Op een nieuwe VN-klimaatconferentie bespreekt de wereld over een kleine week hoe we de klimaatverstoring willen aanpakken. Maar de nieuwe klimaatplannen die de deelnemende landen willen voorstellen in Brazilië, drukken de verwachte opwarming amper. Dat blijkt uit een doorlichting van de Verenigde Naties. Die roepen op om meer te doen. "Dit is het moment om all-in te gaan."
VN-klimaatconferentie begint maandag, maar de plannen volstaan niet: "Opwarming zal zo oplopen tot 2,3 à 2,5 graden"
Samenvatting:
De nieuwe klimaatplannen die op de klimaatconferentie zullen worden gepresenteerd, zijn onvoldoende. Dat zeggen onderzoekers die die plannen doorlichtten op vraag van de VN.
Zelfs als alle beloften helemaal worden uitgevoerd, stijgt de wereldwijde temperatuur naar verwachting met 2,3 à 2,5 graden Celsius. Dat is amper winst in vergelijking met vorig jaar.
Slechts een derde van de landen diende op tijd nieuwe plannen in. Grote vervuilers zoals India en de VS tonen weinig tot geen ambitie.
COP-veteraan Jos Delbeke ziet het glas evenwel als halfvol. Volgens hem hebben "doemberichten" zoals dit klimaatrapport geen effect meer.
De klimaatplannen die de onderhandelaars zullen meenemen naar de VN-klimaatconferentie, volstaan niet. Dat concluderen onderzoekers die die plannen hebben doorgelicht in opdracht van de VN. Een van hen is de Belg Joeri Rogelj, professor Klimaatbeleid (Imperial College, Londen).
Zelfs als het beloofde klimaatbeleid daadwerkelijk uitgevoerd wordt, zal de klimaatopwarming volgens hun berekeningen nog steeds oplopen tot 2,3 à 2,5 graden Celsius. Dat is veel meer dan het klimaatakkoord van Parijs toelaat.
Wat is het klimaatakkoord van Parijs? In 2015 beloofde de wereld de opwarming van de aarde te beperken tot ten hoogste 2 graden Celsius, en als het even kan tot 1,5 graden. Het gaat dan over de gemiddelde temperatuur in vergelijking met de periode 1850-1900, voor de wereld massaal fossiele brandstoffen begon te verbranden.
Bij 1,5 graden Celsius kunnen we de gevolgen van de klimaatverandering nog min of meer beheersen, maar die grens komt intussen erg dichtbij. Vanaf 2 graden Celsius komen we op onbekend terrein. Dan kunnen klimaatwetenschappers niet meer inschatten hoe ons klimaat zal reageren en dreigen onherroepelijke kantelpunten die het uitzicht van onze planeet voorgoed zouden veranderen.
Alvast de grens van 1,5 graden is daardoor uit het zicht verdwenen. Zelfs in de meest optimistische lezing van de klimaatplannen, waarin alle landen daadwerkelijk al hun beloften uitvoeren, zal de wereld in 2050 nog altijd 11 gigaton CO2 te veel uitstoten. Dat is een vijfde van de totale uitstoot vorig jaar.
De minst ambitieuze doelstelling van Parijs, de 2 graden Celsius, blijft wel nog net binnen bereik. Tenminste, als je uitgaat van de jaartallen waarin landen beloven niets meer te zullen uitstoten - voor de EU is dat bijvoorbeeld 2050. Maar heel wat landen hebben onvoldoende plannen om die beloftes ook waar te maken.
Nauwelijks beter dan vorig jaar
Bovendien staan we er vandaag nauwelijks beter voor dan vorig jaar. Volgens de plannen van toen stevenden we af op 2,6 tot 2,8 graden opwarming. Nu gaat het dus nog steeds om 2,3 tot 2,5 graden.
Er gaat dus amper 0,3 graden Celsius af, en dat is dan nog zeer ruim gerekend. 0,1 graden van die "klimaatwinst" halen we immers door nieuwe berekeningsmethoden - dat maakt in de echte wereld geen verschil.
En doordat de Verenigde Staten zich opnieuw terugtrekken uit het Parijs-akkoord komt er volgend jaar wellicht alweer 0,1 graden bij.
Slepende voeten
Dat de nieuwe klimaatplannen (de NDC's in klimaatjargon, of 'national determined contributions') onder de lat doorgaan, is op zich niet zo'n verrassing. De deelnemende landen blaakten niet echt van enthousiasme. Slechts een 60-tal landen, een derde van het totaal, had op de deadline van 30 september zijn nieuwe NDC's opgestuurd naar de VN.
De grootste vervuilers, die dus ook het grootste verschil kunnen maken, slepen met de voeten. China, op eigen houtje goed voor een derde van alle CO2-uitstoot ter wereld, legde de lat volgens sommige analisten erg laag.
