Een leerjaar overdoen, het klinkt logisch als je niet geslaagd bent. Maar welke gevolgen heeft zittenblijven op leerprestaties op de lange termijn, de doorstroming naar hoger onderwijs en de sociaal-emotionele ontwikkeling? Wetenschapsmagazine Eos zocht het uit.
Statistiek Vlaanderen publiceerde vandaag nieuwe cijfers over "schoolse achterstand" . Dat is het aantal leerjaren vertraging van een leerling ten opzichte van het leerjaar waarin hij zou zitten bij een normale instap en vordering. Achterstand is niet noodzakelijk een gevolg van zittenblijven, maar kan ook veroorzaakt worden door een verlate instap of ziekte.
In het schooljaar 2022-2023 had 12 procent van de leerlingen in het lager onderwijs minstens één jaar schoolse achterstand. Sinds het schooljaar 2012-2013 daalt dat percentage, maar in 2021-2022 en 2022-2023 is die daling gestopt. In het voltijds secundair onderwijs had 23 procent van de leerlingen minstens één jaar schoolse achterstand. Tot en met het schooljaar 2021-2022 daalde dat cijfer, nu is er weer een lichte stijging.
Zittenblijven is nog altijd een gangbare praktijk in ons onderwijs. Onderzoek naar de gevolgen van zittenblijven op cognitief en psychosociaal vlak blijkt evenwel geen sinecure te zijn.
Volgens onderwijskundig onderzoeker Barbara Belfi (Maastricht University) gaan studies die voor- en nadelen van zittenblijven proberen te achterhalen, gebukt onder methodologische problemen. "Bij onderzoek naar de positieve en negatieve gevolgen van zittenblijven is er voorlopig nog veel onbekend, omdat de effectiviteit ervan moeilijk te meten is."
Zittenblijven is volgens Belfi een interventie waarvoor vaak te makkelijk wordt gekozen en die niet langer als evident kan worden beschouwd, maar veeleer in vraag moet worden gesteld. Aan de andere kant vindt ze dat zittenblijven een motivator kan zijn.
"Voor leerlingen, voornamelijk in het secundair onderwijs, die minder goed hun best doen, kan het een stok achter de deur zijn. Daar staat tegenover dat een jaar overdoen mogelijk een negatieve impact heeft op het zelfbeeld van zittenblijvers. In het slechtste geval heeft het gevoel dom of minderwaardig te zijn een blijvend effect voor de rest van hun schoolcarrière."
Vaker gepest
Timo Van Canegem, doctor in de Sociologie (UGent), verricht onderzoek naar de effecten van zittenblijven in samenwerking met Mieke Van Houtte en Jannick Demanet, die allebei als professor verbonden zijn aan de vakgroep Sociologie (UGent). Tal van studies, zo stelt Van Canegem, schetsen samen een veeleer negatief beeld van de effecten van zittenblijven.
"Al moet hierbij wel worden opgemerkt dat de context van een school waarschijnlijk van invloed is op de onderzoeksresultaten. Maar los daarvan lijkt zittenblijven er niet toe te leiden dat de leerprestaties van leerlingen op de lange termijn verbeteren. Zo hebben zittenblijvers drie tot zeven keer meer kans om het secundair onderwijs zonder een diploma te verlaten."
"Wat de sociaal-emotionele ontwikkeling van zittenblijvers betreft, blijkt uit ons onderzoek dat ze minder zelfvertrouwen hebben en dat ze zich minder thuis voelen op school", zegt Van Canegem. "Bovendien blijkt zittenblijven een negatieve impact te hebben op het sociaal netwerk van een leerling, omdat zittenblijvers minder vrienden hebben en ze vaker gepest worden."
Zittenblijven is bovendien duur, aldus Van Canegem. Het kost de Belgische overheid jaarlijks naar schatting driehonderd miljoen euro. Voor gezinnen die het niet breed hebben, is zittenblijven een financiële aderlating. Hun kinderen moeten minstens een jaar langer op school blijven en kunnen in het beste geval pas een jaar later gaan werken.
