerde me meer over mezelf en Europa dan ik had verwacht. Dat begrip niet gelijkstaat aan goedkeuring. Dat we de verantwoordelijkheid hebben om complexiteit te tonen, juist in een tijd die schreeuwt om simplificatie. Dat de waarheid meestal ergens in het midden ligt tussen propaganda en paranoia.

Het meest confronterende moment kwam tijdens een interview met een Chinese mensenrechtenadvocaat – een van de weinigen die nog durft spreken. ‘Jullie Europeanen,’ zei hij, ‘zijn zo bang om je wel­vaart te verliezen dat je vergeet waar je voor staat. Wij Chinezen weten tenminste wat we opgeven voor stabiliteit. Jullie doen alsof je niets opgeeft, maar kijk naar jullie compromissen.’ Ik had geen antwoord. Ze had gelijk.

Hoe ziet China er over 20 jaar uit?

De geschiedenis van China herinnert ons eraan dat lineaire projec­ties zelden uitkomen. Het land dat over 20 jaar bestaat, zal waar­schijnlijk anders zijn dan wat pessimisten vrezen of optimisten hopen. Het zal zijn eigen weg vinden, zoals het altijd heeft gedaan – verrassend, complex, en fundamenteel Chinees.

Het wordt mogelijk een China dat meer gericht blijft op binnen­landse stabiliteit dan op internationale avonturen. Of misschien wordt het juist assertiever, overtuigd van zijn eigen gelijk en macht. Waar­schijnlijk wordt het iets daartussenin – een land dat soms samenwerkt, soms confronteert, altijd zijn eigen belangen najaagt.

Met open blik

Maar er schuilt een groot gevaar in self-fulfilling prophecy’s. Als we China als vijand behandelen, wordt het dat waarschijnlijk ook. Als we capituleren uit economische angst, worden we een vazalstaat. Of een vazalcontinent. De kunst is het midden te vinden – samenwerken zonder naïviteit, weerstand bieden zonder vijandigheid, principes ver­dedigen zonder arrogantie.

Voor ons als Europeanen rest de uitdaging om met open ogen te kijken, zonder naïviteit, maar ook zonder fatalisme.

We moeten China zien zoals het is, niet zoals we zouden willen dat het is. We moeten samenwerken waar mogelijk, weerstand bieden waar nodig, en altijd blijven praten. Want het alternatief – een nieuwe Koude Oorlog of erger – is voor niemand goed.

We zullen China nooit helemaal begrijpen

De toekomst is nog niet geschreven. En zoals de Chinese geschie­denis ons leert: dat is precies wat haar zo fascinerend maakt.

Het enige dat zeker is, is dat China ons zal blijven verrassen. De vraag is of we klaar zijn voor die verrassingen, of we flexibel genoeg zijn om mee te bewegen zonder onze waarden te verliezen.

Want één ding is zeker: de wereld van morgen zal er anders uitzien dan die van vandaag. En China – dat eeuwenoude, eeuwig jonge land – zal daar een hoofdrol in spelen.

China is zoals dat Weiqi-spel, het oudste bordspel ter wereld dat de Chinezen hebben uitgevonden, het spel van de omsingeling.

We denken dat we de regels kennen, maar het bord verandert terwijl we spelen. En morgen beginnen we opnieuw, met nieuwe posities, nieuwe vragen. Dat is de belangrijkste les – niet dat we China moeten begrijpen, maar dat we moeten accepteren dat we het nooit helemaal zullen begrijpen. China keert altijd terug naar ons. En wij – of we het toegeven of niet – keren altijd terug naar China.

Dit artikel is een uittreksel uit het boek 'Terug naar China' van VRT NWS China-expert Tom Van de Weghe (344 blz., uitgegeven bij Borgerhoff & Lamberigts). Het is vanaf vandaag verkrijgbaar in de boekhandel.

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"