Naar hoofdinhoud
TotalEnergies in Antwerpen is een van de grootste CO2-uitstoters van ons land.

Belgische industrie kan wel degelijk overleven én de klimaatdoelen halen... als we deze 5 stappen zetten 

De Belgische industrie kan minstens 90 procent van zijn CO2-uitstoot terugdringen tegen 2050. Dat kan bovendien met technologieën die nu al bestaan, of ten laatste tegen 2040 uitgerold kunnen worden, zoals industriële warmtepompen en CO2-opslag. Maar dan moet elektriciteit wel goedkoper worden voor grootverbruikers, en moet er dringend meer werk gemaakt worden van groenestroomcapaciteit. De volgende 5 jaar worden cruciaal.

Vincent Merckx
Gepubliceerd:

Kunnen we de zware industrie vergroenen zonder die weg te jagen? Of anders gezegd: is het Europese klimaatdoel van net-zero in 2050 haalbaar voor de grote uitstoters? En hoe moeten we het dan aanpakken?

Zulke vragen branden momenteel op ieders lippen. In de hele Europese Unie; de Commissie lanceerde begin dit jaar bijvoorbeeld de Clean Industrial Deal. Maar ook in ons land. Denk maar aan ArcelorMittal dat een groene investering van 1,1 miljard euro in Gent uitstelde omdat de investering niet rendabel dreigde te worden. 

Dat zorgt voor hoofdbrekens, want het gaat tegelijk om de toekomst van het klimaat én onze economie. Het zijn vooral de kleppers van de chemische, staal- en cementindustrie die veel CO2-uitstoot veroorzaken. Denk bijvoorbeeld aan (opnieuw) ArcelorMittal in Gent; TotalEnergies enBASF in de Antwerpse haven, of de Waalse kalk- en cementbedrijven.

Hoewel de uitstoot van de zware industrie in ons land sinds 1990 met de helft gedaald is, blijft die toch aanzienlijk. Alleen al de verbrandings- en andere processen zijn goed voor 28 procent van de totale Belgische uitstoot van broeikasgassen. Reken je daar ook nog de energieproductie bij, dan kom je bijna aan de helft.

Maar die bedrijven zijn ook belangrijk voor onze economie. Zo is ArcelorMittal niet alleen de grootste CO2-uitstoter van België, maar ook een grote werkgever. Het is verantwoordelijk voor 8 procent van de Belgische uitstoot én 5.000 jobs. Zo'n bedrijf jaag je dus liever niet weg met onhaalbare klimaatdoelen.

Maar hoe doe je dat dan? VUB-onderzoekers bogen zich erover op vraag van de klimaatdienst van de FOD Volksgezondheid. Ze lichtten daarvoor meer dan 180 technologische oplossingen door.

Hun conclusie: ja, ons land kan zijn industrie behouden én de uitstoot tegelijk sterk terugdringen. Het is wel degelijk mogelijk om de CO2-uitstoot tegen 2050 met minstens 90 procent af te bouwen. Bovendien kan dat met technologieën die vandaag al bestaan, of ten laatste tegen 2040 beschikbaar zullen zijn.

Dit zijn hun bevindingen.

1. Investeer in industriële warmtepompen

De onderzoekers verwachten veel van elektrificatie. Dat kan voor 90 procent van de Belgische industrie, met industriële warmtepompen, elektrische hoogovens en e-boilers.

Industriële warmtepompen werken volgens hetzelfde principe als de warmtepompen waarmee we onze huizen verwarmen (of afkoelen), maar halen hogere temperaturen, tot 250 graden Celsius. Elektrische vlamboogovens kunnen dan weer ingezet worden in sectoren waar veel hogere temperaturen nodig zijn, zoals in de staalindustrie. Ze kunnen tot wel 1.800 graden halen.

Elektrificeren is bijna altijd een no-regret-maatregel, zeggen de onderzoekers, zeker bij de lagere temperaturen. Het levert grote CO2-reducties op tegen relatief lage kosten.

2. Sommige sectoren zullen niet kunnen zonder koolstofafvang

We kunnen nog niet overal elektriciteit inzetten, en sommige sectoren zullen voorlopig nog fossiele brandstoffen moeten blijven gebruiken. Daarom zal het nodig zijn om CO2 af te vangen aan de pijp en elders op te slaan, bijvoorbeeld in lege gasvelden of onder de zeebodem. Die technologie heet koolstofafvang of CCS (carbon capture and storage).

CCS is nochtans geen onbesproken technologie. Tegenstanders vinden dat koolstofafvang een levenslijn biedt voor fossiele brandstoffen, terwijl die de oorzaak zijn van de klimaatcrisis. Begin deze maand nog waarschuwden wetenschappers in Nature dat er te veel op CCS gerekend wordt, en dat we wellicht 10 keer minder CO2 zullen kunnen opslaan dan tot nu toe werd aangenomen.

Toch bestaat er zeker in de cement- en kalkindustrie "geen geloofwaardige" manier om net-zero te bereiken zonder CCS, schrijven de onderzoekers. Maar het wordt ook een essentiële technologie voor de chemische industrie. Die zou je in principe ook kunnen elektrificeren, maar dat zou veel meer kosten.

