Op sociale media is er verontwaardiging over geblurde foto’s van gemummificeerde lichamen die opdoken bij een opgraving in het Duivelsteen. Vlaanderen koos ervoor om geen expliciete beelden te delen. Welke regels hanteren archeologen daarvoor? En, hoe zitten ze in elkaar?
Na de geblurde mummies uit het Duivelsteen in Gent: waarom tonen archeologen wél of niet beelden van menselijke resten?
In dit artikel gebruikt VRT NWS afbeeldingen van menselijke resten uit archeologisch onderzoek. Het gaat om foto's die onderzoekers zelf, na de nodige afwegingen, hebben vrijgegeven.
"We zijn hypersensitief geworden en slaan door in overbescherming", schrijft een VRT NWS-lezer op Facebook. "Ze tonen gruwelijk oorlogsbeelden, maar dit mogen we niet zien", valt een andere gebruiker hem bij. Het is maar een greep uit de vele verontwaardigde reacties op de geblurde foto’s van de gemummificeerde middeleeuwse lichamen die vorige week in Gent zijn opgegraven.
Het Vlaams Agentschap voor Onroerend Erfgoed begrijpt de commotie, maar blijft bij het standpunt om geen expliciete beelden van de opgraving vrij te geven. "We hebben een ethisch kader rond het gebruik van afbeeldingen van menselijke resten. Dat is gebaseerd op een recente studie . De baseline is: denk goed na en houd het sereen", zegt Sam De Decker van het Agentschap.
De vraag is: informeren we door beelden te tonen, of zoeken we sensatie?
professor Isabelle De Groote (UGent)
"Ik was blij geblurde beelden te zien", stelt professor Isabelle De Groote (UGent). "Gemummificeerde lichamen kunnen heftig overkomen, het blijven menselijke resten. Dat is een eerste afweging die we moeten maken. Informeren we door de beelden te tonen? Of zoeken we de sensatie op? Door voor een geblurde foto te kiezen is er respect voor de doden, en tegelijk ook informatie over de inplanting van de graven."
Het Agentschap zit ook op die lijn. "Als het wetenschappelijk verantwoord is, bijvoorbeeld als de beelden iets vertellen over een ziektebeeld of afwijkingen, kan het wel’, stelt De Decker. "We verwijzen naar een recent advies van Belgische Raadgevend Comité voor Bio-Ethiek . Ook musea gebruiken dat. Het Koninklijk Belgisch Instituut in Brussel en het MAS in Antwerpen hebben in dat oogpunt ook menselijke resten uit expo's gehaald.
Trigger warnings en disclaimers om publiek te waarschuwen
"Het draait om respect hebben voor de doden, om privacy. De vraag is alleen of dat ook opgaat voor een middeleeuws of Romeins skelet", zegt Johan Hoorne van het gelijknamige archeologiebedrijf. "Wij tonen materiaal, bijvoorbeeld op onze socials, maar selecteren zorgvuldig. We voorzien een 'trigger warning' of 'disclaimer' die bezoekers op voorhand waarschuwt voor de menselijke resten die getoond zullen worden."
Ook De Groote sluit het gebruik niet helemaal uit. "We geven de menselijke overschotten geen prominente plek, bijvoorbeeld bovenaan een artikel, of erg centraal in een expo. Bij de tentoonstelling rond Judith van Vlaanderen waren er wel botresten te zien, maar mensen moesten eerst op een knop drukken om ze zichtbaar te maken. Op die manier zijn ze zich bewust van wat er komt, ze kunnen ook kiezen om het niet te zien."
Privacy, culturele verschillen en sociale media
De periode waaruit de resten stammen, speelt ook een rol. "Als het over de Wereldoorlogen gaat, dan tonen we geen menselijke resten. Dat kunnen de groot- of overgrootouders zijn van iemand", stelt Hoorne. "Er kunnen nog nabestaanden zijn en die moeten dan in feite toestemming geven. We willen de privacy bewaren."
"Er is een cultureel en religieus argument. Soms is het 'not done' om doden te tonen. Bij bepaalde gemeenschappen leeft het idee dat de doden zielsrust moeten vinden", beaamt De Groote. "Het gaat ook over de herkomst van de resten, uit slavernij of kolonialisme. Dan moeten we er extra omzichtig mee omspringen."
Beelden gaan nu snel op sociale media een eigen leven leiden, we moeten daarom goed bewaken wat we vrijgeven en wat niet
Sam De Decker, Agentschap Onroerend Erfgoed
"We moeten beseffen dat de overledene nooit toestemming heeft gegeven om getoond te worden", onderschrijft ook De Decker. "Een beeld is snel publiek bezit en wordt gedeeld op sociale media. Het kan een eigen leven gaan leiden. Ook daarom denken we goed na over de beelden die we vrijgeven."
"Klepel mag niet te ver doorslaan"
"We moeten wel zorgen dat de klepel niet te ver doorslaat", zegt Bart De Smaele van archeologiebedrijf Hembyse. "Respect en de wens van de klant zijn doorslaggevend, maar voor mij zijn de menselijke resten in feite archeologische objecten die getoond moeten kunnen worden. Ze kunnen ons veel vertellen en komen bovendien vaak terecht in publiek toegankelijke wetenschappelijke publicaties. Er zijn bovendien heel wat sites waar ze gewoon te zien zijn, ik zie er zelf eigenlijk weinig problemen in."
"De context bepaalt alles", beaamt ook De Smaeles collega Hoorne. "Op een site aan het kerkhof in Maldegem komen mensen zelf helpen om menselijke resten op te graven. We bereiden ze wel voor, maar ze weten natuurlijk ook wat hen te wachten staat."
Actiebeelden, illustraties of beschrijvingen
"Beelden mogen niet dienen om kliks op te leveren, of interesse te wekken. Er zijn genoeg andere manieren om dat te doen. Er kan gewerkt worden met actiebeelden of tekeningen van tijdens de opgravingen, waarbij de resten niet goed te zien zijn", stelt De Decker.
"Het argument dat mensen al gruwelijke beelden te zien krijgen, houdt niet helemaal steek", stelt De Groote verder. "Ik scherm mijn kind bijvoorbeeld ook af van de oorlogstaferelen die nu soms in de media te zien zijn. Ook daar ligt zelfs een verantwoordelijkheid. Media kunnen, als geen ander, ook met beschrijvende taal werken om beelden op te roepen. Ze zouden er vaker voor kunnen kiezen", besluit De Groote.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen


