Energie-intensieve bedrijven kreunen onder te hoge gas- en stroomprijzen. Ook de kosten van de overgang naar een klimaatvriendelijk energiesysteem spelen hen parten. Vooral de investeringen in het hoogspanningsnet van Elia wegen zwaar. Ook de industrie krijgt die aangerekend. Dat kan voor een groot bedrijf jaarlijks miljoenen euro's extra uitgaven betekenen. Verminderde productie en ontslagen zijn het gevolg.
"Hoge energiekosten wurgen onze bedrijven": waarom energie in 2025 een zorgenkind blijft
"Eén op de vijf Vlaamse energie-intensieve bedrijven denkt de komende zes maanden te moeten herstructureren". Het was een onheilspellende boodschap van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka begin december, na een bevraging bij 700 bedrijven. "Maar liefst vier op de tien van de energie-intensieve ondernemingen maken al gebruik van de tijdelijke werkloosheid", stelde Voka vast. In de chemie, bijvoorbeeld, viel de productie bijna met een derde terug.
De gasprijzen blijven te hoog
Het is niet het enige alarmsignaal dat klinkt vanuit de industrie. Een paar dagen later kopte De Tijd dat een ongeziene ontslagronde op komst is. De krant haalde haar info bij meerdere zakenadvocaten. Die stelden dat ze in de voorbije kwarteeuw nog nooit zoveel dossiers van collectieve ontslagronden hadden aangemeld gekregen als nu.
Net daarvoor had staalproducent ArcelorMittal laten weten dat het zijn miljardeninvesteringen voor de vergroening van zijn Europese staalproductie uitstelt. "We worden overspoeld met laaggeprijsd gesubsidieerd staal uit China", gaf topman Van Poelvoorde mee. Klimaatvriendelijker staal maken met nieuwe elektrische hoogovens in plaats van de huidige ovens op steenkool is momenteel ondenkbaar.
Vlaamse energie-intensieve bedrijven kampen met hoge gas- en stroomprijzen, wat leidt tot productiedalingen en mogelijke herstructureringen
De elektriciteitsfacturen voor bedrijven blijven hoog en stijgen nog door verhoogde netkosten
Extreme prijsschommelingen in de elektriciteitsmarkt zorgen voor onzekerheid bij de stroomproducenten, wat investeringen in hernieuwbare energie vertraagt
Ook het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) liet deze week van zich horen. Volgens het VBO zitten we op de rand van een recessie. De oorzaak: de hoge loonkosten bij onze ondernemingen. En... de energieprijzen.
De gasprijzen, bijvoorbeeld. Die zijn weliswaar sterk gedaald, maar blijven dubbel zo duur als voor de energiecrisis. Probleem: in andere continenten is dat niet het geval. Vooral de gasprijzen in de VS doen onze industrie pijn. Op 6 januari bedroeg de prijs op de toonaangevende Amerikaanse groothandelsbeurs Henry Hub 11,11 euro per MWh. De Europese TTF-beurs noteerde op dezelfde dag 47,14 euro per MWh. Dat is ruim 4 keer duurder. Een enorm verschil, dat al ruim vier jaar aanhoudt.
De Europese industrie moet dus vier keer meer betalen voor haar gas dan de Amerikaanse concurrenten. Gas dat niet alleen wordt gebruikt om te verwarmen of elektriciteit mee te maken. Voor de chemische industrie is het ook echt een grondstof, waaruit bijvoorbeeld basismaterialen voor plastic verpakkingen, isolatie of textiel worden gemaakt.
Bovendien ziet de evolutie er niet goed uit: het voorbije jaar is de prijs van het aardgas voortdurend blijven stijgen, zo blijkt uit de grafieken van het data-informatiebedrijf Trading Economics. Vandaag is aardgas ruim 50 procent duurder dan een jaar geleden.
De stopgezette Russische gasaanvoer via de Oekraïense pijpleidingen en de dreigementen van Qatar om de prijs van zijn lng-aardgas te verhogen als Europa te moeilijk doet over mensenrechten of duurzame ontginning, doen daar geen goed aan.
Elektriciteitsprijzen blijven te hoog en te onvoorspelbaar
Ook de elektriciteitsprijzen blijven na de crisis van 2022 te hoog. De stroomprijs is in 2024 weliswaar gedaald, maar volgens de federale energiewaakhond CREG ligt hij nog altijd ruim 66 procent hoger dan het historisch gemiddelde. Tussen 2015 en 2020 bedroeg de prijs gemiddeld 42 euro per MWh. In 2024 was dat ruim 70 euro.
Dan zijn er nog de heffingen op de stroomfacturen. Volgens Febeliec liggen de Vlaamse en federale lasten op de elektriciteitsfacturen in België drie tot vier keer hoger dan in de buurlanden . "De voorbije tien jaar heeft dat tegenover onze buurlanden tot een handicap geleid tussen de 15 à 40 procent," aldus Peter Claes.