Het potentieel van CCS is in theorie enorm. Als je de afgevangen CO2 vervolgens gebruikt om nieuwe producten te maken, kan je in sommige gevallen gaan tot wel 350 procent CO2-reductie. Dat is bijvoorbeeld het geval met de "Carbstone" van de Genkse firma Orbix, die bouwblokken maakt met koolstof in plaats van cement.

"Het komt erop neer dat je de uitstoot van het ene product opslaat en vervolgens aanwendt als grondstof voor een ander, zodat je ook daar uitstoot reduceert", legt onderzoeker Tomas Wyns (VUB) uit. "Een steen heeft een levensduur van 50 tot 100 jaar. Die CO2 zal niet onmiddellijk meer vrijkomen."

3. Ga all-in

Industriële warmtepompen en CCS kunnen het grootste verschil maken. Maar waar mogelijk kunnen ook blauwe waterstof (op basis van fossiele brandstoffen, maar waarbij de CO2 wordt afgevangen), chemische plasticrecyclage, biomassa en alternatieve of synthetische brandstoffen worden ingezet.

Vooral de chemische sector, de meest ingewikkelde om te decarboniseren, zal een mengelmoes van technologieën moeten toepassen.

4. Maak elektriciteit goedkoper

Het is dus wel degelijk technisch mogelijk om een groot deel van de industrie te elektrificeren. Maar het moet ook betaalbaar blijven.

Dat kan alleen als elektriciteit goedkoper wordt, tot maximaal 3 keer de kostprijs van gas voor industriële gebruikers. Dat volstaat om elektrificatie rendabel te maken die maximaal 200 graden Celsius hoeven te halen. Maar voor de hoogste temperaturen zou de prijskloof maximaal 1,5 mogen bedragen.

Momenteel betalen bedrijven echter gemakkelijk nog 4 keer zoveel voor elektriciteit als voor gas.

De elektriciteitsprijs verlagen, kan bijvoorbeeld door een tax-shift door te voeren. Dan wordt elektriciteit goedkoper door btw en accijnzen te verschuiven naar fossiele brandstoffen.

Alvast de Vlaamse regering plant zo'n taxshift, al noemde hoofdonderzoeker Tomas Wyns die eerder al onvoldoende. De federale regering hield het er in het regeerakkoord dan weer bij dat ze een taxshift zou "onderzoeken".

Maar bedrijven kunnen zelf ook spelen met de prijzen die ze betalen voor elektriciteit. Dat kan bijvoorbeeld door langetermijncontracten af te sluiten. Dan garanderen ze een bepaalde afname in ruil voor lagere prijzen. Dat gebeurt in Frankrijk al.

5. De volgende 5 jaar worden cruciaal

De theorie is één ding, de praktijk een ander. De industrie kan de gevraagde investeringen in principe doen, maar dan moet alle nodige infrastructuur wel voorhanden zijn om dat mogelijk te maken.

Neem nu koolstofopslag. Je kan pas CO2 afvangen, transporteren en opslaan als er een hele keten aan infrastructuur is opgetuigd, van pijpleidingen tot opslagplaatsen, al dan niet binnen de EU. Ook de regelgeving moet er klaar voor zijn. Maar momenteel zijn er amper grootschalige CCS-projecten in werking, al bouwt het Noorse energiebedrijf Equinor wel een CO2-leiding van Noorwegen naar België.

De onderzoekers schatten dat we zo'n 10 jaar hebben om die infrastructuur uit te rollen. Ze suggereren daarom onder andere om snelvergunningen te voorzien voor CCS-projecten.

Ook het elektriciteitsnet moet versterkt worden. De vraag zal tegen 2040 verdubbelen, stellen de onderzoekers. Dat betekent dat de uitbouw van groene stroom snel opgeschaald moet worden. Projecten als Ventilus zullen er dus moeten komen. Maar ook dat zijn grote infrastructuurprojecten waarvan de ontwikkeling jarenlang kan duren.

Daarom zijn de volgende 5 jaar cruciaal: beslissingen moeten genomen worden, geld vrijgemaakt, en ten slotte moet er ook nog gebouwd worden. En dat vergt tijd. Vanaf 2030 heeft de industrie dan nog 20 jaar, tot 2050, om op haar beurt de nodige investeringen te doen.

"De technologische industrie in ons land heeft haar uitstoot al met meer dan 40 procent verlaagd en haar activiteiten voor zo’n 60 procent geëlektrificeerd. We liggen goed op koers om de doelstellingen van 2030 te halen", reageert Bart Steukers, CEO van de technologiefederatie Agoria.

"Maar klimaatneutraal zijn tegen 2050 vergt nieuwe, grote investeringen. Die zijn vandaag economisch vaak niet rendabel. Bovendien doen onze concurrenten - industriebedrijven op andere continenten - vaak dezelfde investeringen minder of gewoon helemaal niet. Zonder stabiel en doelgericht beleid riskeren we dat onze technologiebedrijven uit de markt geprijsd worden. Dat is erg problematisch, want wij bedenken en bouwen de klimaattechnologie die we heel hard nodig hebben."

Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief Onze Planeet

Elke week houden we de vinger aan de pols van onze aarde. De klimaatverstoring, de energietransitie, biodiversiteit, vervuiling… Waar staan we en hoe moet het nu verder?

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"