De Verenigde Staten, na China de grootste vervuiler, trekken zich onder president Trump dan weer niets meer aan van de klimaatplannen van de VN. En de plannen van de uitstoter nummer 3, India, bestaan nog niet. India belooft alleen dat het een klimaatplan klaar zal hebben tegen de start van de klimaatconferentie.
En Europa? Dat trekt met een erg vage doelstelling naar de COP.
Het venster sluit zich
De ambitie moet sterk naar omhoog. Willen we het Parijs-akkoord in leven houden, moet de wereld over 5 jaar 25 procent (voor de 2-gradengrens) of zelfs 40 procent (voor de 1,5 graden) minder uitstoten dan in 2019.
Maar met nog 5 jaar te gaan, stijgt de wereldwijde uitstoot nog steeds.
"Hoewel de nationale klimaatplannen voor enige vooruitgang hebben gezorgd, gaat het lang niet snel genoeg", concluderen de onderzoekers. "Daarom zijn er ongeziene uitstootreducties nodig in een tijdsvenster dat zich steeds verder sluit, en dat tegen een steeds uitdagendere geopolitieke achtergrond."
Daarmee hinten ze onder andere naar de Amerikaanse president Trump. Die heeft zoals gezegd lak aan klimaatbeleid, maar ligt wel nog dwars waar hij kan. Zo torpedeerde hij nog maar net een klimaatakkoord in de scheepvaart.
Nochtans is het nog nét mogelijk om catastrofale opwarming te vermijden. Daarom is dit "het moment om all-in te gaan", zeggen de onderzoekers. Hernieuwbare energie is goedkoop geworden, en door methaanlekken te dichten, kunnen we snel veel klimaatwinst maken.
Arme landen eerste slachtoffer
Gebeurt dat niet, dan zal dat in de eerste plaats voor de meest kwetsbare landen grote gevolgen hebben. Die kunnen zich het minst goed wapenen tegen de klimaatverstoring. Denk maar aan het spoor van vernieling dat orkaan Melissa vorige week nog door Jamaica trok.
In een eerder VN-rapport, dat vorige week uitkwam, berekende een ander onderzoeksteam dat de ontwikkelingslanden 12 tot 14 keer meer klimaatgeld nodig hebben dan ze momenteel krijgen van het Westen om zich aan te passen.
Maar de geldstroom vanuit het Westen neemt net af: in 2023 vloeide er 26 miljard dollar per jaar naar de ontwikkelingslanden. Dat is 2 miljard minder dan het jaar voordien.
"Dit is niet zomaar een financieringskloof. Het is de wereldwijde solidariteit die faalt", hekelde VN-secretaris-generaal António Guterres. "En dat toont zich in overstroomde huizen, mislukte oogsten, gefnuikte ontwikkeling en verloren mensenlevens."
Doemverhalen
Toch ziet niet iedereen het zo duister als de VN-onderzoekers. Jos Delbeke ziet het glas als "halfvol én halfleeg". Als voormalig directeur-generaal Klimaat stond hij mee aan de wieg van het Europese klimaatbeleid. Hij is ook een echte COP-veteraan en was jarenlang de Europese hoofdonderhandelaar.
"Halfleeg omdat het niet goed gaat met het klimaat, maar dat wisten we al. En halfvol omdat we systematisch de temperatuurvoorspelling verlagen. Daar mag wel wat meer aandacht naartoe gaan."
"Het gaat niet snel genoeg, maar toch dringen we de CO2-uitstoot terug (voorlopig stijgt die wel nog jaar na jaar, maar de stijging vertraagt wel red.). Wereldwijd wordt de ontbossing onder controle gebracht. Europa stoot onder andere door het emissiehandelsysteem nog de helft uit van 20 jaar geleden. Zonne-energie is nu de goedkoopste nieuwe bron van energie, ook in veel nieuwe industrielanden. En China is zijn uitstootpiek aan het bereiken."
Dit soort van klimaatrapporten herhaalt steeds weer dezelfde doemverhalen, terwijl het effect op de publieke opinie steeds kleiner wordt. Ik denk dat we aan bezinning toe zijn
COP-veteraan Jos Delbeke
"Dit soort van klimaatrapporten herhaalt echter steeds weer dezelfde doemverhalen, terwijl het effect op de publieke opinie volgens mij steeds kleiner wordt. Ik denk dat we aan bezinning toe zijn. We moeten naar de feiten kijken en die tonen dat er resultaten geboekt worden en dat de uitstootcurve aan het ombuigen is."
Dit rapport moet de onderhandelaars in Belém tot meer ambitie verleiden. Maar volgens Delbeke, die zelf meer dan 20 VN-klimaatconferenties bijwoonde, zal het effect "relatief beperkt" zijn. "Zij die al overtuigd waren van het klimaatprobleem, waren al overtuigd. Het komt erop aan ook de anderen te overtuigen. Maar daarin moeten we realistisch zijn. De geopolitieke context maakt het moeilijk voor veel landen om nog een tandje bij te steken."



