Nooit steeg de concentratie van het broeikasgas CO2 in onze atmosfeer zo hard door als in 2024. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de Wereldmeteorologische Organisatie (WMO). "De laatste keer dat we met zulke hoge concentraties aan broeikasgassen zaten, was 3 tot 5 miljoen jaar geleden, nog vóór de moderne mensheid. Het was toen 2 tot 3 graden Celsius warmer dan nu, met een zeespiegel die tot 20 meter hoger was." Dat het nu nog niet zover is, komt door de traagheid waarmee de planeet reageert op de veranderingen.
Zeespiegel tot 20 meter hoger en geen noordpoolijs: 3 miljoen jaar geleden evenveel CO2 in atmosfeer als nu
In het kort:
Vorig jaar is het CO2-gehalte in de atmosfeer op aarde met een recordtempo gestegen
Naast de menselijke uitstoot van broeikasgassen speelden ook natuurlijke processen zoals bosbranden en een opwarmende zee
Die processen worden in de hand gewerkt door de klimaatverandering
De laatste keer dat er zoveel CO2 in de lucht hing, was 3 tot 5 miljoen jaar geleden
Het was toen 2 à 3 graden warmer, en de zeespiegel stond wellicht 15 meter hoger
Maar zelfs bij een opwarming van anderhalve graad (waar we nu stilaan in komen) zag de wereld er helemaal anders uit, met nijlpaarden in de Theems
Door de traagheid van de natuurlijke systemen is het momenteel nog zo ver niet
De opwarming van de aarde aan zo'n tempo is een ongezien experiment
De WMO publiceert elk jaar haar Greenhouse Gas Bulletin in de aanloop naar de klimaatconferentie. Ze becijfert daarin hoe het zit met de concentraties aan broeikasgassen in de atmosfeer (denk aan CO2, methaan en lachgas), en in welke mate de concentraties het vorige jaar zijn gestegen.
Dat de totale concentraties blijven stijgen, is niet verrassend: CO2 blijft bijzonder lang hangen in de lucht, en blijft zich maar opstapelen. Maar dat de stijging in 2024 een recordniveau bereikte, is minder goed nieuws. Want het betekent dat we er als mens niet in slagen de uitstoot afdoende te verminderen.
De CO2-concentratie wordt uitgedrukt in parts per million of deeltjes per miljoen. In 2024 kwam er 3,5 ppm bij, de grootste stijging sinds het begin van de waarnemingen in 1957. Ter vergelijking: in de jaren 60 ging het nog om een stijging van 0,8 ppm per jaar gemiddeld. Het CO2-gehalte is inmiddels boven de 420 ppm uit gestegen.
Naast het gebruik van fossiele brandstoffen voor onze energie, droegen de vele bosbranden bij tot het hoge cijfer. Tegelijk warmt de oceaan verder op, waarbij zijn capaciteit vermindert om CO2 uit de lucht te halen en op te slaan.
Het CO2-gehalte in de atmosfeer ligt nu 52 procent hoger dan tijdens de periode voor het jaar 1750, voor we massaal fossiele brandstoffen gingen gebruiken. Voor het krachtige broeikasgas methaan is dat inmiddels 166 procent, voor lachgas 25 procent. Het zijn vooral CO2 en methaan die instaan voor de opwarming van de aarde. CO2 is verantwoordelijk voor naar schatting 70 procent daarvan.
Broeikasgassen zetten een turbo op de klimaatverandering, en dat leidt tot nog meer extreem weer
Ko Barrett, WMO
"De hitte wordt gevangen gehouden door broeikasgassen en dat zet een turbo op de klimaatverandering, en leidt tot nog meer extreem weer", zegt Ko Barrett van de WMO daarover.
Ongeveer de helft van onze jaarlijkse uitstoot van CO2 wordt opgenomen door de natuur - de bomen en planten op het land, de oceaan en gesteente bijvoorbeeld. Maar de andere helft niet, en die blijft zich opstapelen omdat CO2 honderden, zelfs duizenden jaren blijft hangen. Daarom is het net zo belangrijk om snel de CO2-uitstoot af te bouwen en minder fossiele brandstoffen te gaan gebruiken.
Het proces dat zichzelf versnelt
De klimaatverandering zet intussen andere processen in gang die het proces verergeren. De oceaan warmt verder op, en extreme droogte werkt intensere bosbranden in de hand. Natuurlijk opgeslagen CO2 in bomen komt daarbij in 1 klap weer vrij.
"We zien dat natuurlijke systemen zo gestresseerd raken dat die natuurlijke hulp afneemt. Bomen in de Amazone zien af van stijgende temperaturen en kregen te maken met een lange droogte in 2023 en 2024. Als een boom onder stress komt door droogte, dan doet hij niet aan fotosynthese en plukt hij dus minder CO2 uit de lucht", vertelt Oksana Tarasova, wetenschapper bij de WMO.
Nijlpaard in de Theems
"We zitten momenteel met de hoogste concentraties aan CO2, methaan en lachgas sinds het begin van de metingen. De laatste keer dat de concentraties even hoog waren, was 3 tot 5 miljoen jaar geleden. Toen was het 2 tot 3 graden warmer op aarde, en stond de zeespiegel 10 tot 20 meter hoger", zegt Tarasova. "Toen liepen er nog niet massaal mensen rond."
"Van die specifieke periode weten we niet zo heel veel meer in detail", vertelt klimaatspecialist Pieter Boussemaere, auteur en docent klimaat en wereldgeschiedenis aan de Vives Hogeschool. "Maar inderdaad, het was toen ongeveer 3 graden warmer. Er was de helft minder ijs op aarde, en geen noordpoolijs. De zeespiegel moet ongeveer 15 meter hoger hebben gestaan, misschien wel 20 meter."
Van de periode toen het structureel anderhalve graad warmer was op aarde, is wel meer bekend. Dat was 125.000 jaar geleden. "De zeespiegel stond toen 6 tot 9 meter hoger. Je had nijlpaarden in de Theems en de Rijn", vertelt Boussemaere. Momenteel zitten we bijna aan die structurele opwarming van anderhalve graad.
Minstens 10 keer sneller dan ooit tevoren
Dat we nu nog niet aan die waarden zitten, is maar goed ook, met heel wat bebouwing en bewoning aan zee. Door de traagheid van het systeem verandert alles heel langzaam. Zo fungeren beide polen momenteel nog als gigantische airco's voor de aarde. Maar het betekent wel dat er een proces in gang is gezet.
"Alle gevolgen zijn niet meteen zichtbaar. De stijging van de zeespiegel is het traagste effect van allemaal. Anderzijds, eenmaal het ijs (door de klimaatopwarming, red.) begint te smelten, is zo'n proces moeilijk te stoppen, laat staan om te keren."
We zitten in een experiment dat zijn gelijke niet kent
Pieter Boussemaere
De aarde heeft over miljoenen jaren bekeken wel eens vaker warme(re) en koude(re) periodes meegemaakt. "Maar het grote verschil is dat daar véél meer tijd over ging, duizenden jaren of veel langer. De natuur had de tijd om zichzelf aan te passen. De mens heeft die tijd nu niet. We spreken nu over honderden jaren. We zitten dus in een experiment dat zijn gelijke niet kent. Want het gaat allemaal minstens 10 keer sneller dan ooit tevoren", waarschuwt Boussemaere.
De mens heeft wel nog in de hand hoeveel de klimaatopwarming verder uitloopt. Afwachten wat er op COP30 in Belém beslist wordt.




