De Europese staatshoofden en regeringsleiders hebben op een top in Brussel de boodschap verstuurd dat de nieuwe klimaatdoelstelling de concurrentiepositie van de Europese economie niet mag ondermijnen. Ze vragen ook bijkomende flankerende maatregelen.
Europese leiders vragen flexibiliteit voor klimaatbeleid en bijkomende flankerende maatregelen voor economische concurrentiepositie
"We hebben onze gehechtheid aan het verdrag van Parijs opnieuw bevestigd en beklemtoond dat we pragmatisch en flexibel moeten zijn in onze strategie", zo vatte voorzitter Antonio Costa na afloop de teneur van het debat samen op sociale media.
De Europese Commissie had begin juli voorgesteld om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2040 met 90 procent te verminderen. Verscheidene leiders hadden erop aangedrongen de impact van die klimaatambities op burgers en bedrijven op het hoogste niveau te bespreken, voordat er knopen zouden doorgehakt worden.
Herzieningsclausule op basis van recente wetenschappelijke gegevens
In hun conclusies stellen de leiders nu dat de werkzaamheden rondom de klimaatdoelstellingen "snel" voortgezet kunnen worden.
Denemarken, dat de Europese ministerraden leidt, organiseert op 4 november een nieuwe bijeenkomst van de milieuministers, in de hoop een tastbaar resultaat te forceren in de aanloop naar de VN-klimaatconferentie in Brazilië.
De conclusies verwijzen niet naar een reductiedoelstelling van 90 procent. Het was ook de bedoeling van Costa om die discussie uit de weg te gaan en het debat te richten op de flankerende maatregelen.
Zo beklemtonen de leiders de nood aan een herzieningsclausule die rekening houdt met de meest recente wetenschappelijke gegevens, technologische vooruitgang en de evolutie van het internationale concurrentievermogen van de EU.
Bestaande klimaatwetgeving in het vizier
Daarnaast dringen de regeringsleiders aan op een "realistische bijdrage" van technologische oplossingen om kooldioxide uit de atmosfeer af te vangen aan het behalen van de reductiedoelstelling. Ze wijzen ten slotte ook op het belang van een "adequaat niveau" van internationale koolstofkredieten "van hoge kwaliteit".
De Commissie wil de lidstaten de mogelijkheid bieden om vanaf 2036 tot 3 procent van de inspanning te leveren door klimaatprojecten in derde landen te financieren en daarvoor koolstofkredieten op te strijken. Er circuleren al voorstellen om dat aandeel op te trekken, maar met een hoger percentage voor internationale koolstofkredieten stijgt het risico op greenwashing.
Intussen komt ook bestaande klimaatwetgeving in het vizier. Zo richtte de Duitse bondskanselier Friedrich Merz de voorbije maanden zijn pijlen op het verbod op de verkoop van auto's met verbrandingsmotoren vanaf 2035.
Frankrijk en Spanje spraken dan weer hun steun uit. In hun conclusies tonen de leiders zich tevreden dat de Commissie tegen het jaareinde een herziening zal afronden. Ze dringen aan op een voorstel "waarbij rekening moet worden gehouden met technologische neutraliteit".
De regeringsleiders "nemen" ook "akte" van de aankondiging van de Commissie over de inwerkingtreding van de handel in uitstootrechten in de transportsector en de verwarming van gebouwen vanaf 2027. Begin deze week beloofde de Commissie maatregelen om te vermijden dat het systeem tot grote prijsstijgingen zal leiden, een vrees die met name Polen de voorbije maanden met luide stem heeft uitgedragen.


