Het nationaal statistiekbureau Statbel werkt aan een nieuwe manier om de inflatie te berekenen. Gas- en elektriciteitsprijzen zullen via een andere, correctere, methode opgenomen worden in de cijfers. Maar dat zal wel impact hebben op hoe snel ons loon stijgt bij plotse hogere energieprijzen.
Lonen gaan trager, maar "geleidelijker en correcter" stijgen bij nieuwe energiecrisis door nieuwe berekeningsmethode inflatie
In het kort:
Statbel werkt aan een nieuwe methode om inflatie te berekenen, waarbij gas- en elektriciteitsprijzen correcter worden meegenomen.
Door de aangepaste berekening zullen lonen bij een nieuwe energiecrisis trager, maar is de koopkracht op een stabielere manier beschermd.
Economen vinden de nieuwe methode een goede zaak.
Enkele jaren geleden piekte de inflatie in ons land voor het eerst sinds de jaren 70 tot boven de 10 procent. Daar zaten vooral de energieprijzen voor iets tussen: de kosten voor gas en elektriciteit stegen fors en snel.
In België zijn de lonen gekoppeld aan de inflatie. Als die stijgt, stijgen de lonen automatisch mee. Ongeveer de helft van de Belgen kreeg in 2022 daardoor 5 keer een loonsverhoging. Anderen kregen die 5 verhogingen in één keer doorgerekend begin 2023. In weinig landen werd de koopkracht zo snel beschermd als in België.
Ook oude contracten zullen meetellen
Bij een eventuele volgende energiecrisis zal die bescherming minder snel gaan, maar wel correcter gebeuren. Ze zal meer in de tijd gespreid zijn.
Nationaal statistiekbureau Statbel herbekijkt momenteel namelijk de berekeningswijze van de inflatie. Specifieker: de manier waarop de energieprijzen worden meegerekend in de inflatiecijfers.
Om de inflatie te berekenen bekijkt Statbel elke maand de prijs van verschillende producten en diensten. Voor energie kijkt ze daarvoor nu naar de prijs van nieuwe contracten die die maand zijn afgesloten. Maar dat geeft een vertekend beeld over hoeveel Belgen gemiddeld voor hun energie betalen. De meeste mensen hebben namelijk nog een lopend contract en betalen dus niet de prijs die die maand meetelt om de inflatie te berekenen.
Economen van de UGent berekenden dat de energiefactuur die gebruikt wordt voor het berekenen van de inflatie in 2022 gemiddeld bijvoorbeeld 81 procent duurder was in vergelijking met 2018. Maar in de realiteit is de gemiddelde energiefactuur over die periode met slechts 17 procent gestegen, ontdekten de economen. Dat had voor een groot deel te maken met de methode om inflatie vast te leggen.
Ten vroegste volgend jaar
Door in de berekeningswijze wel oude contracten mee op te nemen, wil Statbel een correcte weergave van de prijzen bekomen.
Het statistiekbureau is op vraag van Eurostat volop bezig met het uitwerken van de nieuwe berekeningsmethode. Ze inspireert zich daarbij onder meer op methodes die in Duitsland en Nederland gebruikt worden.
De nieuwe berekening moet daarna nog goedgekeurd worden door de indexcommissie. Daarin zetelen academici, werknemers- en werkgeversorganisaties. Stabel laat weten dat het volgend jaar of ten laatste in 2027 de nieuwe berekening hoopt te implementeren.
Tragere stijging lonen, maar geen koopkrachtverlies
"Dat is echt een goede zaak", zegt econoom Gert Peersman van de UGent. "Het inflatiecijfer is heel bepalend in de economie, er zijn veel mechanismen aan gekoppeld, niet alleen de lonen. Dat dat correct berekend wordt is dus heel belangrijk."
Bij hoge energieprijzen zal de inflatie in de toekomst dus minder snel stijgen. Dat heeft dan weer als gevolg dat onze lonen minder snel zullen stijgen.
Maar dat betekent niet dat we koopkracht verliezen, benadrukt Peersman. "De koopkrachtstijging gebeurt gewoon geleidelijker en correcter."
Met de nieuwe methode heb je niet meer of minder koopkracht dan hoe het nu berekend wordt, het is gewoon stabieler
Gert Peersman, econoom UGent
"Mensen zagen hun loon met de huidige berekeningsmethode sneller stijgen dan in de toekomst het geval zal zijn, maar eigenlijk werden we overgecompenseerd. Eerste kregen we veel te veel koopkracht, maar daarna veel te weinig", legt Peersman uit. Terwijl voor sommige gezinnen de energiefactuur pas veel later steeg, werd hun koopkrachtverlies op dat moment niet meer gecompenseerd omdat de inflatie al gezakt was.
"Met de nieuwe methode heb je niet meer of minder koopkracht dan hoe het nu berekend wordt, het is gewoon stabieler", concludeert Peersman.