De hoge energieprijzen wurgen onze industrie. Investeringen vallen nagenoeg stil
Peter Claes, Febeliec
Volgens Claes is dit niet vol te houden. "Die hoge energieprijzen wurgen onze industrie. Investeringen vallen nagenoeg stil."
Ook de almaar grotere onvoorspelbaarheid van de prijs van de elektriciteit speelt onze ondernemingen parten.
Die extreme prijsschommelingen leiden tot een grote onzekerheid bij de elektriciteitsproducenten. Met name de Vlaamse windenergiesector raakt daardoor in de problemen. Vorig jaar kwamen er in Vlaanderen amper 12 windturbines bij. En het wordt oppassen voor dit jaar. Sinds 1 januari zijn de subsidies voor windturbines in Vlaanderen volledig weggevallen. "Er is geen businessmodel meer om nieuwe turbines te plaatsen", zo klinkt het vanuit de sector.
Ze vragen een ondersteuning waarbij een gegarandeerd minimuminkomen is verzekerd. Maar de Vlaamse regering heeft nog niets uitgewerkt. In een reactie stelt minister Depraetere: "Ik zal deze legislatuur bekijken hoe we van windturbines opnieuw een aantrekkelijke investering maken voor de toekomst". Voor wanneer die toekomst is en hoe windturbines opnieuw aantrekkelijk worden, zegt ze er niet bij.
Energietransitie maakt stroom nog duurder
De instabiliteit van de energiewereld is momenteel onvermijdelijk. Sommige energie-experts stellen zelfs dat we ermee moeten leren leven. Maar het is duidelijk dat de grootste ontsporingen eruit moeten. Als de uren met negatieve prijzen blijven toenemen, raakt de energiesector in de problemen. Geen enkele industrietak kan overleven als hij moet betalen voor de producten die hij verkoopt.
De oplossing daarvoor: investeringen in de stroomnetten, zodat de overproductie beter kan verdeeld worden. Dat gaat tot 2033 al over meer dan twintig miljard voor de hoog- en laagspanningsnetten samen. De eerste gevolgen daarvan voelen we nu al.
Gisteren legden we al uit wat dat voor een gemiddeld huishouden betekent: 120 euro extra voor de netkosten. De extra miljarden voor het energie-eiland voor onze kust dat ervoor moet zorgen dat de stroom van de nieuwe windmolenparken voor onze westkust gebundeld aan land moet komen, zijn daar nog niet eens in verrekend.
Niet alleen de huishoudens krijgen die extra miljarden op hun bord, ook de bedrijven. Die dus al kampen met hoge energiekosten. Volgens Febeliec, de federatie van de energie-intensieve bedrijven, zijn de nettarieven van Elia nu al ruim twee keer hoger dan in het buurlanden. Dat komt omdat de federale regering de doorrekening naar de bedrijven niet plafonneert, geeft hoogspanningsnetbeheerder Elia mee. Maar als het energie-eiland daar nog bovenop komt, zullen sommige bedrijven miljoenen euro's extra per jaar moeten betalen.
De hoogspanningsnettarieven zijn nu al ruim twee keer hoger dan in onze buurlanden
Febeliec, federatie van energie-intensieve bedrijven
Febeliec verzet zich dan ook met hand en tand tegen de uitrol van het energie-eiland zoals het nu op tafel ligt. "We zijn voor een evolutie naar klimaatvriendelijke energie, maar het moet ook betaalbaar blijven," stelt Peter Claes. Want de vergroening van de energie kost de bedrijven al handenvol geld, terwijl de hoge energieprijzen hen nu al uit de markt dreigen te concurreren. Als daar ook nog eens een pak extra netkosten bovenop komen, wordt het nog moeilijker voor onze industrie om overeind te blijven. Met een bedreiging van de werkgelegenheid en welvaartsverlies tot gevolg. Febeliec heeft aan onze federale overheid al jaren terug een energienorm gevraagd, zodat de kosten van de energie voor de industrie op hetzelfde niveau blijven als bij onze buurlanden. Die norm bestaat al een paar jaar, maar de regering heeft die nog niet toegepast.
Ook voor de Vlaamse huishoudens zijn de problematische energiekosten van de industrie geen goede zaak. Jobverlies loert om de hoek. Daarnaast dreigen de hogere energieprijzen en duurdere producten onze koopkracht aan te tasten. Met een aanwakkerende inflatie en loonsverhogingen door de indexkoppeling tot gevolg. Wat dan weer weegt op de loonkosten van de industrie.
Een vicieuze cirkel die onze overheden zo snel mogelijk moeten proberen te doorbreken. De Vlaamse en nieuw te vormen federale regering hebben een hoop werk voor de boeg.