Bijlessen en zomerscholen
Een aantal studies bevestigt niet het negatieve beeld dat over zittenblijven wordt geschetst, betoogt pedagoog Pedro De Bruyckere. "Er wordt niet altijd een onderscheid gemaakt tussen basis- en secundair onderwijs, terwijl het negatieve effect van zittenblijven kleiner zou zijn bij zes- tot twaalfjarigen dan bij twaalf- tot achttienjarigen."
"Hoe jonger de leerling is, hoe minder schadelijk een jaar overdoen lijkt te zijn. Vooral in het secundair onderwijs kan de psychologische impact van zittenblijven voor sommige leerlingen ernstig zijn. Vergeet niet dat middelbare scholieren in hun puberteit zitten en dat kan tot extra problemen leiden als ze moeten dubbelen. Maar het is ook mogelijk dat zittenblijven bij sommige leerlingen voor rust zorgt, omdat een aantal stressfactoren in de nieuwe klas wegvallen."
In andere landen zie je dat bijspijkeren in plaats van zittenblijven zijn effect niet mist
Pedro De Bruyckere, pedagoog
De Bruyckere stelt dat onder andere bijlessen en zomerscholen minder duur én meer doeltreffend kunnen zijn dan een jaar overdoen. "In andere landen zie je dat bijspijkeren in plaats van zittenblijven zijn effect niet mist bij leerlingen die een leerachterstand hebben opgelopen. Hierbij gaat het om kortlopende taal- of rekenprogramma’s. Individuele ondersteuning hoeft hierbij niet per se, met kleine groepjes van twee tot vier leerlingen gaat het ook prima."
Ook Wim Van den Broeck, hoogleraar onderwijs- en ontwikkelingspsychologie (VUB), is er voorstander van om eerst alles in het werk te stellen om zittenblijven zoveel mogelijk te vermijden en te voorkomen. Maar het kind met het badwater weggooien vindt hij heilloos.
Zelf heeft Van den Broeck analyses verricht met betrekking tot zittenblijven in het basisonderwijs. Hierbij werden leerlingen over een lange periode gevolgd: van de derde kleuterklas tot het zesde leerjaar. "De resultaten liegen er niet om: als zittenblijvers doorheen de tijd opgevolgd worden, dan blijkt zittenblijven ook op de lange termijn grote positieve leereffecten te vertonen, alsook een gunstige impact op welbevinden."
Zelfbeeld
De positieve effecten van zittenblijven, zo nuanceert Van den Broeck, zijn evenwel niet even groot voor alle types van leerlingen. Uitsluitend intelligentie heeft immers een invloed op de sterkte van de effecten. Onder andere geboortemaand, gender, sociaal-economische status, thuistaal en etnische groep spelen hierbij geen rol.
"Hoe intelligenter een zittenblijver is, hoe positiever het effect. Voorts verkleint zittenblijven zowel het risico om een volgend leerjaar te moeten overdoen als de kans op doorverwijzing naar het buitengewoon onderwijs."
Vergelijken is ook cruciaal bij de bevinding dat het positieve effect van zittenblijven groter wordt naarmate er in verhouding meer zittenblijvers in de school zijn, stipt Van den Broeck aan. "Indien je niet alleen bent als zittenblijver in de klas, kan dit ook worden ervaren als ondersteuning voor je eigen positie. Dit verklaart mee het positieve effect op het welbevinden, terwijl het positieve effect van zittenblijven op de leerprestaties eenvoudig kan worden toegeschreven aan het herhalingseffect."
Preventief aan de slag
Dat neemt niet weg dat Van den Broeck – net zoals De Bruyckere en Van Canegem overigens – de nadruk legt op intensieve remediëring als preventie van zittenblijven. En is een jaar overdoen onvermijdelijk, dan kan extra remediëring het positieve effect ervan nog versterken.
Een probate preventiemaatregel tegen zittenblijven was jarenlang taboe, namelijk herexamens. "Maar daar komt men stilaan van terug", aldus De Bruyckere. "Leerlingen een tweede kans geven door ze opnieuw een examen te laten afleggen van een vak of vakken waarop ze een onvoldoende haalden, in plaats van ze zonder meer een leerjaar te laten overdoen, zou het aantal zittenblijvers sterk kunnen doen verminderen."
Een langer artikel verscheen ook in wetenschapsmagazine Eos.

