Vorig schooljaar zijn er in totaal bijna 19.000 leerlingen blijven zitten in het secundair onderwijs in Vlaanderen en in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Dat is een record, maar dat komt vooral doordat er ook meer leerlingen zijn dan vroeger. Op een daling tijdens de coronacrisis na, is het percentage van zittenblijvers al 10 jaar ongeveer stabiel, tussen de 4 en 4,4 procent. Dat is hoog, maar een eenduidige verklaring hiervoor is er niet.
Aantal zittenblijvers blijft hoog: "Betere oriëntatie en genoeg ondersteuning nodig om dit tegen te gaan"
De krant De Tijd bericht vandaag over de problematiek en baseert zich op nieuwe cijfers van het Vlaams Departement Onderwijs en Vorming over het voorbije schooljaar 2024-2025.
Daaruit blijkt dat er in Vlaanderen en in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel 18.913 leerlingen zijn blijven zitten. De afgelopen 10 jaar bleef het aantal zittenblijvers wel nagenoeg stabiel. Telkens deden er iets meer dan 4 procent van de leerlingen een jaar over. Alleen tijdens de coronacrisis (schooljaar 2020-2021) lag dat aantal lager.
Toch is het niet evident om de aanhoudende problematiek van het zittenblijven in ons land zomaar te verklaren. Mogelijk heeft het te maken met de naweeën van de coronaperiode (leerlingen werden toen mogelijk soms net iets sneller doorgelaten in een richting die hen niet lag) of met het feit dat er intussen hogere verwachtingen zijn op het vlak van kennisverwerving. Pedro De Bruyckere, die als pedagoog verbonden is aan de universiteit van Utrecht, gaf in De Ochtend op Radio 1 meer duiding bij het probleem.
Een kwart van onze kinderen heeft nu al een jaar verloren of gedubbeld
Pedro De Bruyckere, pedagoog
"We hebben een hele periode van daling gezien, omdat het beleid er echt werk van maakte om het zittenblijven af te raden. Maar na corona hebben we gezien dat die cijfers wel weer een beetje stijgen. In percentages blijft het ongeveer stabiel, maar hoog, in absolute cijfers is het een record."
Volgens De Bruyckere heeft nu al "een kwart van onze kinderen een jaar verloren of gedubbeld." Dan gaat het over schoolachterstand in de brede zin van het woord. Dat zijn niet enkel jongeren die blijven zitten als gevolg van slechte resultaten, maar ook kinderen die over hun hele schoolcarrière bijvoorbeeld een grotere periode missen als gevolg van ziekte.
Op langere termijn zelfs negatiever effect mogelijk
Uit internationaal onderzoek blijkt dat blijven zitten voor de meeste jongeren trouwens niet de beste oplossing is en dat het op langere termijn zelfs een negatiever effect kan hebben, legt hij uit.
"Je krijgt dan dezelfde informatie op dezelfde manier een 2e keer te horen. Je kan dan misschien wel vlotter toetsen invullen en slagen, maar dat betekent niet noodzakelijk dat je die informatie echt goed verwerkt hebt. Op de lange termijn kan je daardoor weer een vogel voor de kat zijn."
Maar wat werkt dan wel? Een betere oriëntatie (op het vlak van studierichting), waar ook echt wel op ingezet wordt en genoeg ondersteuning, zegt De Bruyckere. Al is dat laatste volgens hem moeilijker om in de praktijk om te zetten als gevolg van het aanhoudende lerarentekort.
In andere landen minder zittenblijvers
In vergelijking met andere landen blijven er in België ook veel meer kinderen zitten. "Voor een stuk is dat misschien traditie? Of een gevolg van het feit dat we tijdens corona milder geweest zijn? En betalen we daar nu een prijs voor?
Of misschien past het ook in de beweging van "de lat moet hoger". Je haalt de lat niet, dus je moet je jaar dubbelen. Maar we merken ook dat er vaak ingezet wordt op "je zit niet op de juiste plaats" en dan komt die oriëntatie weer naar boven."
Tot slot wil De Bruyckere ook nog stilstaan bij een ander aspect van zittenblijven. "Het is in feite een behoorlijk dure maatregel, zowel economisch als op menselijk vlak. Je zit niet meer bij je vrienden en leeftijdsgenoten, het is voor een stuk een mislukking, maar een jaar extra in die school blijven is ook duur. Als we dat geld op een andere manier in die kinderen zouden kunnen investeren, zou dat beter zijn."
Beluister het volledige interview met Pedro De Bruyckere:


